PlusBoekrecensie

Mohammed Benzakour is wonderlijk én schunnig

De acht verhalen spelen zich vermoedelijk in Noord-Afrika af, maar plek en tijd van handeling blijven vaag. Beeld Getty Images/Angel Villalba

Mohammed Benzakour en Annelies Verbeke schreven onlangs in de Volkskrant een bezorgd pleidooi voor het korte verhaal. ‘Een verhalenbundel uitbrengen in Nederland betekent commerciële zelfmoord,’ schreven Verbeke en Benzakour, waarna de laatste de strop alvast om zijn nek legde.

De ogen van Fadil is niet zijn eerste boek. Eerder publiceerde Benzakour (1972) onder meer een roman, een literair portret van zijn moeder, gebundelde columns en bespiegelingen, en een ‘Berbers spreekwoordenboek’. De ogen van Fadil is zijn eerste verhalenbundel. Acht verhalen die zich vermoedelijk in Noord-Afrika afspelen, maar plek en tijd van handeling blijven vaag. Allemaal ‘van ondergeschikt belang’, zoals de verteller van het titelverhaal duidelijk maakt. Alleen uit sommige details maken we op dat we ons in rurale, warme, islamitische streken bevinden. Maar cultuur en geloof zijn hoogstens onderdeel van een aansprekend decor, ondergeschikt aan de tijdloze vertellingen, die soms sprookjesachtig zijn, soms anekdotisch, soms allebei.

In veel van de verhalen is een klassieke verteller aan het woord: ‘Het is nu tijd, beste lezer, om u wat nadere informatie te verschaffen over deze opmerkelijke man.’ Die ouderwetse, plechtige en mild-komische verteltoon is goed getroffen. Vrijwel alle verhalen worden verteld door een sympathieke alwetende stem, losjes maar autoritair, tegelijk een ouderwetse verteller en een licht verbaasde spreekstalmeester die het wonderlijke karakter van zijn vertellingen benadrukt.

Verboden seks

‘Wonderlijk’ kunnen we trouwens vaak opvatten als een eufemisme voor ‘schunnig’ of op zijn minst ‘expliciet’. In veel van de verhalen speelt verboden seks (al dan niet met ezels) een belangrijke rol. Er is ook een terugkerende bijrol voor uitwerpselen. Die, laten we zeggen sterk aardse taferelen, gevat in eloquente, welluidende zinnen, spreken soms tot de verbeelding, maar zijn regelmatig ook vrij flauw. Poep- en plasgrappen werken op papier nou eenmaal zelden écht goed, en de maffe verwikkelingen in De ogen van Fadil ontstijgen lang niet altijd het niveau van een melige anekdote.

Het is niet toevallig dat het beste verhaal van de bundel géén vunzige plannetjes, bespiedingen of handelingen bevat. Hamin, hoofdpersoon en titelheld van De meloenkampioen, helpt met zijn meloenobsessie een heel dorp in de vernieling, en legt onbedoeld de kiem voor een adem­benemende tovervallei. Het is misschien wel het wonderlijkste verhaal van allemaal, maar de onverklaar­bare gebeurtenissen overtuigen meteen, omdat Benzakour precies het juiste evenwicht tussen verbeelding en werkelijkheid, tussen magie en realisme, vindt. De magie is bovendien origineel, vrij van de sprookjesachtige clichés, vette knipogen of al te ondubbelzinnige wijze lessen van de minder geslaagde verhalen.

Schitterende rijkdom

‘Een goed kort verhaal is een vak apart,’ schreven Benzakour en Ver­beke in hun pleidooi. ‘Het omvat de puurste vorm van vertelkunst.’ Met De ogen van Fadil onderbouwt Benzakour die stelling overtuigend. In de verhalen waarin hij er niet in slaagt de flauwe anekdote te ontstijgen, laat hij zien hoe ongelooflijk moeilijk het is een tegelijk luchtig en gedenkwaardig kort verhaal te schrijven. Op zijn beste momenten laat hij de schitterende rijkdom van het genre zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden