PlusInterview

Modeontwerpster Iris van Herpen: ‘Succes moet je niet teveel nastreven’

De show van Iris van Herpen (rechts) tijdens de Fashion Week in Parijs, afgelopen januari. Beeld EPA

Ze combineert het fijnste handwerk met experimentele technieken. De kunstzinnige creaties van Iris van Herpen (36) worden gedragen door Beyoncé, Björk, Cate Blanchett, Lady Gaga en Miley Cyrus. ‘Bij hen komt mijn werk tot leven.’

Kijk hoe het glinstert, opspat, hoe het golft, van vorm verandert, ongrijpbaar is en doorzichtig. En dat dan te vatten in een jurk. Weinig mensen zouden op de gedachte komen een kledingstuk van water te maken, maar dat is precies wat Iris van Herpen wilde. Het moment vangen van een golf die tegen een lichaam spat. Onmogelijk? Met een tang, lijmpistool, polyethyleentereftalaatglycol, doorzichtig acryl, zilverdraad en eindeloos, eindeloos veel geduld ging ze aan de slag.

Haar Waterdress zag het licht tijdens de modeshow Crystallization in 2010, met luid applaus en internationale bewondering tot gevolg. Zoals zij al tien jaar applaus, bewondering en prestigieuze prijzen oogst met baanbrekende ontwerpen die een mix vormen van innovatieve technieken als 3D-printen en ouderwets vakmanschap. Haar werk is niet alleen op de catwalk te zien, maar ook in topmusea van New York tot Tokio en wordt gedragen door filmsterren en popiconen.

“Ik heb een drive om het onhaalbare te doen,” zegt ze vanuit haar ontwerpstudio aan het Amsterdamse IJ. “Water is altijd al een inspiratiebron geweest vanwege de ongrijpbaarheid en de hoeveelheid vormen dat het kan aannemen. Ik wilde met onmogelijk materiaal toch creëren. De drijfveer, de fantasie is er. Je gaat de uitdaging aan en vanuit failures creëer je weer nieuwe ideeën en mogelijkheden.”

Het universum van Van Herpen is er een van verwondering, magie, grenzeloosheid. Als een moderne alchemist knutselt ze – het liefst samen met kunstenaars uit andere disciplines – net zo lang met stoffen en materialen tot ze een perfecte samenstelling heeft gevonden om iets te maken wat nog niet bestaat. Inspiratie komt uit de natuur, elektriciteit, beweging. Uit de onderwaterwereld, veren, zeepbellen, micro­scopisch kleine diertjes. Hoe mooi alles in elkaar steekt. “De natuur heeft in mijn werk een brede invloed, ze helpt me verder, puur door naar de processen te kijken, hoe dingen zich ontwikkelen, groeien, veranderen. Die never ending force. Alles is in de natuur al zo goed en prachtig gevormd door miljoenen jaren evolutie, je hoeft het eigenlijk alleen maar te zien en te vertalen naar design.”

Kunst en wetenschap

Haar honger naar kennis reikt zo ver dat ze te rade gaat bij biologen, wetenschappers, astronomen, architecten. Enkele malen bezocht Van Herpen het instituut Cern in Genève, waar fundamenteel onderzoek wordt gedaan naar elementaire deeltjes. “Kunst en wetenschap gaan allebei over het verruimen van je blikveld en het creëren van nieuwe manieren van kijken. Daar komen mooie gesprekken uit voort.”

Ze legt de laatste hand aan een collectie voor de Paris Fashion Week, die ditmaal digitaal plaatsvindt. Door corona zijn alle reguliere shows afgelast. “We presenteren wel wat nieuw werk, maar veel minder dan normaal. Alles wordt gefilmd en online gebracht, maar het is al niet mogelijk om te werken met meerdere modellen. Het creatieve proces heeft niet plaats kunnen vinden zoals normaal. Onze Italiaanse leveranciers gaan pas in september weer open.”

Ook de voorbereidingen van het Met Gala in New York, het belangrijkste mode-evenement van het jaar, kwamen stil te liggen. Normaal gedijt Van Herpen prima op verandering, zegt ze, maar de abrupte lockdown zette wel heel plotsklaps een dikke streep door het creatieve proces. Weg flow. “Als je daar middenin zit en wordt belemmerd, is dat heel vervelend. Daar heb ik mezelf echt overheen moeten zetten.”

Beeld AFP

Hoe verloopt dat dan, dat geheimzinnige scheppingsproces, beginnend bij nul en eindigend met de presentatie van een nieuwe haute-couturecollectie voor de verzamelde wereldpers? Wie een tipje van de sluier opgelicht wil hebben, kan Van Herpen aan het werk zien in video’s op haar website. Bedachtzaam, met geconcentreerde blik, te midden van haar medewerkers, voelend aan stoffen, plooiend, knedend. Startpunt is altijd het materiaal. “Bij de meeste ontwerpers is dat de laatste stap, zo leerde ik het ook op de academie: eerst inspiratie zoeken, dan je concept bepalen, tekenen, kleuren uitkiezen en dan pas je materiaal. Dat werkt voor mij averechts. Op die manier interesseert het mij gewoon niet, het past niet bij mijn persoonlijkheid. Ik heb een organisch proces nodig.”

In het experimenteren met materiaal gaat de meeste tijd zitten. Voor een leek zijn de processen nauwelijks te volgen. Bij het maken van de jongste collectie, Sensory Seas, is bijvoorbeeld gebruikgemaakt van labyrint-techniek, zo verklapt Van Herpen voor de fijnproevers op haar site.

Wol, glas, aluminium, zijde, leer, kunststof, materiaal uit laserprinters van de TU Delft, het wordt samengesmolten, geborduurd, ragfijn geknipt, geverfd, geweven: alles wat maar nodig is om die onnavolgbare look te creëren. “De hele studio gaat daar dan in op,” zegt Van Herpen. “Soms hebben we een eerste monster dat er helemaal niet uitziet, maar waarvan duidelijk is dat het potentie heeft. Dan weet je: als we dit nog vier rondes van verfijning geven, dan hebben we iets wat we nog nooit eerder hebben gedaan. Dát is wat we willen.”

Komt het vervolgens aan op ‘drapen’, vormgeven, dan gebeurt dat intuïtief. “Ik vergelijk het weleens met een dans van mijn handen met het materiaal. Het sculpturale proces is een belangrijk onderdeel. Het ligt dicht bij beeldhouwen, het lichaam is het canvas waar ik laagje voor laagje omheen bouw.”

Creatief gezin

Van Herpen groeide op in Wamel, een dorp in de Betuwe met uitzicht over de Waal, in een creatief gezin. Haar moeder gaf balletles, haar vader werkte bij het waterschap. Oma hield van toneel en had een zolder vol kostuums, hoeden en pruiken, waar ze uren zoet was. Televisie was er thuis niet, evenmin als tijdschriften.

Waarom was dat zo? Ze haalt haar schouders op. “Gewoon een voorkeur van mijn ouders, die vonden het niet zo nodig. Ik kan me niet herinneren dat er hele filosofieën achter zaten. Ik heb van jongs af aan geleerd mezelf te vermaken. Ik denk dat dat nu een stuk moeilijker is, nu het gebruikelijk is altijd maar een iPad op schoot te hebben. Wij hadden een grote tuin en speelden graag bij het water. Ik ben blij dat ik zo heb kunnen opgroeien, met ouders die me hebben gestimuleerd lekker bezig te zijn, ook met mijn handen. Ik heb vioolles gehad, tekenles, dansles. Ik denk dat dat de basis is geweest van de beslissing naar de kunstacademie te gaan.”

Beeld Michel Zoeter

Wie Van Herpen hoort praten, ziet eerder het bedeesde meisje uit Wamel dan de gelouterde ontwerper die op handen wordt gedragen door artiesten als Beyoncé, Björk en Lady Gaga. Het etaleren van succes is aan haar niet besteed. “Uit samenwerken met anderen haal ik energie,” zegt ze terughoudend als haar wordt gevraagd naar het belang van beroemdheden in haar portfolio. “Het werk komt tot leven, om het klassiek uit te drukken. Het krijgt een nieuwe identiteit door de vrouwen die het belichamen. Dat is altijd iets onvoorspelbaars en moois. Voor mij is het werk pas echt af als het bij iemand anders terechtkomt, als het wordt gedragen.”

In het lot geloven

Haar succes, zegt ze, was niet een kwestie van uitstippelen, van plannen. “Het is gegaan zoals het is gegaan. Je kunt in het lot geloven, wat ik niet zo erg doe, of je realiseren dat alles om je heen constant invloed heeft op wie je bent. Ouders, vrienden, mijn omgeving hebben voor een groot deel bepaald wie en waar ik nu ben. Ik heb kansen gekregen die ik niet zomaar voor lief zou moeten nemen.”

“Vanuit de academie werd erop aangedrongen een aantal jaar bij een bedrijf te werken voordat je er überhaupt over zou moeten denken iets voor jezelf te beginnen. Ik ben direct in het diepe gesprongen, met mijn eigen collecties, zonder enige dekking, investering, zonder geld te hebben. Dat stukje naïviteit is ook belangrijk geweest. De risico’s die ik neem, steeds maar weer die duik in het onbekende – dat hoeft niet altijd goed te gaan. Daar moet ik ook niet te veel over nadenken. Misschien is het belangrijk dat je niet te veel succes nastreeft. Als het komt, is het fijn, maar als het niet goed gaat, is het misschien zelfs waardevoller.”

Hoe het verder moet? Gek genoeg, zegt ze, heeft ze dankzij de lockdown meer tijd gehad zich te bezinnen. “Ik denk dat dit voor veel mensen een periode is om open te staan voor nieuwe ideeën,” zegt Van Herpen. “Het is een tijd van verdieping.” Ze was al een tijd bezig meer partners te zoeken op het terrein van duurzaamheid, en warempel, het lijkt van de grond te komen.

Beeld RV

Op dat gebied valt nog wel een wereld te winnen, is haar overtuiging. In de confectie-industrie is een rigide systeem ontstaan van overproductie, lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden. “Als ik de cijfers moet geloven, is meer dan de helft van wat gemaakt wordt overproductie. Het is onvoorstelbaar hoeveel kleding er per seizoen wordt vernietigd. Dan moet er weer iets nieuws komen. Het is zo gegroeid, voor niemand is het ideaal, niet voor de brands, niet voor de winkels en niet voor de klanten. Dat idee van dat nieuwe, wat alleen op dat moment interessant is, daar moeten we vanaf.”

Massaproductie

Het mooie van háár tak van sport, vervolgt ze, is dat die regelrecht ingaat tegen massaproductie. “De cliënten bepalen zelf wat ze mooi vinden uit de collectie en wat ze willen hebben. Je maakt wat wordt gevraagd. Het is de puurste en simpelste vorm. Er zou een systeem moeten komen waarin ook bij ready to wear op die manier wordt gewerkt, dat er pas iets wordt gemaakt als de vraag er is. Dat is mogelijk als we andere werkwijzen toepassen; in theorie zou je zo zelfs van de hele overproductie af kunnen.”

Ook haar eigen specialisme, het experimenteren met duurzame materialen, de baanbrekende nieuwe technieken, kan de kledingindustrie een stap verder helpen. “Dat is geen abstracte route, het is heel concreet. Die kennis kunnen we delen, het zou zonde zijn haar voor onszelf te houden. Daar zit onze meerwaarde – al ben ik maar een minispeler in het geheel. Het gaat ook om het inspireren van mensen om je heen, laten zien: het kán met andere technieken, het kán met duurzame materialen.”

Bescheiden glimlach. Als geen ander weet ze: het ogenschijnlijk onhaalbare, het onmogelijke, het kán. Ze heeft het laten zien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden