Naar Oerol voor het ware eilandgevoel

In de aanloop naar het komende Oerol Festival - van 13 tot en met 22 juni - begint er langzaam iets te zinderen op Terschelling. Robert Wilson wordt de klapper van dit jaar. 'We worden ons bewust van onze eigen historie.'

Als een eiland een hart zou hebben, dan zou dat sneller gaan kloppen zodra Oerol nadert. Weken voor de start van het theaterfestival begint er iets te zinderen op Terschelling. Er nadert iets vanuit de verte. Onherroepelijk. In de straatjes van Midsland en West-Terschelling, in die van Oosterend en Hoorn hebben de mensen het al in april en mei over het bezoek van de beroemde Amerikaanse theatermaker Robert Wilson en over zijn samenwerking met Boukje Schweigman en Theun Mosk. Vast staat dat de voorstelling Walking de klapper van dit jaar wordt, die je gezien móet hebben.

De eilandcultuur is er een van ruwe bolsters, blanke pit. Van het buitenleven. Van sterke handen en een gelooide huid. Wie Terschelling zegt, zegt 'authentiek' en 'oorspronkelijk', die rept van 'identiteit' en 'volkscultuur'. Dat is een romantisch verzinsel, maar het is het beeld dat tientallen kunstenaars uit binnen- en buitenland, die Joop Mulder ieder jaar naar het eiland haalt, scheppen in hun voorstellingen en werkplaatsproducties. De laatste jaren werken zij intensiever samen met 'echte eilanders' en laten ze zich inspireren door waargebeurde eilanderverhalen.

Conservator Gerald de Weert van museum Het Behouden Huys op West-Terschelling ziet ze steeds weer verschijnen: theatermakers die in de archieven van het museum willen neuzen. Een stormloop wil hij het niet noemen, maar het komt wel in de buurt. ''Ze zoeken stukjes historie die ze kunnen gebruiken. Wij zetten ze op een spoor.''

''Uiteindelijk is men toch op zoek naar de kernwaarden van de eilandercultuur,'' constateert hij: romantiek, avontuur, eigenzinnigheid, nostalgie. ''Het rauwe leven. Het maritieme. Dat klopt ook wel, in de verte.''

Aan de andere kant van het eiland, bij Oosterend, maait veehouder Daan Pootjes het gras. Vorig jaar stond de productie Whoiswhowas-whoistocome van theatergroep De Maan bij hem op het erf, in de stallen. ''Neuh,'' mompelt Pootjes, terwijl hij de maaimachine even uitzet. ''Ik heb dat toneelstukje zelf niet gezien. Ik geef er niets om. Nooit gedaan ook. Maar ik draag het verder wel een warm hart toe.''

In de beginjaren van Oerol verfoeide hij het festival wel eens, want zijn huifkarverhuur lag dan dagenlang stil. Inmiddels weet hij dat het theaterfeest er helemaal bij hoort. ''Zonder kunnen we niet meer.''

Oerol is handel, dat ook. Een keer kreeg hij echt te maken met Oerolartiesten: vorig jaar. De mensen van het Franse Théatre du Centaure (die de paardenvoorstelling Cargo maakten en ook dit jaar weer op het festival zijn) wilden een Fries veulen van Pootjes kopen. De Belgische acteurs die op zijn erf speelden, tolkten voor de boer. ''Aardige mensen allemaal. Maar we zijn er helaas niet uitgekomen. Ze vonden mijn veulen te groot. Nou, volgens mij was hun piste eerder te klein.''

Diezelfde nuchtere houding jegens de kunstenaars die 's zomers over Terschelling uitzwermen, heeft Hjalles Mier uit Oosterend. Hij staat, geleund tegen zijn trekker, een shaggie te draaien. Oerol is hem de laatste jaren veel te commercieel geworden, zegt hij. ''Vroeger was het spontaner. Dan kon je met de kinderen op de fiets gaan zitten en kwam je altijd wel iets leuks tegen. Nu moet je een heel plan maken als je iets wilt zien en om zes uur in de rij gaan liggen.''

Maar, zo is Mier dan ook wel weer: ''Iedereen verdient iets aan Oerol''. Het 'Franse publiek' - ''stokbrood, een fles wijn en GroenLinks'' - heeft geld te besteden. Zelf 'verkoopt' Mier iedere zomer tien dezelfde fietsen. Die worden na afloop van het festival weer ingeleverd en kunnen het jaar daarop opnieuw 'verkocht' worden.

Sedric Hartendorp (28), eigenaar van de patattent in Formerum, is van een generatie die volledig met Oerol is opgegroeid - hij weet niet beter of het eiland transformeert in de zomer tien dagen lang tot een wereld waarin de verwondering regeert. Peer Gynt vindt hij, zoals zoveel eilanders, verreweg de mooiste Oerolproductie.

De doorsnee-Oerolganger krijgt volgens Sedric geen goed beeld van het échte leven op Terschelling. ''Ze denken dat we hier allemaal als Sil de Strandjutter leven of dat we allemaal een permanent Zwitserleven-gevoel hebben, maar het is hier ook gewoon hard werken hoor.''

Wat is het echte Terschelling dan wel? Sedric: ''In ieder geval niet GroenLinks. Wel een grote verbondenheid met de grond. Het feit dat je thuiskomt zodra je op de boot zit. Het sociale, het kleine, dat je veel van de mensen om je heen weet.''

Volgens Hannalien Goodijk, Oerol-vrijwilligster en uitbaatster van kledingzaak Bij de Lage op West-Terschelling, wordt de stoere kant van het eilandleven in voorstellingen te veel geromantiseerd. Maar de tendens om op zoek te gaan naar het authentieke, het eigene vindt ze niet typisch Oerol. ''Het speelt wereldwijd. Iedereen bezint zich op de eigen identiteit - tijdens Oerol valt dat alleen meer op.''

De trend om in Oerolvoorstellingen in te zoomen op het eilandleven, bevalt de Midslander beeldend kunstenaar Louis Hagen wel. ''Het moet ook gebeuren, anders wordt het festival helemaal zo'n Amsterdamse aangelegenheid.'' Natuurlijk schuilt er niet in iedere eilander een fanatieke jutter en gaat er bijna niemand nog met paard en wagen op pad, maar toch klopt het romantische eilandbeeld dat wordt geschetst wel, vindt Hagen. ''Dat geïsoleerde, het authentieke, het ruwe, dat is hier zo. Of je nou wilt of niet, het eiland ligt zo afgelegen dat die dingen hier goed beschermd zijn.''

De eilander en kunstenaar kan zich goed voorstellen dat Terschelling een grote inspiratiebron is. De elementen, de ruimten, de horizon, de verten, de zee: ze zetten allemaal aan tot weemoedige bespiegelingen over bijvoorbeeld de nietigheid van de mens in het universum. Dat theatermakers daarbij wel eens in herhaling vallen, zowel qua vorm (wapperende doeken, aangespoelde flessen, droeve blaasorkestjes) als wat de inhoud betreft, is volgens Hagen onvermijdelijk. ''Mensen willen ook in herhaling vallen. Dat vinden ze fijn. Komen en terugkomen. Dat is waar het allemaal om gaat. En een beetje weemoed is toch best mooi?''

De blik van de buitenstaander op de eilandercultuur werkt ook verkwikkend, vindt museumconservator Gerald de Weert. Een vreemde weet soms snel en diep tot de kern door te dringen. ''De kunstenaars laten ons het eiland zien. Het is alsof we in een spiegel kijken. We worden ons bewust van onze eigen historie. Lang niet alles klopt, maar dat geeft niets. Oerol is voor Terschellingers een prikkel om weer eens over zichzelf na te denken. En ach, is kunst daar eigenlijk ook niet voor bedoeld?'' (KIRSTEN VAN SANTEN)

Oerol Festival: 13 tot en met 22 juni. www.oerol.nl

Oerol Festival Beeld
Oerol Festival
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden