PlusOperarecensie

Neem een slaapmaskertje mee naar Nabucco door De Nationale Opera

Koor en solisten maakten indruk in Nabucco.Beeld Martin Walz

De opera ging in 1842 in La Scala in Milaan in première als Nabucodonosor. Dat Verdi het stuk schreef, was een wonder, want na de dood van zijn vrouw en twee jonge kinderen, tussen 1838 en 1840, had hij net besloten het componeren eraan te geven.

Gelukkig voor ons en de muziek­geschiedenis veranderde hij van gedachten en met Nabucco vestigde Verdi zich als het grootste opera­talent van Italië.

Nabucco is bekend door Verdi’s grootste hit, Va, pensiero alias het Slavenkoor, maar opvoeringen van de hele opera zijn in Nederland een zeldzaamheid. Bij De Nationale Opera moeten we zelfs terug tot de jaren zeventig, met Jan Derksen in de titelrol en Hans Vonk op de bok bij de Nederlandse Operastichting.

Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. Hoewel de opera vol zit met schitterende aria’s, ensembles en grootse koormomenten, is het verhaal vanwege de abrupte dramatische overgangen problematisch. Koppel dit aan de ziekmakend onverdraagzame teksten – het Oude Testament op zijn gruwelijkst – die de zangers in de mond worden gelegd en je hebt misschien een begin van een verklaring voor de relatieve verwaarlozing van het stuk.

“Verdrijf en vernietig de Assyrische horden,” zingen de Joodse maagden. “Dit vervloekte volk zal van de aardbodem worden weggevaagd,” zingt de Babylonische prinses Abigaille, doelend op de Hebreeërs. Met de herdenking van 75 jaar Auschwitz nog op het netvlies zijn dat toch zinnen die men ongaarne hoort.

Fundamentalisme

In de productie die DNO deze en de volgende maand op de planken zet, symboliseert regisseur Andreas Homoki de betonnen hardnekkigheid van religieus fundamentalisme door een dooraderde, emeraldkleurige dikke muur midden op de bühne te zetten, die beide partijen van elkaar scheidt. Maar doordat er vrijwel de hele opera lang niets anders is te zien dan dat ene decorstuk, verliest dat beeld al snel aan kracht.

Door in te zoomen op het conflictueuze drama van Nabucco en zijn beide dochters, van wie Fenena zich tot de Joodse god heeft bekeerd en haar zus Abigaille aanvankelijk trouw blijft aan de ‘valse god’ Baäl, compenseert Homoki iets van de regisseurs­onzin die met name de massascènes ontsieren. (Men valt, men staat weer op. Da capo al fine.)

Gelukkig was er ook nog de muziek. Het koor van DNO zong prachtig, al kreeg de zeer ervaren Maurizio Benini de zangers niet altijd in het gareel met het Residentie Orkest, dat in de bak iets te vaak nogal bleke, kleurloze klanken produceerde. Dit contrasteerde hevig met het aandeel van de solisten, van wie bariton George Petean als Nabucco, tenor Freddie De Tommaso als Ismaele, mezzosopraan Alisa Kolosova als Fenena, maar vooral sopraan Anna Pirozzi als de tragische Abigaille indruk maken.

Pirozzi’s neiging élke toon van onderen te benaderen en dan op te trekken leidt tot expressieve nivellering, maar haar dynamische beheersing, toonkleur, zuiverheid en volume maken al haar aria’s tot een groot genot om naar te luisteren.

Advies: ga, maar neem een slaapmaskertje mee.

Klassiek

Verdi-Nabucco
Door De Nationale Opera
Met Residentie Orkest/Maurizio Benini
Regie Andreas Homoki
Gehoord 27/1, Nationale Opera & Ballet
Nog te horen 30/1, 2, 5, 9, 12, 16, 19, 22/2

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden