PlusInterview

Nicolien Mizee bundelt haar vierde serie faxen, opnieuw als uitlaatklep

Al 26 jaar schrijft Nicolien Mizee brieven aan haar docent scenarioschrijven Ger Beukenkamp. Deel vier in de reeks Faxen aan Ger is nu verschenen. ‘Voor Ger schrijven is zoiets als praten.’

Schrijfster Nicolien Mizee faxt over haar belevenissen en gedachten, en bundelt die epistels.  Beeld Ivo van der Bent/Lumen
Schrijfster Nicolien Mizee faxt over haar belevenissen en gedachten, en bundelt die epistels.Beeld Ivo van der Bent/Lumen

Op 4 augustus 1994 schrijft Nicolien Mizee (1965) haar eerste fax aan haar docent scenarioschrijven Ger Beukenkamp; een gewoonte die 26 jaar later nog steeds standhoudt, al is de fax vervangen door de mail. Ze bespreekt met hem haar vriendschappen, zussen, de moeizame relatie met haar ouders, het naakt poseren voor tekencursussen en de vorderingen rondom haar debuutroman. Ger reageert nooit, hoewel ze bevriend zijn. Vandaag verschijnt haar vierde verzameling Faxen aan Ger: Hoog en laag springen.

In het begin was Ger Beukenkamp een beetje bang dat u een stalker zou zijn. Tegen de redactie van Kunststof zei hij: ‘Ik denk dat ik het in goede banen heb kunnen leiden door mijn structurele terughoudendheid.’ Wat vindt hij van al die verzamelbundels faxen?

“Geen idee. Hij zegt wel: ‘Wanneer komt het boek uit’ en ‘goed zo, hoor’. Ik heb wel gevraagd: ‘Zijn er dingen waarvan je echt niet wil dat ze er instaan?’ Maar Ger is van de kunst en vóór de kunst. Hij vindt dat ik alles moet kunnen zeggen, want hij schrijft zelf natuurlijk ook rare stukken over het koningshuis en zo. Ik geloof dat ik er nog nooit iets voor hem heb uitgehaald. Dat is zijn eer te na, denk ik.”

Uw moeder spande een rechtszaak tegen u aan vanwege de ‘nodeloos grievende verzinsels’ die u volgens haar in De porseleinkast (Faxen aan Ger deel 2) heeft opgeschreven. Ze verloor, maar dat is u vast niet in de koude kleren gaan zitten. Bent u zichzelf meer gaan censureren?

“Nee. Andere mensen lezen die boeken helemaal niet, dat vinden ze vreselijk. De grote angst van vriendinnen die affaires hebben gehad, is dat die in het boek terechtkomen. Ze roepen dan: ‘Dat ga je toch niet opschrijven?!’ Nu geloof ik niet dat die affaires Ger zouden interesseren, dus schrijf ik het niet op.”

Ik sprak een scenarioschrijver voor Goede Tijden Slechte Tijden die zich vaak liet inspireren door haar omgeving. Van tevoren dacht zij: ik ga hier vast trammelant mee krijgen. Het tegendeel bleek het geval: de inspiratiebron voor het karakter herkende zich er vaak helemaal niet in.

“Nou, mensen zeggen inderdaad dat ik alles verzin. Dan maak ik een uitje met een vriendin, zegt ze: ‘Ik ben zo benieuwd wat voor verhaal jij hier weer van maakt.’ Als ik erover vertel is het heel saai, maar als jij erover schrijft wordt het een heel avontuur.”

Zou u dat de ‘literaire verdichting’ noemen die onder uw blik ontstaat?

“Ja, misschien wel. Als ik met die vriendin ergens heen ga, ben ik zenuwachtig. Ik denk: ‘O straks kunnen we dat hotel niet vinden, want de tomtom doet het niet en dan moeten we ‘s nachts buiten slapen. Hoe moet dat nou?’ Ik ben enorm aan het piekeren en als we dat hotel uiteindelijk vinden, ben ik heel erg opgelucht. Maar dat hele avontuur maakt zij niet mee.”

U schrijft in 2000; ‘Zo gaat dat de hele dag: ik zie iets, ik wind me op, ik schrijf een fax aan Ger en dat kalmeert me dan. (..) Helaas heeft Ger niet het eeuwige leven. Ik moet me dus haasten om hem alles te vertellen, voordat het niet meer kan.’ Ger Beukenkamp is inmiddels 74, u faxt er nog steeds lustig op los?

“Het faxapparaat van Ger blies zijn laatste adem uit. En toen zei Ger: ‘Tja, we hebben nu computers, dus dan hang je het document als bijlage aan de mail.’ We zijn er overigens onlangs achter gekomen dat dat best vaak misgaat. We gingen ergens een borreltje drinken en ik vertelde hem ergens over en hij wist totaal niet waar ik het over had. Ik dacht: daar heb ik hem toch uitvoerig over gefaxt? Ja, hij reageert natuurlijk nooit op die faxen. Maar toen ontdekte ik dat die mail nooit was verstuurd. De laatste dag van elke maand stuurt hij mij een overzicht van de ontvangen faxen. Altijd ben ik er een of twee vergeten te versturen. Die stuur ik dan na.”

“Maar wat ook is veranderd, is dat ik inmiddels ben getrouwd.” Ze wijst naar beneden. “Met die man daar in de keuken. Ik heb dus iemand om tegenaan te praten. Ik was in die tijd dat ik aan die faxen begon werkloos, dus ik maakte niet zoveel mee. Ik voelde me zwaar mislukt en buiten de maatschappij staan. Dan moet je je levensgeluk ergens aan ontlenen. Dat was voor mij: verslag doen. Wat ik meemaakte kun je allemaal lezen: de omgang met vrienden en zo nu en dan een schilderklusje en poseren. Dat was het enige, maar nu heb ik een tamelijk druk leven. Ik ben schrijver geworden, les gaan geven en ik ben nu zelfs oma. Het is allemaal wat normaler geworden, dus ik hoef wat minder te ontlenen aan de faxerij. Het faxen aan Ger is minder een noodzaak en meer een luxe en plezier geworden.”

Is Ger ook een beetje verslingerd geraakt aan de faxen?

“Ger zou nooit zeggen als hij even wat minder faxen krijgt: ‘Dat is een groot gemis.’ Na 25 jaar ben ik er ook wel achter dat ik niet hoef te vragen of hij dat jammer vindt.’ Zet een nasale stem op: ‘Je hebt het druk hè. Nou, dan is het toch goed!’ Ik geloof dat Ger mij niet het gevoel zou willen geven dat hij dat zou missen, zodat ik me verplicht zou voelen om te schrijven. Ja, het is gewoon een wonderlijke vent.”

Kunt u zelf wel zonder?

“Dan lijkt het leven me eigenlijk zinloos. Er zijn toch dingen die je met anderen niet goed kunt bespreken. Ik denk bijvoorbeeld zeer veel na over de vraag: wanneer zou je geweld mogen gebruiken? Vervolgens denk ik: ‘Wat gek, ik denk hier nu ruim veertig jaar over na, ben ik er nou nog niet uit?’ En dan lees ik bijvoorbeeld George Orwell, die schrijft daar ook over. Ik denk: ‘Verrek zeg, boeiend, fantastisch!’ Dan kan ik wel tegen mijn man gaan zeggen: ‘George Orwell schrijft dit of dat’, maar Rob reageert met: ‘Boeiend. Dat zal ik ook eens lezen.’ Mijn vriendinnen interesseert dit soort zaken helemaal geen bal, zeker als ik er voor de tiende keer over begin, dus moet Ger hierover schrijven. Dan zeg ik: ‘Zus en zo en ik las dit van George Orwell en dan denk ik dit en ik geloof dat’.”

Ger reageert niet. U zou zich ook tot een ander kunnen richten?

“Maar voor wie zou ik het dan op papier zetten? Stel je voor dat ik zou moeten schrijven: Lieve tante Katrien, ik heb eens nagedacht dat over geweld. Ze zou denken dat ik gek was. Ger heeft de functie van mijn publiek.”

Wat heeft Ger dat tante Katrien niet heeft?

“Ik putte voor mijn fictieboeken veel uit mijn faxen. Soms dacht ik: ‘O ja hier heb ik ook wel eens over geschreven aan Ger – waar heb ik niet over geschreven aan Ger – maar dan heb ik geen zin om die stapels faxen door te werken, dus dan schrijf ik het opnieuw. Dat duurt vijf keer langer dan wanneer ik voor Ger schrijf. Voor Ger schrijven is zoiets als praten. Als ik een column schrijf, dan ben ik daar dagen mee bezig en dan vind ik nog weleens die fax aan Ger over hetzelfde onderwerp en dan is zo’n fax altijd beter geschreven dan dat gezwoeg voor de krant.”

Hij zorgt ervoor dat u precies de juiste toon aanslaat.

“Ja!”

Ik durf het bijna niet te vragen, maar wat als hij er niet meer is?

“Zijn ouders zijn gelukkig alle twee heel oud geworden en kerngezond gebleven, dus wie weet heeft hij de juiste genen. En daar kun je enorm over piekeren, maar mijn ervaring is dat het leven altijd totaal anders loopt dan je had voorzien.”

Ahum, u bent toch een piekeraar, waar haalt u anders de input voor die faxen vandaan?

Lacht: “Ja, dat is waar. Vroeger werd ik ook echt beroerd als Ger op vakantie ging. Dat is gelukkig niet meer zo.”

null Beeld

Non-fictie

Nicolien Mizee
Hoog en laag springen, Faxen aan Ger 4
Van Oorschot, €25,-, 448 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden