Plus Interview

Na een bewogen jaar keert Cornald Maas terug: ‘Op de begrafenis kon ik niet om Arcade heen’

Na een bewogen jaar waarin hij de eerste Nederlandse Songfestivalzege in 44 jaar meemaakte en zijn vader verloor, keert Cornald Maas terug op televisie met Volle Zalen. ‘Tijd is kostbaar geworden.’ 

Cornald Maas: ‘Als een soort Don Quichotte heb ik altijd voor het Songfestival gevochten.’ Beeld Erik Smits

Vraag Cornald Maas semi-serieus of het nieuwe seizoen van Volle Zalen ook nog een vleugje Songfestival bevat en hij dreunt uit het blote hoofd op: “Huub van der Lubbe heeft ooit een Songfestivallied geschreven, Mijn hart kan dat niet aan uit 1998. Loes Luca heeft het Nationaal Songfestival ­gepresenteerd en Ivo van Hove stuurde me tijdens de halve finale van Duncan Laurence in Tel Aviv een bericht: ‘Dat ene camerashot klopt niet.’ Ik heb hem nog tijdens de uitzending ­geantwoord: ‘Maak je geen zorgen. Komt goed.’

Aan het einde van een voor hem tumultueus verlopen jaar portretteert Maas voor het cultuurprogramma ook Freek de Jonge, Alex ­Klaasen, Jack Wouterse en Herman Finkers. ­Allen mensen die op een kruispunt in hun loopbaan staan, zegt hij. “Dat viel me pas achteraf op: op Klaasen na zijn het allemaal zestigplussers die zich realiseren: de tijd die ons nog rest is niet oneindig. Wat willen ze met de laatste fase van hun loopbaan? Hoe richten ze zich op de dingen die er echt toe doen? Ook ik heb op mijn 57ste last van die kwestie: je moet nu echt beslissingen nemen. Tijd is kostbaar geworden.”

Welke beslissing moet u nemen?

“Wat ik echt het liefste doe en volgens mij ook het beste kan, is interviewen. Dat past naadloos bij mijn karakter. Ik ben nieuwsgierig naar ­andere mensen, stel altijd uit mezelf vragen en zou graag die gesprekken vaker op tv voeren. En schrijven is het tweede. Het maken van het boek over mijn moeder (Ach kind toch uit 2018) is me geweldig goed bevallen. Dat gaat, ik weet nog niet hoe, een vervolg krijgen.’’

Waar Maas niet over twijfelt, is zijn bemoeienis met het Eurovisie Songfestival. Hij is behalve commentator van de tv-uitzendingen ook lid van het comité dat de Nederlandse kandidaat selecteert. Zodoende was hij nauw betrokken bij de inzending van Duncan Laurence, die in mei in Tel Aviv won. Vorige week kondigde Maas een documentaire aan die de weg naar de zege vastlegt.

Hoe belangrijk is het voor u dat Nederland na 44 jaar eindelijk weer won?

“Ik heb er, in het vliegtuig terug vanuit Tel Aviv, een paar stiekeme tranen om gelaten. Ik zat naast Ilse DeLange en we dachten hetzelfde: wow, het is gelukt. Als een soort Don Quichotte heb ik altijd voor het Songfestival gevochten.

In ‘framend’ Nederland heeft me dat best wat imagoschade opgeleverd, maar ik heb er altijd in geloofd, in de relevantie en de verbindende kracht van het festival.”

Leed u onder die periode dat Nederland het niet goed deed?

“Lijden is wat zwaar, maar het was niet altijd leuk, nee. In eigen land kreeg ik meewarige blikken: heb je hem weer met zijn Songfestival. En ik voorspel je: als we over een paar jaar de finale weer eens missen, zijn we er vast als de kippen bij om te roepen dat we niet meer moeten meedoen. Ik maak me geen illusies over de Song­festivaltrouw in ons land.”

“Maar we hebben ook wel echt donkere jaren gekend. Ik ben vaak genoeg met een inzending meegereisd waarvan ik vooraf al wist dat we kansloos zouden zijn. Een voorbeeld? Ik wist dat het met de Toppers en Sieneke al heel moeilijk zou worden de finale te halen.”

Toch horen we u elk jaar zeggen dat het ­weleens heel goed kan gaan uitpakken voor Nederland.

“Dat was vaak tegen beter weten in. Je moet ­rekenen: ik ben daar deel van een team. Dat ­vereist soms diplomatie. Ik ga ter plekke onafhankelijk te werk, maar een Songfestival is echt anders dan een WK voetbal. Daar kan iedere commentator zonder problemen zeggen hoe laag ze de kansen van Oranje inschatten of dat de coach niet deugt. Bij een Songfestivallied, dat afhankelijk is van smaak, kun je niet vier weken van tevoren zeggen: dat wordt niks. Als ik dat doe, heb ik gedonder met de artiest, de entourage en de omroep.”

“Ik heb het vaak met buitenlandse commentatoren besproken: ze doen het allemaal op ­dezelfde manier. Over het lied van Sieneke bleef ik uiteindelijk maar herhalen dat ‘het mooi wel de enige in zijn soort was’.”

U bent voor de editie in Rotterdam aangesteld als creatief adviseur. Wat gaat u precies doen?

“Ik beslis niets, maar schuif aan waar men mijn expertise denkt te kunnen gebruiken. Toevallig vergader ik morgen mee over de bekendmaking van de uitslag. De vraag daarbij: is de balans in de uitzending tussen jurypunten en kijkerstemmen wel juist? De televoting wordt nu tekort ­gedaan. Zo leek Zweden dit jaar in de beeld­vorming de nummer 2. Italië is heel dicht achter Nederland geëindigd, maar speelde op tv geen enkele rol. Ik heb wel ideeën hoe we dat straks kunnen ondervangen.”

Wie ziet u de presentatie in Ahoy doen?

“Ik gun het Jan Smit heel erg. En voordat ze naar RTL overstapte leek Eva Jinek me een gedroomde kandidaat. Ze combineert gein met allure, kan improviseren en spreekt uitmuntend ­Engels. Een presentator hoeft niet per se alles te weten over het festival, vind ik. Wel moet je grensoverschrijdend durven denken. Het gaat er toch om de beste mensen op de beste plekken te hebben?”

Dus: niet moeilijk doen over een gezicht van de commerciëlen op een feestje van de publieke omroep?

“Wat maakt dat nou uit? De kijkers van de commerciële zenders horen er ook bij. Dat verbroedert en verbindt alleen maar meer. Ik vind het volkomen terecht dat AvroTros zichtbaar wil zijn. Die omroep heeft het Songfestival ­gedragen, maar verder moet je omroeppolitiek ontstijgen. Je hebt als land maar één keer de kans om het goed te doen. Ik hoop ook op een beetje Hollandse bravoure en een vleugje ­improvisatie, niet alles vanaf de autocue. Ik keek laatst naar Linda de Mols Miljoenenjacht. Wat is dat eigenlijk ongehoord goed. Hollandse, poehaloze charme en gezelligheid, empathie voor de kandidaten en een geweldige opbouw van de spanning. Dat soort kwaliteiten moet je ook hebben in die uitzending.”

U ergert zich aan presentatoren die zich te pas en te onpas aanbieden.

“Nou ja, die ergernis wordt nogal uitvergroot. Zo’n rancuneuze muts ben ik niet. Maar ik denk bij sommige mensen wel: kom op, je maakt een leuk vlog, maar dat is echt iets anders dan het Songfestival presenteren. Dat is een ongekend ingewikkelde en zware klus! Dan heb ik het niet over Nikki Tutorials trouwens. Ik twitterde naar aanleiding van haar bericht, maar vind haar echt geestig. We hebben elkaar al snel daarna gesproken. Dat was prima.”

“En wat je ook kon verwachten: er dienen zich allerlei mensen aan die nooit ene mallemoer hebben gegeven om het festival en, sterker nog, er regelmatig op hebben afgegeven. Voor types die het ooit een kermis of een circus hebben genoemd, heb ik een olifantengeheugen. Waarom meld je je nu ineens aan, vraag ik me dan af.”

Hoe moeten we het muzikaal aanpakken in 2020? Nederland staat meteen in de finale. Zijn er al veel kandidaten?

“Het is echt niet zo dat iedereen zich maar aanbiedt. Waarschijnlijk juist omdat we het, nu we gewonnen hebben, niet meer beter kunnen doen. Maar dat komt goed. Het belangrijkste is het vasthouden van onze koers: kiezen voor kwaliteit, voor een onderscheidend geluid.”

“Ik was heel blij met de woorden van Eric van Stade, directeur van AvroTros. Die zei heel ­duidelijk: ‘We moeten weer willen winnen.’ Die ambitie is hooggegrepen, maar terecht. Nederland moet niet eindigen zoals Oostenrijk, ­Oekraïne, Portugal en Israël, de laatste vier ­organiserende landen, die niet beter scoorden dan een 23ste plek.”

U kwam afgelopen mei in euforie terug uit Tel Aviv. Dat gevoel sloeg nog geen halve dag later volledig om.

“Toen ik de dag na terugkomst wakker werd, zag ik dat mijn zus een aantal keer had gebeld. Ik probeerde haar te bereiken, maar kreeg geen ­gehoor. Toen belde mijn broer: ‘Pa is overleden.’ Surrealistisch en onherroepelijk het einde van dat fijne gevoel. Terwijl op mijn telefoon nog steeds felicitaties binnenkwamen vanwege het Songfestival, ben ik naar Brabant vertrokken om mee te helpen bij de uitvaart.”

Hoe was de band met uw vader?

“Goed. Mijn moeder sprak ik misschien vaker, maar juist in de week van het Songfestival stuurde hij me elk dag een bemoedigend bericht. Het mooiste daarvan: ‘De winst is jou ook gegund.’ Die appjes heb ik op de uitvaart nog voorgedragen. En ik heb Arcade gedraaid. Dat ging niet anders. Mijn vader en zijn tweede vrouw Toos vonden het ook een prachtig lied. Zo is Arcade op een merkwaardige manier met veel grote emoties verweven.”

Volle Zalen, vanaf komende dinsdag wekelijks om 20.25 uur op NPO 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden