PlusBoekrecensie

Nieuw boek Rachel Cusk: spanning in een cottage aan zee

Met haar elfde roman De tweede plaats krijgt de lezer weer een glimp te zien van de ‘oude’ Rachel Cusk.

In De tweede plaats heeft Cusk het ook over de schaduwzijde van het moederschap. Beeld Getty
In De tweede plaats heeft Cusk het ook over de schaduwzijde van het moederschap.Beeld Getty

Na het doorslaande succes van haar Contouren-trilogie, waarin ze met een vrijwel intrigeloze mengeling van autofictie en essayistische uitweidingen de grenzen van de romankunst oprekte, zou je bijna vergeten dat Rachel Cusk (1963) ooit, vóór Outline (2014), Transit (2017) en Kudos (2018), tamelijk traditionele romans schreef.

Sprankelende sociale komedies en vaak met volop ruimte voor de ouderwetse genoegens die haar recentelijk nauwelijks nog leken te interesseren. Grondig uitgediepte fictieve personages, bijvoorbeeld. Of plots met zoiets als een klassieke dramatische opbouw en een bevredigende ontknoping.

Prozavarianten van ‘the well made play’ waren het haast, achteraf gezien.

Voor wie die kant van Cusks schrijverschap stiekem een beetje heeft gemist, is De tweede plaats uitstekend nieuws. In haar elfde roman creëert ze namelijk een bijzonder geslaagde tussenvorm.

Onsmakelijke mansfiguur

Vertelster ‘M’ is net als Faye in de Contouren-reeks een schrijfster van middelbare leeftijd, maar blijkt algauw geen onversneden alter ego. Haar verhaal, in een lange monoloog verteld aan een zekere ‘Jeffers’, begint in Parijs, waar ze als jonge-vrouw-met-een-teleurstellend-huwelijk overspel met een oudere collega overwoog (met anticlimactisch resultaat ).

En, in de trein de stad uit, een onheilspellende ontmoeting had met ‘de duivel’ in de gedaante van een hoogst onsmakelijke mansfiguur (‘zijn groenige ogen waren bloeddoorlopen en als hij lachte zag je zijn gore gebit met pal in het midden een volkomen zwarte tand’) die een schaars gekleed kindvrouwtje bepotelde.

Maar het relaas komt pas goed op gang wanneer ze, zo’n vijftien jaar later, contact zoekt met de kunstschilder.

Van hem zag ze destijds in Parijs een expositie die haar van haar sokken blies, vooral door de volstrekte ‘tot in de laatste penseelstreek’ mannelijke vrijheid die zijn doeken uitstraalden. En nu, inmiddels hertrouwd met de zorgzame ‘doener’ Tony, nodigt ze L via een wederzijdse kennis uit om zijn intrek te nemen in een gerenoveerde cottage op hun erf aan zee.

Waarom?

Omdat het landschap daar van een grote maar ongrijpbare schoonheid is, schrijft ze hem. ‘Het is heel troosteloos en troostrijk en geheimzinnig. (…) Ik zou graag willen dat je hierheen kwam, om te kijken hoe het er door jouw ogen uitziet.’

Afgesneden

Maar, voel je, ze wil vooral ook zélf door die ogen gezien worden. Door L als representant van de kunstzinnige bohemienwereld waarvan ze zich afgesneden voelt.

De schilder bedankt aanvankelijk, maar komt dan plotseling alsnog. Waarop zich uiteraard allerminst het droomverblijf ontvouwt waarop M hoopte.

Haar noodgedwongen weer thuiswonende dochter Justine en haar wat sullige vriendje Kurt, die de gastencottage hebben betrokken, moeten uitwijken naar het ouderlijk huis. Wanneer L arriveert, blijkt hij ongevraagd zijn jonge ‘vriendin’ Brett uit New York te hebben meegenomen, een flapuiterig Fifth Avenueprinsesje dat door M op slag (en wenkbrauwoptrekwaardig woedend) als een aandachtsrivale wordt beschouwd.

En L zelf is, eh, uitdagend gezelschap: een ongetwijfeld briljante diva, die zijn kunst uitdrukkelijk boven moraliteit stelt en zijn omgeving met duivels(!) plezier manipuleert.

Voorbeeldje: hij portretteert álle aanwezigen, maar gunt M dat genoegen pesterig lang niet. Om, wanneer hij dat wel doet, een sardonisch kunstwerk af te leveren.

Lorenzo in Taos

Cusk brengt de onderlinge spanningen geleidelijk tot een dramatisch kookpunt. Er zijn enkele sterke komische scènes. (Zoals die waarin Kurt, die plotseling schrijver wil worden, iedereen verveelt met een urenlange voorleessessie uit zijn fantasy-epos-in-wording.)

Ondertussen komen in M’s woordenstroom én leven uitgebreid thema’s aan de orde die we kennen uit Cusks recente zelfonderzoeken. Van het belang van kunst en de schaduwzijden van het moederschap tot ongemak bij traditionele genderrollen en de aangeleerde neiging van de vrouw zich ondergeschikt te maken (of van mannen om hun privileges op te eisen).

Autofictie is De tweede plaats zoals gezegd niet. Wel min of meer biofictie, blijkt wanneer Cusk op de laatste pagina meldt dat haar roman ‘schatplichtig is’ aan Lorenzo in Taos (1932). Daarin noteerde Mabel Dodge Luhan namelijk haar herinneringen aan het niet geheel rimpelloze verblijf van D.H. Lawrence in de kunstenaarskolonie van haar en haar man in New Mexico.

Cusk liet haar gedachten deze keer dus gaan over een gefictionaliseerde versie van ándermans leven.

Met even fascinerend resultaat.

null Beeld

Fictie

Rachel Cusk, De tweede plaats
Vertaald door Marijke Versluys, De Bezige Bij, €20,99, 191 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden