Portret van genomineerde Duran Lantink voor Amsterdamprijs voor de Kunst 2020.

PlusInterview

Modeontwerper Duran Lantink, het geweten van de mode-industrie

Portret van genomineerde Duran Lantink voor Amsterdamprijs voor de Kunst 2020.Beeld Eva Plevier

Modeontwerper Duran Lantink is genomineerd voor de Amsterdamprijs voor de Kunst, in de categorie Stimuleringsprijs. ‘Duurzaamheid moet de kern zijn van alles.’

 De vaginabroek die zangeres Janelle Monáe droeg in de videoclip van PYNK gaven ­Duran Lantinks internationale bekendheid een enorme boost. Miljoenen YouTubekijkers zagen in 2018 de roze, ronde broek met flappen. Een jaar later was hij te bewonderen in het Centraal Museum in Utrecht. Ondertussen zat Lantink (1987) niet stil en bleef hij ‘mode met een geweten’ ontwerpen. Met zijn recyclecollecties ageert hij tegen de verspilling in de kledingbranche, waar dagelijks tonnen onverkocht textiel worden vernietigd. En in een Robin Hoodachtige collectie combineerde hij gestolen items van Zara en H&M tot nieuwe stukken waarvan de opbrengst gaat naar ­sweatshoparbeiders in Bangladesh.

Uit het juryrapport: ‘Je zou Lantinks werk kunnen beschouwen als een grote kritiek op de mode-industrie, maar tegelijk is het over­duidelijk dat Lantink van mode houdt: zijn ontwerpen zijn zo innovatief en aanstekelijk dat ze de kracht en de mogelijkheden tonen van een nieuwe manier van denken.’

Wat kenmerkt uw werk?

“Ik werk met collagetechnieken. Mijn ontwerpen zijn een mix van afgedankte high-end ­designstukken van grote merken als Gucci, Louis Vuitton en Balenciaga. Daarnaast werk ik altijd samen. Soms met multibrandstores, maar ik heb ook een samenwerkingsproject gedaan met transgender sekswerkers in Zuid-Afrika, de Sistaaz of the Castle. En nu doen we iets met De Spelers, outsider artists met het syndroom van Down. In november hebben we een evenement in de Hermitage.”

Wat betekent Amsterdam voor u?

“Ik was de afgelopen jaren veel in het buitenland en Amsterdam is mijn veilige thuishaven. Dat is al zo sinds mijn achttiende, toen ik hier kwam wonen om naar de Rietveld Academie te gaan en later het Sandberg Instituut. Daar werd ik vrijgelaten om te doen wat ik wil en werd ik serieus genomen. Daarnaast heeft het Amsterdamse nachtleven me gevormd. Ik merkte dat ik me goed kon ontwikkelen op plekken die niet direct worden gezien als safe spaces.”

Wat is volgens u de grootste uitdaging voor de hedendaagse mode-industrie?

“Transparantie. Iedereen heeft het over duurzaamheid en hergebruik, maar iedere keer popt er weer iets op uit het verleden wat is fout gegaan en treedt de cancel culture in werking. Het is dweilen met de kraan open. Over duurzaamheid moet je niet alleen praten. Dat moet de kern zijn van alles: een keiharde voorwaarde en geen onderwerp van discussie.”

U heeft gewerkt met onder anderen Janelle Monáe en Billie Eilish. Met wie zou u nog meer willen werken?

“Hedy d’Ancona! Ik heb haar een paar dagen geleden voor het eerst ontmoet maar ben ­obsessed met haar. Zij is 82 en zo fantastisch. Hoe ze praat, haar levensverhaal. Het zou te gek zijn om samen iets te doen, als zij mijn ­muze kon zijn. Hopelijk kan ik binnenkort een diner­afspraak met haar maken.”

U heeft museale tentoonstellingen gemaakt en stond in de finale van de prestigieuze LVMH-prijs. Wat betekent meer voor u?

Het is onvergelijkbaar. Maar die expositie ­maken in Utrecht was te gek. Je creëert je eigen wereld die je helemaal naar je eigen hand kunt zetten. Hij blijft bovendien een aantal maanden staan, terwijl een modeshow toch een momentopname is. Ik wil in de toekomst meer installaties bedenken, bijvoorbeeld bij W139. Ik haal er veel voldoening en energie uit.”

Wat is het grootste misverstand over uw vak?

“Dat mode toegepaste kunst zou zijn en over massaproductie gaat. Het is juist een van de ­belangrijkste kunstvormen: iedereen draagt kleding, we zijn er de hele dag mee bezig. De ­nadruk is echter komen te liggen op commercie en marketing. Het zou mooi zijn als ­Amsterdam een modemuseum krijgt, vergelijk­baar met Antwerpen, waar mode op een andere manier getoond en bediscussieerd kan worden.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Ik krijg die vraag steeds vaker en hij is steeds lastiger te beantwoorden. Zeker in deze tijd waarin het rebels is om verder dan twee weken vooruit te kijken. Als kind wilde ik hoofdontwerper van Chanel worden. Een eigen lijn met hergebruikte Chanelkleding, dat lijkt me nu wel wat.”

Het prijzengeld van de Amsterdamprijs bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u ermee doen als u wint?

“We proberen een nieuwe vorm te vinden voor een collectie met de Sistaaz of the Castle. Niet iets eenmaligs, maar iets wat ze zelf verder kunnen ontwikkelen. Een deel van het geld zou daarheen gaan. De rest zou ik gebruiken om direct te gaan werken met kledingfabrieken en hun tonnen onverkochte kleding die anders in de verbrandingsoven belanden, te gebruiken voor een collectie. De prijs zou me ook in staat stellen onafhankelijk van investeerders te blijven opereren.”

De shortlist

De winnaars van de ­Amsterdamprijs voor de Kunst, de grootste cultuurprijs van de stad, worden 26 oktober in ITA bekend­gemaakt. De zeven genomineerden:

1. Shishani Vranckx

2.Duran Lantink

3.Salim Bayri

4.Oscam

5.Jungle By Night

6.Mezrab

7.Jennifer Tee

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden