PlusAchtergrond

Niels ‘Shoe’ Meulman smijt, smeert en schilderschrijft

The exhibition, What The Fuck? – Shoe At STRAATBeeld Niels Meulman/STRAAT Museum

De eerste tijdelijke tentoonstelling in het nieuwe streetartmuseum in Noord is gewijd aan Niels ‘Shoe’ Meulman. Zijn werk illustreert hoezeer graffiti is geëvolueerd tot erkende kunstvorm.

Binnen de internationale graffitiwereld behoort Niels ‘Shoe’ Meulman tot de officieuze aristocratie. In 1979 zette hij als twaalfjarige zijn eerste tag en in het daaropvolgende decennium groeide de Amsterdammer uit tot een grootheid die op gelijke voet kon verkeren met Dondi, Rammellzee en Keith Haring.

Via een leerperiode bij grafisch ontwerper Anthon Beeke en een carrière als reclameman groeide hij door naar een kunstpraktijk waar zowel de straat als het abstract expressionisme uit de jaren vijftig in doorklinkt. De ‘calligraffiti’ die hij in 2007 introduceerde, een combinatie van kalligrafie en graffiti, kreeg wereldwijde navolging.

Een grote naam dus, passend bij de lancering van het tentoonstellingsprogramma van Straat, het streetartmuseum op het NDSM-terrein. Vorige week beleefde het museum een ‘zachte opening’, na twee jaar vertraging en onenigheid tussen de oprichters die het vertrek van artistiek brein Peter Ernst Coolen inleidde. De strijd zorgde voor verdeeldheid in de graffitiwereld en beloofde weinig goeds voor het museum, maar daar is nu niets meer van te merken.

In de grote hal van de voormalige Lasloods is de vaste collectie te zien, grote werken door internationale makers. Voor de gallery, die bestaat uit gestapelde zeecontainers, is een programma van tijdelijke tentoonstellingen ontwikkeld met jaarlijks acht tot tien presentaties. De intieme ruimte zorgt voor een andere, meer gerichte concentratie. Met meer werk van één kunstenaar ga je hier bovendien de diepte in.

In het geval van Shoe ligt de nadruk op de periode rond de publicatie van Shoe is my middle name (2016), een stoeptegel van een catalogus. We zien een volwassen kunstenaar aan het werk, met een uitgekristalliseerd handschrift en een brede variatie van uitingen. Hij smijt, smeert en schilderschrijft. Herfstige kleuren combineert hij tot een ingetogen compositie op jute. Maar in het drieluik ernaast knalt stapsgewijs een stoel (of is het een leesteken?) uit elkaar met een agressie waar de Weense Aktionisten nog een puntje aan kunnen zuigen.

De volgorde van de werken is niet per se chronologisch maar suggereert wel verwantschap en ontwikkeling. Ununwanted met delen van cirkels wordt bijvoorbeeld gevolgd door Unruly Pattern, waar takken, boombladeren en zelfs een anarchistenteken in te herkennen zijn.

Na dit atypische uitstapje richting figuratie volgt een doek met afdrukken van planten die Shoe in verf doopte voordat hij het doek ermee geselde. En bij Take Off zijn we weer terug bij de abstracte oersoep met cirkeldelen.

Shoes kunst is een constant één-tweetje tussen woord en beeld, natuurlijke vormen en stadse sferen, controle en toeval, waarbij de fysieke inspanning – agressie bijna – een grote rol speelt. Hij werpt een met inkt gevulde kerstbal tegen een driedelig kamerscherm met een exploderende ster als resultaat. En voor sommige kalligrafische composities gebruikt hij bezems omdat kwasten hem te klein zijn. Maar zo’n schijnbaar nonchalante zwieper op doek of papier zetten vergt ontiegelijk veel oefening – de Japanse meesterkalligrafen zullen het beamen. De kunstenaar wilde dat nog eens illustreren met een werk aan de buitenkant van het museum.

Voor een van de grote blauwe deuren had hij bedacht twee keer en gelijktijdig zijn naam te schilderen, een keer met zijn getrainde rechterhand en een keer met ongecoördineerd links. Maar omdat er nog geen vergunning is voor deze dubbele tag, waarmee hij teruggaat naar zijn vroegste graffiti-jaren en tegelijkertijd laat zien hoeveel geheugen zijn schildershand inmiddels heeft opgebouwd, heeft hij binnen een andere installatie gebouwd die net zo goed heden en verleden verbindt.

De ruimte waar Shoe in the middle in staat bewerkte de kunstenaar met een brandblusser gevuld met pastelverf. Tegen de achterwand hangen doeken met vlekkerige inktpatronen, vergelijkbaar met een rorschachtest. Van de nog overgebleven exemplaren van zijn catalogus bouwde hij in het midden een muur, waar hier en daar kunstplanten uit steken. Aan voor- en achterkant spoot hij een hoekig woordwerk. Zo’n old school piece had het museum nog niet, vond hij.

Shoe: What the fuck? 

18/10 t/m 13/12 in Straat ­Gallery, NDSM-Plein 1, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden