PlusBoekrecensie

Moeder van Jonathan Safran Foer schrijft moedig memoir

Esther Safran Foer onderstreept met de memoir Ik wil je laten weten dat we er nog zijn het belang van de zoektocht naar en het maken van een verhaal. 

Gedenkplaats bij verdwenen Oekraïense sjtetl Trochenbrod.Beeld Vanished World

‘Kinderen kunnen voor hun ouders muren afbreken en deuren openen,’ schrijft Esther Safran Foer (1946). De debuutroman van haar zoon, schrijver Jonathan Safran Foer (1977), gaf haar aanknopingspunten om te schrijven over haar verborgen familiegeschiedenis in de memoir Ik wil je laten weten dat we er nog zijn. De meeste familieleden kwamen om bij de Holocaust.

In Alles is verlicht (2002) schreef Jonathan Safran Foer over zijn zoektocht naar ene (fictieve) ‘Augustine’ die zijn Joodse grootvader heeft geholpen met onderduiken. Jonathan vond echter niets, dus verwerkte hij de reis naar het fictieve sjtetl Trachimbrod (gebaseerd op het bestaande, verdwenen Trochenbrod) in een fictieboek dat ‘losjes was gebaseerd op de luttele details die we kenden over onze familiegeschiedenis’. Door de roman, die een wereldwijde bestseller werd, meldden zich bronnen met informatie over Trochenbrod en/of over de familie.

Massagraf

Hoe begin je een verhaal waarin de meeste familieleden die worden aangehaald op gruwelijke wijze zijn vermoord? En hoe begin je een verhaal als moeder van een bestsellerauteur die wereldwijd beroemd is om onder meer zijn stilistische kwaliteiten? Esther begint onomwonden, in klare zinnen, over de onduidelijkheden rondom haar geboortedatum – haar vader liet de documenten een paar keer vervalsen om de kansen op een betere toekomst te vergroten.

Haar vader, Louis of ‘Leibel’, was afkomstig uit de Oekraïense sjtetl Trochenbrod, dat ondertussen geheel is weggevaagd, en haar moeder Ethel uit Kolki. Toen begin juli 1941 de Duitsers met parachutes uit de lucht kwamen, sloeg Ethel op de vlucht.

Ze verliet het ouderlijk huis om met vier vriendinnen oostwaarts te gaan, achter het terugtrekkende Sovjet­leger aan. De achterblijvende familieleden werden door de Duitsers naar een getto gebracht en na een jaar bijna allemaal aan de rand van een massagraf geëxecuteerd.

Louis was vanuit het sjtetl Lysche met zijn vrouw en dochter ook naar een getto gedreven, maar werd soms buiten het getto te werk gesteld door de nazi’s. Zo ook op de dag dat zijn gezin, familie, vrienden en buren werden vermoord tijdens een massa-executie. Hij vluchtte het bos in en vond onderdak in de schuur van een boerenfamilie.

Louis hertrouwde met Ethel en samen kregen ze een dochter, Esther, en gingen ze op zoek naar een nieuw bestaan. Na veel omzwervingen ­kwamen ze in Amerika terecht, waar Louis op 40-jarige leeftijd zelfmoord pleegde en zijn vrouw, een zoon en de achtjarige Esther, achterliet. ‘Hij was alsnog gedood door de oorlog die hij ternauwernood had overleefd,’ schrijft Esther.

Obsessie

Omdat haar vader, ‘een enigma’, weinig vertelde over de oorlog en vrijwel alle familieleden dood zijn, werd het achterhalen van haar geschiedenis een soort obsessie voor Esther: ze herinnert zich anekdotes over nietszeggende voorvallen, want over het onderliggende leed werd niet gesproken. Er zijn weinig aanknopingspunten, veel gaten. Een terugkerend thema is: hoe maak je een narratief op pakweg niets?

Esther greep zo ongeveer alles aan om informatie te verzamelen. Van online dna-databanken tot een reis met oudste zoon, journalist en historicus Frank, naar Oekraïne. Dat levert wisselend interessante informatie op. Soms maakt de auteur te weinig onderscheid tussen hoofd- en bij­zaken. Ontmoetingen met leuke verwanten in Amerika zijn in de persoonlijke sfeer misschien van belang, maar niet voor een lezer. De reis die Esther met Frank maakt, is dat wél. Daar ontmoeten ze in Lysche de kleinkinderen van het gezin dat haar vader hielp onderduiken. Tijdens dat bezoek ontdekt ze ook de naam van de vermoorde dochter uit het eerste huwelijk van haar vader – haar halfzus – Asya. ‘Ze had lang zwart haar en speelde graag met een bal op het veld,’ vertelt een oude dame haar.

Huiveringwekkend

Soms is er niet meer dan een naam nodig om een dode tot leven te wekken. Ze stuit op weinig levensomvattende verhalen, maar af en toe hoort ze een belangwekkend detail of een alledaagse anekdote. Zo is er toch iemand om te herdenken en te herinneren; een aanknopingspunt.

Indrukwekkend is het bezoek van Esther, Frank en een delegatie verwanten van Trochenbrod aan de massagraven waar de geëxecuteerde familieleden liggen. Ze steken een nieuwjaarskaart met een foto van de huidige familie Safran Foer in een scheur in het graf onder het mom van ‘laten weten dat we er nog zijn’. Een huiveringwekkend, prachtig gebaar, waarmee ze het gewicht van de zoektocht en het belang van het maken van een verhaal, onderstreept.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden