Plus

'Niet de partituur is het kunstwerk, maar het maken ervan'

Volgens componist Cornelis de Bondt is er iets fundamenteel mis met de Nederlandse muziekcultuur, die wordt geregeerd door marktwerking. 'Het gaat om de artistieke handeling, niet om objecten.'

Cornelis de Bondt, hier in het Orgelpark, componeerde muziek voor negen orgels Beeld Dingena Mol

Cornelis de Bondt (1953) is behalve een van de indrukwekkendste componisten van Nederland ook al jarenlang docent aan het Koninklijk Conser­vatorium in Den Haag. Daar gaat hij in 2020 met pensioen. Dat wordt gevierd met een barrage aan nieuwe stukken van zijn hand. Een daarvan, Deus, voor elf toetsinstrumenten waaronder negen orgels, beleeft vrijdag in het Orgelpark aan de Gerard Brandtstraat alvast zijn vuurdoop.

Bij het stuk schreef De Bondt een prikkelende verantwoording, die zich tegelijkertijd laat lezen als een scherpe cultuurkritiek. Bottomline: hij vindt het verwerpelijk dat een kunstwerk - zíjn kunstwerk, namelijk zijn muziek - wordt gekoppeld aan een economisch belang en daardoor wordt ingebed in een kapitalistische structuur, die haaks staat op de aard van dat kunstwerk.

Uit die gedachte trok hij in 2013 al een radicale conclusie: hij wilde al zijn werken ­terugtrekken uit de openbare ruimte en voerde vervolgens rechtszaken tot aan de Raad van ­State om al zijn partituren uit die openbare ruimte terug te trekken.

De rechter ging niet in De Bondts wens mee. "Dat was heel jammer voor mij," zegt hij, "want ik wilde een uitspraak over wat muzikaal erfgoed is en die pakte niet in mijn voordeel uit. In mijn ogen is dat muzikale erfgoed níet de partituur, dus geen object, zoals een gebouw of een schilderij, maar de spelende handeling van musici en ensembles. Dat is voor mij de essentie van onze muziekcultuur. Maar daar dacht de Raad van State dus anders over."

Voor De Bondt, maar eigenlijk voor alle componisten en musici natuurlijk, gaat het hier om een principieel punt, dat grote consequenties heeft voor de 'inconsequente en schijnheilige manier', waarop er in de Nederlandse met de kunsten - maar vooral de kunstenaars - wordt omgesprongen. De Bondt wijst op een uitspraak uit 2004 van VVD'er Stef Blok, toen nog geen ­minister maar gewoon Kamerlid, die in de Volkskrant meldde dat hij vond dat kunst volledig zonder subsidie moest kunnen bestaan.

Kunstenaars moesten 'cultureel ondernemers' worden. Wel vond hij dat de overheid moest zorgen voor musea, zodat De Nachtwacht, een Romeinse drinkbeker of een ander waardevol object voor toekomstige generaties behouden bleef. Dat vond De Bondt inconsequent, want De Nachtwacht - of een stuk van De Bondt - is ooit door een kunstenaar gemaakt en zou er zonder die kunstenaar niet zijn. Toch behoeven makers kennelijk geen ondersteuning.

Revolutionair imago
Wat De Bondt verbaasde, is dat geen van zijn collega's ooit bij zo'n rechtszaak aanwezig is geweest. "Ik zat er altijd in mijn eentje. Dankzij de Actie Notenkraker hebben componisten misschien nog steeds een revolutionair imago, maar dat bleek op weinig gestoeld."

"Als het erop aankomt, zitten ze liever achter de geraniums of hun schrijftafel. Echt verschrikkelijk. Iedereen denkt alleen maar aan zijn eigen ding. Er is geen besef vaneen collectief belang, terwijl het wel degelijk iedereen aangaat."

Er zijn momenten dat hij zich een Don Quichot voelt.

Sinds 2013 maakt De Bondt alleen nog maar muziek in wat hij de private ruimte noemt, zo ver mogelijk weg van cultureel ondernemerschap, de markt, onder het motto: niet de partituur, de roman of het schilderij is het kunstwerk, maar het maken of ervaren ervan. Er is dus nog steeds een belangrijke plaats voor de luisteraar en zelfs voor kritiek.

Hij heeft sinds 2013 veel gecomponeerd - 'dat gaat altijd door, gestaag'. Als hij in 2020 met stopt met werken als docent aan het Koninklijk ­Conservatorium, wordt dat opgeluisterd met uitvoeringen van vijf nieuwe composities tijdens het Spring Festival Utrecht.

"Er klinkt een stuk voor Reinbert [de Leeuw], dat Musica Recta heet, voor koperblazers, slagwerkers, een zangeres, klarinetten en een orgel. Dan In Nobis Sine Nobis (Metamorphose I) vier toetsinstrumenten. Dan is er een strijkkwartet van 17 minuten, een soort Grosse Fuge - ik probeer Beethoven te doen, die Bach probeert na te doen. Een vierstemmige fuga met alles erop en eraan. En tot slot een serie pianosonates. Ik wil er twaalf schrijven, uiteindelijk."

Geen diepgang
En vrijdag klinkt in het Orgelpark Deus...in nobis sine nobis operatur ('God werkt in ons zonder ons'), een stuk van 49 minuten - 7 maal het getal Gods - waarvoor alle orgels in de zaal worden gebruikt, plus twee vleugels en een harmonium.

"Het is een stuk met meerdere muzikale lagen, net als dat krankjoreme koraalvoorspel van Bachs Vater unser im Himmelreich BWV 682, waardoor ik me heb laten inspireren."

Het stuk is op zijn computer gemaakt. De software komt dan met melodieën en harmonieën, die hem vaak positief verrassen. "Persoonlijke smaak is daarbij minder dominant, terwijl het in de huidige tijd uitsluitend over persoonlijke smaak gaat. Dan lees je dat een componist op Facebook doodleuk schrijft: 'Bach, ja, dat is wel mooi, maar zijn muziek heeft geen diepgang.' Of 'Stockhausen is gebakken lucht.' Eh, wat? Ja, in zo'n tijd leven we nu."

Deus... in nobis sine nobis operatur van Cornelis de Bondt is 3 mei te beluisteren in het Orgelpark.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.