PlusInterview

Museumdirecteur Wayne Modest over kolonialisme en het teruggeven van kunst

Amsterdam, Tropenmuseum, 10-02-2021, Wayne Modest, nieuwe directeur Tropenmuseum Beeld Nina Schollaardt
Amsterdam, Tropenmuseum, 10-02-2021, Wayne Modest, nieuwe directeur TropenmuseumBeeld Nina Schollaardt

Wayne Modest is sinds begin dit jaar inhoudelijk directeur van het Museum van Wereldculturen. ‘Door terug te gaan naar de esthetiek van dingen kun je omgaan met het koloniale verleden.’

De 48-jarige Wayne Modest is geen vreemde in het museum, want hij was al hoofd van het curatorial department van het Tropenmuseum dat samen met het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika Museum in Berg en Dal het Nationaal Museum van Wereldculturen vormt.

Het moet vreemd zijn om inhoudelijk directeur te worden van een museum dat gesloten is.

“Een groot deel van ons werk is gericht op het contact met het publiek. Dus voor ons als museum voelt dat een beetje vreemd, maar het is iets waar we mee moeten leven. Gesloten zijn maakt ook deel uit van de zorg voor elkaar, wat essentieel is.”

“Een van de redenen waarom ik denk dat deze tijd belangrijk is, is dat we ons nu realiseren dat er achter de schermen ook nog van alles gebeurt. Het onderzoek naar en het denken over tentoonstellingen of programma gaat gewoon door. We bereiden ons voor op de volgende openingen, al weten we niet wanneer die zullen zijn.”

U komt van Jamaica en werkte hiervoor in Engeland.

“Ik ben in 2010 naar Nederland gekomen. Daarvoor werkte ik in het Horniman Museum in Londen, dat erg publieksgericht is. In Jamaica studeerde ik aanvankelijk scheikunde. Via conservering belandde ik in de museumwereld. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in de materialiteit van dingen. Dat begon zich langzaam te verplaatsen naar vragen als ‘waarom hebben we museale objecten?’ Zo ben ik naar Nederland gekomen, om museologie te studeren. In Jamaica deed ik promotieonderzoek naar de rol van musea in relatie tot slavernij en kolonialisme in de Caribische context, ook met betrekking tot hedendaagse kunst.”

Dat is nogal ver verwijderd van scheikunde.

“Het lijkt iets heel anders, maar voor mij was een van de interessante dingen aan opgroeien in het Caribisch gebied, dat het koloniale verleden er altijd aanwezig is.”

Was u zich daar als kind al bewust van?

“Ik ben opgegroeid met reggae. Dan word je automatisch geconfronteerd met vragen over ongelijkheid en hoe dat verband houdt met kolonialisme. Een van mijn favoriete artiesten is Burning Spear. Zijn nummers bevatten vaak maar zeven woorden, maar hij stelt daarin wel vragen over de geschiedenis. En ik zong vroeger zelf veel. In mijn studententijd zat in een koor dat internationaal optrad. We deden van alles, van Beethoven, Bach en Mozart tot Bob Marley, Peter Tosh en Caribische volksmuziek. Muziek over leven en dood en rituelen die versmolten zijn met de koloniale geschiedenis.”

Het zijn spannende tijden voor musea met koloniale geschiedenis.

“Het benadrukt voor mij hoe belangrijk een instelling kan zijn. We staan niet los van de publieke discussie over hoe we rekening moeten houden met het koloniale verleden. We zijn van essentieel belang voor die discussie omdat we onderdeel zijn van de geschiedenis. Dus het is spannend en het vergt van ons dat wij onze rol opnieuw bedenken, om onderdeel te zijn van het gesprek over kolonialisme en de gevolgen ervan.”

Veel Europese landen overwegen voorwerpen terug te geven aan de landen van herkomst.

“De afgelopen jaren is veel veranderd. In ons eigen museum hebben we een raamwerk ontwikkeld hoe teruggave eruit zou kunnen zien, met een reeks criteria voor hoe we objecten kunnen repatriëren. Als museum zijn we een nationale instelling. We beheren de collectie, maar de staat is eigenaar. We hebben als museum gezegd dat we repatriëring verwelkomen. Ik denk dat alle musea deel uitmaken van een koloniale logica en het Tropenmuseum was het koloniale museum van Nederland. Dus we hebben een bepaalde verantwoordelijkheid om te kijken naar hoe kolonialisme onze collecties heeft gevormd. De koloniale situatie was complex, omdat we weten dat koloniale relaties niet gelijkwaardig waren. Zelfs als iets een geschenk is, moet je je afvragen onder welke omstandigheden het werd gegeven.”

Kunnen we nog genieten van de esthetische kwaliteit van een object uit Indonesië of uit andere voormalige koloniën?

“Zeker. Er zijn dingen gestolen of op dubieuze manieren in het museum terechtgekomen. Wij nemen onze verantwoordelijkheid om herkomst­onderzoek te doen aan de collectie en moeten rekening houden met dat verleden. Maar dit museum is ook belangrijk omdat we moeten erkennen dat kunst, schoonheid, design, esthetiek en geschiedenis mondiaal zijn. Musea nodigen mensen uit te proberen esthetische keuzes van anderen te begrijpen. Ze verschillen misschien van de onze, maar zijn niet minder. Door terug te gaan naar de esthetiek van dingen kun je omgaan met het koloniale verleden. Door te kijken naar wat mensen vroeger mooi vonden. Daar kunnen wij ook vreugde in vinden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden