Plus Popmuziek

Nick Cave is de perfecte gastheer in het Concertgebouw

Er stond een vleugel op het podium, zondagavond bij Nick Cave in het Concertgebouw. Af en toe ging de zanger erachter zitten om iets te zingen, maar er werd vooral gepraat. ‘Vraag wat je wil, we zien wel waar we uit­komen.’

Nick Cave: ‘Zonder spiritualiteit zou mijn werk niet kunnen bestaan.’ Beeld AFP

Vraag vanuit de zaal, vroeg in de avond: “Bent u gelukkig?” Het publiek houdt de adem in. Het is nogal een vraag om te stellen aan iemand die in 2015 datgene meemaakte waarvan wordt gezegd dat het ’t allerergste is dat een mens kan overkomen.

Nick Cave (61) draait er niet omheen en zegt dat de dood van zijn zoon (de 15-jarige jongen stortte in 2015 onder invloed van lsd van een rots) echt alles heeft veranderd. “Ik dacht dat ik wist wie ik was, maar mijn oude zelf is compleet verwoest.”

Lijden en pijn

Melancholiek was hij zijn hele leven al, maar dit ging veel en veel dieper. “Toch heb ik de afgelopen drie jaar momenten van geluk ervaren die ik niet eerder had.” Meer dan ooit voelt hij zich verbonden met anderen, vertelt hij. En meer dan ooit voelt en begrijpt hij het lijden en de pijn van mensen.

Conversations with Nick Cave heet het programma waarmee Cave rond de wereld toert. Op het podium van het Concertgebouw staat een vleugel, waar hij af en toe achter gaat zitten om iets te zingen, maar er wordt vooral gepraat. De opzet is gelijk aan die van Cave’s internetproject The Red Hand Files: “Vraag wat je wil, we zien wel waar we uitkomen.”

Nick Cave, ooit een van de grote wildemannen van de popmuziek, is een perfecte gastheer. Hij is grappig en innemend, wisselt loodzware onderwerpen probleemloos af met lichte kost en is tegen iedereen even aardig. Ook de stellers van totaal onbegrijpelijke vragen laat hij in hun waarde. En op zijn vriendelijke verzoek laat vanavond bijna iedereen zijn telefoon in de binnenzak.

Iemand wil weten wat Cave de beste cover van zijn werk vindt. Hij hoeft er niet over na te denken: The Mercy Seat in de versie van Johnny Cash. Hij vertelt dat in zijn jeugd op de Australische tv The Johnny Cash Show werd uitgezonden. De tienjarige Nick Cave was geïntrigeerd: “Voor het eerst ervoer ik dat muziek ook evil kon zijn.”

Alles zat mee

Via een andere vraagsteller komt hij tot nog zo’n beslissend moment: de eerste keer dat hij, als tiener, Leonard Cohen hoorde. Alles zat Cave mee in zijn jeugd op het Australische platteland, fijne ouders, veel vrijheid, ga maar door, maar toch was er altijd die melancholie. “Ik dacht dat ik een freak was. De muziek van Cohen leerde met dat ik niet de enige was met zulke gevoelens.”

Religie duikt als vanzelf bij Cave vaak op in de conversatie. Hij is christelijk opgevoed en daar nooit meer van losgekomen, wat hij ook absoluut niet zou willen. De vraag of God wel of niet bestaat interesseert hem niet, maar de verhalen in de Bijbel zijn een blijvende bron van inspiratie. “Ik ben niet geïnteresseerd in de waarheid, ik ben geïnteresseerd in betekenis.”

Later zegt hij dat hij het geloof weliswaar heeft verlaten, maar dat zijn verlangen naar spiritualiteit nooit is verdwenen. “Zonder dat zou mijn werk niet kunnen bestaan.” 

Vraag van een mevrouw, die al een hele tijd staat te zwaaien: “U en ik zijn ongeveer even oud. Hoe vindt u het om ouder te worden en straks dood te gaan?”

Cave: “It sucks.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden