PlusInterview

Muzikant Benedict: ‘Ik hoop dat mensen troost putten uit mijn liedjes’

Onder de naam Benedict debuteert de Amsterdamse muzikant Martijn Smits met een album vol persoonlijke nummers. Een groot deel gaat over een steekpartij waar hij twintig jaar geleden slachtoffer van werd.

Martijn Smits: ‘Toen ik uren later naar buiten liep, wachtte hij me op en stak hij me bijna meteen in mijn buik.’ Beeld Daniel Cohen

Toen hij afgelopen weekend zijn album aan familie en vrienden presenteerde in het Zonnehuis in Noord, waren daar ook de oude kameraden van Martijn Smits (38) uit het Brabantse Someren. Hoewel de mannen elkaar de laatste jaren weinig spreken, is er nog altijd die ene nacht die hen verbindt. Die nacht waarin Smits een mes in zijn buik kreeg gestoken en die twintig jaar later een grote inspiratie vormde voor zijn debuutalbum.

Tijdens het concert, waarbij Smits onder zijn artiestennaam Benedict de nummers van You Can Tell Me ­Nothing That I Should zong, vertelde hij over de impact die de steekpartij nog altijd heeft. Eigenlijk was hij helemaal niet van plan het onderwerp op het album zo groot te maken, maar bijna als vanzelf bleken veel liedjes terug te grijpen naar die avond in 1999.

Na de presentatie nam Smits zijn oude vrienden mee de kroeg in. Net als toen ging de biertap rijkelijk open. “De jongens waren verrast dat die steekpartij me nog zo bezighield,” zegt hij. ”Voor hen gold dat veel minder. Ze zijn, toen bleek dat ik goed zou herstellen, weer doorgegaan met hun leven. Daar was ik dan weer een beetje verbaasd over.”

Lever geraakt

Smits vertelt dat hij die avond eigenlijk helemaal geen zin had om naar het café te gaan. Hij had een bijbaantje in de kassen en was moe. Toch liet hij zich overhalen. Someren kende in die jaren een gemoedelijk café waar nagenoeg alle jeugd tussen de 16 en de 20 zich op zaterdagavond meldde.

Daar stond de vriendengroep aan de bar toen een onbekende jongen om vloei vroeg. Smits stak hem als grap een tientje toe. Toen de jongen ermee vandoor ging en Smits poogde zijn geld terug te krijgen, ontstond er een opstootje. De kroegeigenaar zette de jongen uiteindelijk zijn café uit. Smits: “Toen ik uren later buitenkwam, wachtte hij me op. Hij riep me. Toen ik naar hem toe zwalkte, stak hij me bijna meteen in mijn buik. Mijn ­lever werd flink geraakt.”

De dader werd opgepakt en kreeg een celstraf. Smits herstelde, op een flink litteken na, volledig. Maar toch: “Eigenlijk heb ik het in die jaren erna nooit helemaal kunnen loslaten,” zegt hij. “Ik bezocht een haptonoom en een psychiater, hoopte het te hebben verwerkt, maar tijdens het schrijven van de liedjes doken de beelden van toen toch in de tekst op.”

De steekpartij heeft, zo constateert hij nu, zijn leven in twee delen gesplitst. “In de jaren erna begon ik het ‘alles-of-nietsgevoel’ steeds meer op te zoeken. Tot die tijd was ik een vrij doorsnee Brabantse jongen, mensen omschreven me als een vrolijke joker. Nu wilde ik het leven in al z’n hevigheid ervaren. Een laffe baan zoeken en dan het leven een beetje uitzitten, dat zou mij dus niet overkomen. Ik wilde geen tijd meer verspillen.”

Relatie verbroken

Smits vertrok naar Amsterdam en werkte bij een marketingbureau. In zijn vrije tijd zong hij in een coverband. De interesse in muziek bleef groeien. Zou hij niet zelf nummers kunnen schrijven? De vraag bleef zich opdringen. “Uiteindelijk heb ik mijn baan opgezegd en ben op zolder gaan zitten om liedjes te maken.

Hij verdiepte zich in muziektheorie en bekwaamde zich op de gitaar. Met multi-instrumentalist Mart Jeninga werkte hij aan de demoversies van zijn eerste liedjes. Waar het toe zou leiden? Dat wist hij niet. Totdat hij dertig werd. “Ik had een serieuze relatie; een vrouw met wie ik dacht honderd te worden. Maar het was teveel. De muziek, de relatie, de freelance klussen waarmee ik mijn geld verdiende. Ik voelde dat ik moest kiezen. En ik kon het niet aan mezelf verantwoorden om níet op volle kracht met de muziek verder te gaan.”

The War on Drugs

Als vrijgezel schaafde hij in de jaren die volgden met Jeninga, en later ook producer Pieter Vonk, aan de liedjes die nu You Can Tell Me Nothing That I Should vormen. Behalve over de steekpartij gaan ze ook over verloren liefde. Zeer persoonlijk dus. En allerminst vrolijk. Drumpartijen lijken soms geleend van de Amerikaanse ­indierockband The War on Drugs, Smits’ eikenhouten stem doet soms denken aan die van Nick Cave. “Toch hoop ik dat mensen er troost uit putten,” zegt hij.

Of de plaat de opofferingen waard is geweest? Smits twijfelt. Een andere vraag dan: komt er een vervolg? ­“Absoluut. Ik heb al een paar nieuwe liedjes. Ik kan niet wachten tot ik straks weer de studio in kan om er meer te schrijven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden