Plus Portret

Museum De Lakenhal is na grondige verbouwing weer strak en helder

Museum De Lakenhal in Leiden heropent na een grondige verbouwing. Het stadspaleis is in oude luister hersteld en uitgebreid met een prettige nieuwe vleugel.

Topstuk van De Lakenhal, Het laatste oordeel van Lucas van Leyden, is duidelijker opgesteld. Beeld Ronald Tilleman

Je loopt in één rechte lijn van de toegangspoort naar Het laatste oordeel (1527) van Lucas van Leyden. Dat was vroeger wel anders. Om het topstuk van De Lakenhal te bereiken moest je over een rommelig binnenplein, door hokkerige zaaltjes en een claustrofobische gang. De heldere centrale as die het Leidse museum nu heeft maakt in één klap duidelijk dat de restauratie van de afgelopen tweeënhalf jaar meer is geweest dan achterstallig onderhoud.

Armlastig

Woensdag is de officiële heropening door koning Willem-Alexander. Het publiek is welkom vanaf Donderdag, 380 jaar na de eerste steenlegging voor de Laecken Halle. Het stadspaleis functioneerde toen als keurhal voor laken, een wollen stof die wereldwijd verhandeld werd.

In 1874 werd er een stadsmuseum in gevestigd maar na een uitbreiding in 1921 stond het gebouw min of meer te verkrotten omdat de armlastige gemeente onderhoud noch update kon betalen. En dat terwijl het museum beschikt over een topcollectie met werk van onder andere Rembrandt, De Stijl-voorman Theo van Doesburg en renaissanceschilders.

Aan de huidige transformatie is een proces van tien jaar voorafgegaan. De collectie werd geïnventariseerd en gedigitaliseerd, de missie herschreven en de organisatie herordend. In 2017 gingen de deuren dicht voor de eigenlijke verbouwing, die €26,6 miljoen euro heeft gekost maar binnen budget en op tijd is afgerond.

Het Britse Julian Harrap Architects en Happel Cornelisse Verhoeven Architecten hebben het gebouw ontdaan van alle bouwkundige ruis die over de tijd was ontstaan. Het voorplein, sinds 1992 illegaal overkapt, is weer open en de roomkleurige verf is van de gevel gehaald. De volgebouwde achterplaats is nu een met glas overdekt, stralend middelpunt. De trap die hier sinds 1872 toegang gaf tot het museum is verplaatst naar de oostzijde en daar perfect ingepast.

Brede, oude doorgangen zijn gedicht en gesloopte muren teruggezet om de verhoudingen in de zalen te herstellen. Oorspronkelijke ramen zijn weer terug, vaak voorzien van luiken in het originele rood. De armmoedige schrootjesvloer is vervangen door stoere planken. Alle techniek is onzichtbaar weggestopt in plafonds en wanden, maar verder worden alle ingrepen open en bloot getoond waardoor het verleden van het gebouw zichtbaar is.

Spelen op de vleugel

De geschiedenis van de stad Leiden komt aan bod in de collectieopstelling, niet chronologisch maar gevat in zeven verhalen. In de meeste zalen staan ladekasten met stoffen, foto’s en doe-opdrachten voor kinderen. Volwassenen mogen op een vleugel in de modernistische zaal de favoriete muziek spelen van Nelly van Doesburg, pianist en vrouw van Theo van Doesburg.

Het werk dat elf hedendaagse kunstenaars in opdracht voor het museum maakten, mengt zich met zeven eeuwen kunst, kunstnijverheid en geschiedenis. Het nieuwe Van Steijn Gebouw voegt 420 vierkante meter expositieruimte toe, waardoor de vaste collectie niet meer hoeft te wijken voor tijdelijke tentoonstellingen. Het zijn twee prettige zalen met een informeel ogende granitovloer en aangenaam bovenlicht.

Dit is geen naar binnen gekeerde white cube maar een museum over en van de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden