PlusFilmrecensie

Niet het complete verhaal van The Band, maar heerlijk is het wel

Still uit de documentaire Once Were Brothers, die het verhaal van The Band belicht door de ogen van ­gitarist RobbieRobertson (m).

De Amerikaanse rockabillyzanger Ronnie Hawkins wond er geen doekjes om toen hij in 1958 de 15-jarige Robbie Robertson als gitarist inlijfde in zijn begeleidingsband: veel geld viel er niet te verdienen, maar de jonge Canadees kon ervan uitgaan nog meer ‘pussy’ te krijgen dan Frank ­Sinatra. Hawkins, na al die jaren: ‘And he did.’

Ronnie Hawkins is een van de vele pratende hoofden in Once Were Brothers, een nieuwe documentaire over rootsrockers The Band. Bruce Springsteen, Eric Clapton, Martin Scorsese: bijna als gelovigen spreken ze over hun diepe liefde voor de groep waarvan vier van de vijf leden uit Canada kwamen, maar die toch Amerikaanser klonk dan welke andere groep ook.

“Elke song van The Band is als een complete roman van John Steinbeck,” zegt iemand in de documentaire treffend. Een ander verwijst eveneens naar de literatuur om duidelijk te maken hoe goed Robbie Robertson en Levon Helm, de zingende drummer van The Band, aanvankelijk met elkaar waren bevriend: “Ze waren als Huckleberry Finn en Tom Sawyer.”

Als begeleiders van Ronnie Hawkins heetten ze The Hawks, als begeleiders van Bob Dylan later simpelweg The Band en toen ze daarna op eigen kracht verdergingen, bleef die laatste naam hangen. De filmtitel Once Were Brothers geeft al aan dat het niet goed met ze afliep. Drank en drugs richtten verwoestingen aan en vooral tussen Levon Helm en Robbie Robertson ging het mis: Robertson zou volgens Helm ten onrechte in zijn eentje royalty’s hebben ontvangen over nummers die de bandleden ­samen schreven.

Vertelt Once Were Brothers het complete verhaal van The Band? Essentieel is de ondertitel van de film: Robbie Robertson and The Band. Dit is een documentaire die heel duidelijk Robertsons kant van de zaak belicht. Dat hij zo veel aan het woord komt is logisch; van de vijf leden van The Band zijn er al drie dood. (Waarom de nog levende toetsenist Garth Hudson niet voor de documentaire werd geïnterviewd blijft evenwel onduidelijk).

Joodse gangster

Robertson is beslist een interessante figuur. Zijn moeder werd geboren in een Canadees indianenreservaat; zijn biologische vader was – ontdekte hij later – een Joodse gangster. Hij is een goede gitarist en een geweldige songschrijver. Hij praat ook makkelijk, zij het nogal langzaam.

Naar zo iemand luister je graag, maar naarmate Once Were Brothers vordert, groeit toch een ongemakkelijk gevoel: door het ontbreken van ook maar enig tegenwoord lijkt ­Robertson in de film van Daniel ­Roher de ­geschiedenis wel heel erg naar zijn hand te zetten.

De muziek van The Band blijft ook hier onverminderd prachtig – livefragmenten zijn vooral afkomstig uit Martin Scorseses concertfilm The Last Waltz uit 1978 – en er komen heerlijke anekdotes voorbij. Zo was Robertson voor het eerste grote eigen optreden van The Band eigenlijk te ziek om te kunnen optreden. De show cancelen was geen optie en Dylan­manager Albert Grossman, die toen ook de belangen van The Band ­behartigde, besloot een hypnotiseur in te schakelen.

Het werkte nog ook: Robertsons koorts verdween en volkomen in trance speelde Robertson de show. Filmbeelden bestaan er helaas niet van, wel heel grappige foto’s.

Once were brothers

Regie Daniel Roher
Te zien in Filmhallen, De Balie, Cinecenter, Melkweg Cinema, The Movies en Studio K

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden