Plus Interview

Modeontwerper Fong Leng: ‘Als ik niet werk, ben ik niet happy’

Negen kunstenaars en instellingen zijn genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst, de grootste cultuurprijs van de hoofdstad. Modeontwerper en kunstenaar Fong Leng is een van de kanshebbers.

Fong Leng: ‘Je wordt nooit rijk van het werk dat ik doe. Wel rijk van geest.’ Beeld Eva Plevier

Het zijn drukke tijden voor Fong Leng. Ze werd anderhalf jaar door camera’s gevolgd voor de documentaire Diva Fong Leng, die morgen in première gaat op het Nederlands Film Festival (begin volgend jaar te zien bij AvroTros), modejournalist Milou van Rossum werkt aan een biografie, begin dit jaar kreeg ze een lintje. Fong Leng, schaterend: “O ja, dat was ik alweer vergeten! Al die aandacht: het is leuk, het is leuk, het is leuk. Maar het is ook wel vermoeiend.”

En dan is ze nu ook nog eens genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst, in de categorie ­‘bewezen kwaliteit’: volgens de jury zijn huidige ontwerpers als Bas Kosters en Viktor en Rolf duidelijk door haar geïnspireerd. “Ik zie vaak vormen of lijnen van mij in hun werk terugkomen. Dat vind ik prachtig, dat de jongere generatie iets aan mijn werk heeft gehad. Als ik in de winkels kijk, zie ik ook vaak dingen hangen die lijken op mijn ontwerpen. Nu zie je bijvoorbeeld weer heel veel bloesjes en pantalons met dieren erop, dat deed ik natuurlijk veel vroeger. Heel leuk om te zien.”

Fong Leng maakte in de jaren zeventig en tachtig furore met haar mode: vooral haar leren mantels met applicaties van tropische dieren en planten zijn bekend, regelmatig gedragen door haar muze Mathilde Willink. Ze runde Studio Fong Leng in de P.C. Hooftstraat, de winkel waar alle hippe Amsterdamse kunstenaars en muzikanten tot diep in de nacht champagne nipten, en organiseerde spectaculaire modeshows met dansende modellen en klassieke muziek, disco en soul.

Een modelegende wordt Fong Leng vaak genoemd – en dat vindt ze geheel terecht. “Ik heb iets gepresteerd. Ik heb stampij gemaakt en daar hebben de jongelui van nu nog plezier van. Daar ben ik hartstikke trots op. Destijds had je Max Heymans, Dick Holthaus, Frans Molenaar: de grote boys tegen wie ik opkeek. Zij zeiden: dat vrouwtje houdt het nog geen maand uit op de P.C. Hooftstraat.” Schaterend: “Ik zat er meer dan twintig jaar!”

Aan pensioen moet Fong Leng niet denken: ze werkt volop, al heeft ze de mode verruild voor meer toegepast werk zoals kussens, brillen­hoezen en colliers. De meeste tijd is ze kwijt aan het maken van ‘schilderijen’ van leer, zijde en ­suède, met wederom haar kenmerkende taferelen vol slangen, tijgers, olifanten en planten. “Ik werk iedere dag, ook in het weekend. Dat vind ik heerlijk. Als ik niet werk, ben ik niet happy. Ik ben natuurlijk verliefd op mijn werk: ik houd ervan om het ontwerp uit te denken, de kleuren bij elkaar te zoeken, en het dan te creëren. Als ik weer iets nieuws heb neer­gezet, maakt me dat heel erg blij.”

Wat kenmerkt uw werk?

“Kwaliteit. Wat ik maak is niet zomaar iets: met zo’n groot schilderij, met al die kleine elementen, ben ik zo twee jaar bezig.”

Fong Leng loopt naar een van de grote leren schilderijen die in haar woonkamer hangt. “Kijk daar eens goed naar. Wat zie je?” Een groep Chinees ogende mannetjes op paarden, die over een landschap razen. “Ze zijn natuurlijk op de jacht. Maar het leuke is: ze hebben allemaal een beestje bij zich om te jagen: de een heeft er een op zijn schoot, maar er zit ook een beestje op een kussentje, achter op een paard. Dat zijn allemaal leuke, grappige details in zo’n schilderij. Die humor kenmerkt mijn werk.”

Hoe manifesteert u zich in Amsterdam?

“Ik woon en werk hier in het centrum – en ik heb natuurlijk een enorme geschiedenis met Amsterdam vanwege mijn winkel in de P.C. Hooftstraat, dat ligt voor de hand. En ­trouwens… Amsterdam is voor mij Amsterdam. Ik houd van Amsterdam! Ik wandel heel graag door de stad, over de Haarlemmerdijk, even een winkeltje in piepen. Heerlijk. Ook heel leuk om te zien: al die jongeren die reizen en met hun rugzak op hun rug gezellig door de stad ­lopen en een patatje eten, of een haring. Die mensen zijn gelukkig, en daar word ik weer geluk­kig van. Begrijp je? Dat is mijn ­Amsterdam.”

Kunst in Amsterdam moet inclusiever vindt wethouder Meliani; hoe gaat u daaraan bij­dragen?

“Tsja, daar zeg je iets. Mijn klantenkring bestaat uit diverse mensen, maar ik maak natuurlijk wel werk dat je niet zomaar voor duizend euro op een tentoonstelling kan zetten. De mensen die mijn kunst kopen, zijn verzamelaars. Of die nou Van Goghs verzamelen, of Fong Lengs, dat kan je niet sturen – die emotie moet er nou eenmaal zijn. Alleen, ik ga mijn oor niet afsnijden.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Wat een rare vraag! Bij godswil ben ik er dan nog. Tot die tijd ga ik gewoon door. Creëren, creëren, creëren. Dat is mijn vak.”

Het prijzengeld bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen?

“Met dat geld kan ik weer even verder, natuurlijk. Kijk: je wordt nooit rijk van het werk dat ik doe. Wel rijk van geest, dat wel, en dat is ook belangrijk! En ik heb ook wel wat leuke plannen: ik zou heel graag een keer de Zijderoute willen doen, om nieuwe ideeën op te doen.”

Lees ook: AFK-directeur Annabelle Birnie: ‘De Amsterdamprijs heeft geen politiek doel’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden