Museum Willet-Holthuysen is weer in oude staat

De boeken staan op de plek waar ze ooit stonden en het tapijt ligt weer waar het hoort. Museum Willet-Holthuysen keert terug naar de grandeur waarin het schatrijke echtpaar leefde, nu honderdtwintig jaar geleden.

'We willen de kamers en ruimten weer terugbrengen in het huis zoals het was in 1896.' Beeld Eva Plevier

Abraham - Bram voor intimi - Willet zit in zijn kamer, rechtsboven in het pand aan de Herengracht 605, vlakbij de Amstel, languit op zijn groene chaise longue. Hij tuurt naar buiten, over de tuin en het koetshuis, dan weer werpt hij een blik op het boek op zijn schoot.

Hij leest over familiewapens of over nog te maken reizen naar Rome en Parijs, terwijl hij zijn arm uitstrekt naar een volle bierpul en een slok neemt. Zijn vrouw Louisa Holthuysen bladert in haar eigen vertrek door een modetijdschrift, terwijl ze Pollux of Minetje, slechts een paar van haar hondjes en katten, haar kinderen, achter de oren kriebelt.

Je kunt het bijna voor je zien. Lopend door de hoge kamers en lange gangen van het grachtenpand, waar het schatrijke en kinderloze echtpaar Willet-Holthuysen met drie man personeel en een heleboel huisdieren woonde tot eind negentiende eeuw, lijkt het alsof ze elk moment de kamer binnen kunnen lopen.

Niet nieuw meer
De kleuren van de stoffering zijn hier en daar wat vervaagd, er zit een barst in het pleisterwerk en hier en daar zitten wat franjes los. Zoals het tapijt in de balzaal op de beletage: bleekgroen in plaats van zachtgroen, maar wel door het stel op de kop getikt in Parijs. En niet voor een prikkie.

Dat niet alles meer als nieuw is, neemt het museum, beheerd door het Amsterdam Museum, voor lief, zegt hoofdconservator Annemarie den Dekker. "We willen de kamers en ruimten weer terugbrengen in het huis zoals het was in 1896."

Levensgenieter en dandy Willet (1825-1888), zoon van een arts, trouwde met de wat afstandelijkere en vermogende Holthuysen (1824-1895), dochter van een koopman. Beiden waren mecenas voor jonge kunstenaars en Willet stond als oprichter van Arti et Amicitiae volop in het Amsterdamse culturele leven.

Testament
Na haar overlijden liet de wat vereenzaamde vrouw het pand met volledige inboedel na aan de stad, niet uitzonderlijk in die tijd. Wel bijzonder was de bibliotheek met de boeken die haar man door de jaren heen had verzameld. Daarom besloot Amsterdam het huis met alles erin te bewaren en het pand open te stellen als museum -een voorwaarde uit het testament.

De tuinkamer. Beeld Eva Plevier

Het pand veranderde echter met de tijd mee en de oude stijl moest wijken voor nieuwe functies. Zo vestigde in 1929 het Kunsthistorisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam zich er op de eerste verdieping. Ook ideeën over hoe een museum eruit moest zien, veranderden. Den Dekker: "Lang werd de late negentiende eeuw de 'lelijke tijd' genoemd. Waren de tapijten en meubels van Parijse firma's toen je van het, later verdween het allemaal naar depots."

Plafondschildering
De kamers werden een representatie van verschillende eeuwen. De herenkamer, waar de kunstschouw plaatsvond, werd bijvoorbeeld achttiende-eeuws ingericht, met een plafondschildering van Jacob de Wit, afkomstig uit een ander pand.

Inmiddels wordt ook die 'lelijke' periode weer gewaardeerd en het museum besloot zes jaar geleden de woning in ere te herstellen. Met daarbij ook aandacht voor het personeel. "Het was een beetje Downton Abbey, al was het minder strikt gescheiden. De kok ging mee op reis en het personeel kreeg cadeaus voor de kinderen met kerst."

Meevaller
De eerste conservator, Frans Coenen, stelde in 1896 een catalogus samen waarin alles in het huis is benoemd en geplaatst. Een meevaller, want zelfs van de provisiekamer is duidelijk hoeveel borden er in de kasten stonden.

De echtelijke sponde van het echtpaar Willet-Holthuysen. Beeld Eva Plevier

Ook de boeken in Willets vertrek konden op precies dezelfde plek teruggezet worden. Overigens niet zonder risico. "Het was passen en meten, opdat het niet te zwaar wordt voor de oude ruimte."

Dit jaar bestaat het museum honderdtwintig jaar en is het voor een groot deel gerenoveerd. "De meeste meubels zijn getraceerd, uit het depot gehaald en teruggeplaatst." Maar er staat meer op de wensenlijst, zoals de tuinkamer. Zodat net als destijds de vrouw des huizes, onder een met bloemen en druiven beschilderd plafond aan een kopje hete thee kan nippen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden