PlusRecensie

Niets lijkt er te gebeuren in het leven van Édouard Louis’ moeder, totdat zij zichzelf bevrijdt

Na zijn ‘vadermemoire’ beschrijft Édouard Louis in Strijd en metamorfose van een vrouw hoe hij verwijderd raakt van zijn moeder. En hoe hij pas later, als zij zichzelf heeft ‘bevrijd’, weer liefde en mededogen voor haar kan voelen.

Dieuwertje Mertens
Édouard Louis Beeld Getty Images
Édouard LouisBeeld Getty Images

‘Je wordt niet geboren als vrouw, je wordt tot vrouw gemaakt’, luidt de fameuze ­feministische uitspraak van ­Simone de Beauvoir in De Tweede Sekse (1949). Maar wat als je vrouwelijkheid je wordt ont­nomen? In Strijd en metamorfose van een vrouw laat socioloog en schrijver Édouard Louis (1992) zien in hoeverre de vrijheid (voor een moeder) een vrouw te mógen zijn ook resultaat is van een maatschappelijke context en sociale klasse. Zijn moeder werd gedwongen tot een ­bestaan als huissloof, werk­tuigelijk en van alle vrouwelijke franje ontdaan. Onzichtbaar.

Maar net niet onzichtbaar genoeg voor Louis om zich enorm voor zijn moeder te schamen. Louis groeide op in een Frans arbeiders­gezin. Zijn moeder droomde er ooit van om kokkin te worden. ‘Wellicht als uitvloeisel van de werkelijkheid om haar heen: vrouwen hadden altijd al gekookt en anderen bediend’ merkt Louis op.

Zo ver kwam het niet, want op de hotelschool raakte ze op zeventienjarige leeftijd zwanger. Ze trouwde met de vader, een loodgieter die ze kort geleden had ontmoet, en was op haar achttiende al moeder van Louis’ oudste broer die ‘al snel aan de drank raakte en gewelddadig werd’. Tijd is in een leven ontdaan van al haar kleur een ­relatief begrip, wil Louis maar illustreren.

Haar man ontpopte zich als alcoholist die vaak ’s nachts dronken thuiskwam en met wie ze veel ruzie had. Toch werd er nog een zusje geboren, voor ze hem verliet om zonder diploma en geld met alleen twee kinderen ‘op zak’ op de bank van de sociale huurwoning van haar zus te ­belanden.

Geen upgrade

In plaats van werk vond Louis’ moeder de man die zijn vader zou worden. Ze zijn een paar jaar gelukkig, maar na de geboorte van Louis wordt duidelijk dat ook dit bepaald geen upgrade was. Haar nieuwe man begon als ‘speciaal’, ‘want hij droeg parfum’, maar bleek al snel bijzonder veel gelijkenissen met zijn voorganger te vertonen; een voorliefde voor drank en hardvochtige ­(publieke) schofferingen en vernederingen. Ze mag van hem geen make up-dragen, want dat is voor ‘sletten’.

De auteur vraagt zich af: kan ik haar leven ­begrijpen als dat leven specifiek gekenmerkt is door haar vrouw-zijn? Zelf valt hij op jongens en wordt hij getreiterd om zijn feminiene trekjes, maar daar staat hij niet zo lang bij stil. Zijn ­moeders leven wordt gedefinieerd door haar zwangerschap die haar vervolgens conform de sociale conventies veroordeeld tot het aanrecht. Maar dat zijn niet de aspecten van het vrouw-zijn die zijn moeder ambieert: die zoekt het ­frivole, ze wil er leuk uitzien, make-up dragen en dat mannen haar hoffelijk behandelen.

Een sociaal-economisch zwakke positie is nauwelijks te ontvluchten en de omschrijving van zijn moeders leven voelt als een ­voorspelbare opsomming van alles wat met ­endemische armoede te maken heeft; alcoholisme, geweld, ongezond eten en geldzorgen. Het gezin kan hier bovenop geen ongeluk meer verdragen, maar ellende vormt een magneet: vader krijgt in de fabriek een zwaar gewicht op zijn rug en is een paar jaar verlamd, ondertussen raakt moeder wonderwel opnieuw zwanger, ditmaal van een tweeling.

Louis doet weinig moeite om zijn moeders ­levensloop mooier te maken dan die is, hij schrijft zonder opsmuk, ondersteunend bij het verhaal. ‘Waarom heb ik de indruk dat ik een treurig verhaal schrijf, terwijl het mijn bedoeling is het verhaal van een bevrijding te vertellen?’ merkt hij enigszins ontmoedigd op.

Wat hij weet zijn gegevenheden, naar het ­onderliggende zielenleven van zijn moeder kan hij slechts gissen, maar hij graaft niet diep. Daar is een verklaring voor te bedenken: een zekere weerzin jegens zijn moeders geklaag over haar ‘kloteleven’, of een verlammend gevoel van machteloosheid.

Haar ‘gebeurtenisloze leven’ laat zich in zijn ogen kenmerken door een handvol betekenisvolle pijnlijke momenten. Het is zijn moeder – een individu – maar ze gaat volledig op in haar klasse. Haar individuele expressie wordt ingeperkt – onderdrukt – door haar sociaal-economische omstandig­heden.

Eddy Bellegueule

Wat niet helpt is dat Louis zijn gezin op intellectueel vlak al snel voorbijstreeft. Dat hij gaat studeren, zorgt voor grote verwijdering van zijn moeder; schaamte, onbegrip, walging. Tot de dag dat zijn moeder hem opbelt om te vertellen dat ze zijn vader de deur uit heeft gezet. Louis herkent haar niet, het is alsof ze zich met die daad niet alleen van haar omstandigheden, maar bovenal aan haar klasse weet te ontworstelen. Een proces dat haar zoon al eerder doormaakte en dat de twee dichter bij elkaar brengt.

Louis werd geboren als Eddy Bellegueule, maar veranderde zijn naam in een poging zich van zijn achtergrond te distantiëren. Strijd en metamorfose van een vrouw is de opvolger van zijn ‘vadermemoire’ Ze hebben mijn vader vermoord.

Met zijn sociologische memoires plaatst hij zich in de traditie van auteurs als Annie ­Ernaux (1940), die met het wereldberoemde De jaren een collectieve autobiografie van haar ­generatiegenoten afkomstig uit de middenklasse schreef. Ernaux vindt in navolging van socioloog Pierre Bourdieu dat het individuele, het persoonlijke, maatschappelijk van aard is.

De uitwerking van Strijd en metamorfose van een vrouw verschilt daarin met Ernaux’ aanpak dat hij heel overtuigend laat zien dat het individu pas autonoom wordt naarmate het (meer) verlicht is. Als zijn moeder zich bevrijdt van haar omstandigheden handelt ze autonoom en ziet ze de mogelijkheid om haar vrouwelijkheid te personaliseren, te vieren. Althans, tot op ­zekere hoogte. Ze gedraagt zich anders, heeft nieuwe woorden opgenomen in haar vocabu­laire en kleedt zich beter, maar ze vindt geen aansluiting bij haar Parijse omgeving, ziet Louis. Hij schrijft: ‘Is een verandering die zo sterk wordt ingeperkt door klassengeweld wel een verandering? (..) Toch is ze gelukkig.’

Aan de mogelijkheden aan je klasse te ontsnappen zit misschien een plafond, maar voor de band tussen moeder en zoon betekent het veel. De auteur verliest zijn sociologische blik niet, maar hij slaagt er wel in zijn moeder met meer liefde en mededogen te bezien en kleurt daarmee haar portret, alsof hij haar persoonlijk van de door haar zo geliefde make-up voorziet. ‘Ze zag de verrassing in mijn ogen en zei: ‘Kijk, ik ben niet meer dezelfde! Ik ben nu een echte ­Parisienne.’ Ik glimlachte: ‘Ja, dat klopt. Het klopt, je bent de koningin van Parijs.’

Zijn rake conclusie gaat voorbij aan het inzicht van Simone de Beauvoir (dat is er vooral een voor de intellectuele klasse): ‘Voor sommigen is de vrouwelijke identiteit duidelijk een ­benauwende identiteit; voor haar was het een overwinning geweest om vrouw te worden.’

Strijd en metamorfose van een vrouw

Édouard Louis
Vertaald door Jan Peter van der Sterre en Reintje Ghoos
De Bezige Bij, €17,99
112 blz.

null Beeld -
Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden