Recensie

Moszkowicz weet zijn boek boven het werk van collega's uit te tillen (***)

Na eerder onversneden autobiografische boeken te hebben gepubliceerd, debuteert Bram Moszkowicz nu als fictieschrijver. Maffiamaat heet zijn eerste roman, en het is een thriller. Op de achterflap wordt gemeld dat dit het eerste deel van een trilogie zal zijn, en Maffiamaat wekt zeker de nodige verwachtingen.

Bram MoszkowiczBeeld anp

Hoofdpersoon Benjamin Mendel maakt een ontwikkeling door. Aan het begin van het boek is hij een advocaat, en ook nog een zeer beroemde advocaat. Dat is hij al vijfentwintig jaar, en hij weet misschien veel, maar één ding weet hij na al die jaren niet, en op de eerste bladzijde wordt meteen uitgelegd wat dat is: '[...] hij heeft duivels bijgestaan, engelen en doodnormale mensen als hijzelf, en nog steeds weet hij niet wat gerechtigheid betekent.'

Al snel is deze Mendel geen advocaat meer; hij wordt om redenen die niet helemaal duidelijk worden, geschrapt van het tableau. Je zou denken dat zijn wereld instort, en in zekere zin is dat ook zo, maar aantrekkelijk aan dit personage is dat hij altijd zin in het leven blijft houden. De omgeving kan in brand staan, maar hij geniet van de dag in zijn ­dure auto met Vivaldi uit de speakers.

Mendel is in zekere zin een gespleten figuur. Aan de ene kant houdt hij van de hectiek en het grootstedelijke, aan de andere kant verlangt hij naar rust. Die rust lijkt hij in het Zeeuws-Vlaams plaatsje Sluis te vinden, waar hij min of meer toevallig belandt. Hij koopt er in een opwelling een oude boerderij met een schuur: 'Die schuur kan hij verbouwen. Daarin kan hij kantoor houden. Sober doch stijlvol.'

Dat is natuurlijk een zeer zonnige kijk op de toekomst. Het zal dan ook anders lopen. Moszkowicz koppelt het verhaal van de gewezen advocaat aan een ontvoeringsgeschiedenis. Aanvankelijk lijkt Mendel daar niets mee te maken te hebben, maar een oude cliënt roept zijn hulp in.

In het universum van Maffiamaat blijkt vrijwel iedereen elkaar te kennen: ontvoerde en ontvoerders, kinderen van de advocaat en kinderen van boeven, en vriendinnen van de advocaat en handlangers van de ontvoerders. Dat lijkt erg toevallig, en dat is het ook, maar Moszkowicz heeft dit decor nodig om de verdere neergang van Mendel te schetsen, die steeds meer opschuift naar de wereld van de misdadigers, hij wordt in letterlijke zin een maffiamaat.

Maar nu komt het subtielste element van deze thriller: je kunt je afvragen of hier werkelijk sprake ís van een neergang. Geleidelijk krijgt Mendel steeds meer grip op het begrip ­gerechtigheid. In zijn nieuwe hoedanigheid als maffiamaat geeft hij zichzelf zelfs een opdracht: 'Hij moet het goede in de wereld ondersteunen en het slechte in de hand houden. Buigen naar zijn eigen wil.'

Het is werkelijk aantrekkelijk gedaan. Moszkowicz schreef zijn roman in de modieuze grammaticale tegenwoordige tijd en met een soms minder subtiel gebruik van de vrije indirecte rede - we kruipen wel erg fluks in de gedachten van de personages. Maar zo gaat de gemiddelde thrillerschrijver in Nederland te werk. Moszkowicz weet zijn boek boven het werk van veel van zijn collega's uit te tillen door die fascinerende hoofdpersoon, die op de laatste bladzijden zelfs als een half-criminele strijder voor gerechtigheid kan worden beschouwd. In elk geval heeft hij al een wapen: 'De kolf lijkt wit, maar in het maanlicht zie je er allemaal verschillende kleuren in.' Dat is toch een erg fraaie slotzin. Op naar het volgende deel.

Beeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden