Plus

Modemerk Died: wereldwijd succes én 24/7 lol. ‘We konden niet stoppen’

De vrolijke producten van het Nederlandse merk Died brengen op z’n minst een glimlach teweeg en verkopen momenteel als een tierelier. Nieuw werk, gemaakt op een zelfgebouwd weefgetouw van sloophout, is te zien op het Fashion + Design Festival Arnhem. ‘We zijn geëxplodeerd sinds corona.’

Marieke Holthuis en Diederik Verbakel: de creatieven achter Died. Beeld Louise te Poele
Marieke Holthuis en Diederik Verbakel: de creatieven achter Died.Beeld Louise te Poele

Diederik Verbakel (44) en Marieke Holthuis (46) zijn de creatieven achter Died, een merk dat naast kleding ook tekeningen, maskers en accessoires maakt. Als Bright White Studio doen ze consultancy voor internationale modebedrijven en maken ze kostuums. ­Onlangs nog voor vier voorstellingen van Introdans tijdens de Piano Biënnale.

In september kreeg vooral Verbakel landelijke bekendheid met het boek So Selfish, waarin zijn kunstzinnige zelfportretten zijn gebundeld. Een hobby die ooit begon tijdens een vakantie in Thailand, melig van de tot zwanen en olifanten gevouwen handdoeken die hij elke dag op zijn bed aantrof. Verbakel zette ze op zijn hoofd en nam er foto’s mee in de badkamerspiegel.

Door de vele enthousiaste reacties werd zijn hobby steeds serieuzer. Er volgde een Rembrandt-, Picasso- en Karel Appel-serie. Holthuis kroop inmiddels achter de camera, speciale ­outfits werden gemaakt, ze reisden ervoor naar Brazilië en Mexico. Het plaatje moet tegenwoordig helemaal kloppen. De Kabuki Street Style-­serie fotografeerden ze noodgedwongen in ­Aalten, net als Couture Clowns en Quarantaine Craft Masks, gemaakt van afval uit de studio. Drie zijn er inmiddels verkocht aan kunstverzamelaars in Londen, Californië en Amsterdam.

Uit de fotoserie Quarantaine Craft Masks, met maskers van Died. Beeld Bright White Studio
Uit de fotoserie Quarantaine Craft Masks, met maskers van Died.Beeld Bright White Studio

“Diederik heeft enorm veel fantasie,” zegt Holthuis. “Hij deed aan jeugdtheater en laatst stuurde een schoolvriendinnetje hem een krantje dat hij op zijn veertiende had gemaakt. Het stond vol tekeningen die nog steeds herkenbaar Died zijn, die stijl zit gewoon in hem.”

Harige rafelranden

De vrienden zijn al 25 jaar onafscheidelijk en wonen en werken in een groot herenhuis in het centrum van Aalten. Hun atelier is gevestigd in de voormalige naaimachinewinkel van Holthuis’ vader die erachter ligt. “We zijn geen setje, we woonden ooit in Arnhem in hetzelfde studentenhuis en de klik was er meteen. 24/7 lol.”

Vanaf 3 juni is hun nieuwste project, de installatie Weaving with Waste te zien in bibliotheek Rozet tijdens het Fashion + Design Festival ­Arnhem (FDFA). Het jaarlijks terugkerende stadsfestival heeft dit keer als thema ‘purpose’. Deelnemers, waaronder bekende namen als Sjaak Hullekes, Elsien Gringhuis, Saskia van Drimmelen en Pascale Gatzen, zoeken een nieuwe vorm van zingeving door middel van ­design en repurposing (een ander gebruiksdoel creëren voor een item, red.)

Installatie Weaving with Waste, ontstaan op een zelfgebouwd weefgetouw met restanten van het Duitse textielmuseum Bocholt. Beeld -
Installatie Weaving with Waste, ontstaan op een zelfgebouwd weefgetouw met restanten van het Duitse textielmuseum Bocholt.Beeld -

De installatie van Verbakel en Holthuis kwam voort uit een project met het Duitse Textiel­museum Bocholt, dat theedoeken maakt op weefmachines uit 1900. “In hun vuilniszakken vonden we afgeknipte harige rafelranden van kleurige theedoeken. De bedoeling was dat we daarmee aan de slag zouden gaan op die oude weefgetouwen. Corona gooide roet in het eten.”

Dus bouwden ze zelf een weefgetouw van ­afvalhout van afgebroken lokale molens. Verbakel: “Voor alles is een eerste keer. Wij zijn snel, enthousiast en konden niet stoppen.” Het resultaat is een wandkleed met daarop een gezicht, en gezeefdrukte wandkleden van restlappen.

Na hun afstuderen aan de modeafdeling op ArtEZ, kregen Verbakel en Holthuis beiden in 1999 een baan bij het Italiaanse jeansmerk ­Diesel in Breganze. Een geweldige tijd met een intiem clubje van dertien creatieven. Holthuis: “Het voelde heel knus, we woonden allemaal in het dorp. Er was niks te doen, dus maakten we het gezellig met vele feestjes, en we reisden heel veel, dat hielp.” Verbakel was er verantwoordelijk voor de damescollectie, Holthuis begon met de streetwearlijn 55DSL en was daarna verantwoordelijk voor de meisjeslijn.

Over een andere boeg

Toen het designteam na tien jaar uitgegroeid was tot zo’n 55 man, waren ze het zat. Ze besloten op wereldreis te gaan, om een beetje te ‘ont-Dieselen’, naar Cuba, Brazilië, Zuid-Afrika, ­Hawaï, Japan, Australië, Bali, Nepal en India. Op sommige plekken lieten ze kleding en accessoires maken door lokale ambachtslieden. Het was de start van hun modelabel Died.

Terug in 2010 vestigden ze zich in Aalten. Holthuis: “Al onze spullen lagen daar bij mijn ouders opgeslagen. Het voelde er als Breganze, een soortgelijk dorp waar niets gebeurt. Daar gedijen wij goed bij: niet te veel afleiding, gewoon doorwerken.” Bovendien ligt het op slechts een uurtje rijden van het vliegveld van Düsseldorf en pre-corona was het duo meer niet dan wel thuis. Voor een grote Chinese ­investeerder, Trendy International, met diverse merken waaronder Miss Sixty, vlogen ze wekelijks naar fabrieken in Italië, Turkije of China. “We hebben net ook een contract getekend met een Zwitserse investeerder die diverse mode­lijnen gaat lanceren, waarvan drie met ons, ­inclusief een interieurlijn.”

Uit de fotoserie Couture Clowns. Beeld Bright White Studio
Uit de fotoserie Couture Clowns.Beeld Bright White Studio

Het afgelopen jaar heeft het stel geen wind­eieren gelegd, al viel het zakelijke werk nagenoeg stil. “Door corona zijn we geëxplodeerd,” zegt Verbakel. “We waren eindelijk eens lange tijd achtereen thuis en hadden tijd om leuke dingen te doen die we al jaren wilden. So Selfish uitgeven in eigen beheer bijvoorbeeld. En we zijn voor onze website, diedshop.com, als een tierelier items en stofresten gaan bedrukken: mondkapjes, sjaals, T-shirts, sweaters en maskers. En jurken, maar die staan nog niet online.”

“Died verkoopt onder meer in Duitsland goed in een hoog segment, vrij serieuze items van zijde in zwart-wit,” zegt Holthuis. “Maar de distributeur wilde niets meer afnemen, dus gooiden we het over een andere boeg met vrolijke items en een toegankelijker prijs. Een T-shirt voor 45 euro, sweaters voor 75. Geen geld voor een handgemaakt product, mogelijk omdat er geen winkel en distributeur tussen zit. Het liep storm. We bedrukten tien sjaals per dag en verkochten er tien, er viel nauwelijks tegenop te werken.”

Afvalmateriaal van canvaskussens schonken ze aan Mark Inglis, een Ierse vriend in Italië die ze kennen uit hun Dieseltijd. “Hij maakt er fantastische, unieke tassen van, die ook verkopen als een gek.” Verbakel werkt nu aan een hoedenproject met Marianne Jongkind, gemaakt van afval uit haar atelier. “Ik kan er nog niets van ­laten zien, maar het wordt spectaculair.”

Zwaluwnestjes

Maar het creatieve duo kan niet wachten om weer te gaan reizen en wilde avonturen te beleven. Never a dull moment, vooral in China. Ze zaten er een keer aan een enorme dinertafel vol hotshots uit de internationale textielindustrie, maar niemand wilde blijkbaar naast de grote baas zitten.

Verbakel: “Afijn, wij offerden ons op, ieder aan een kant. De vreemdste happen kwamen voorbij. Ik zei: ‘Gewoon in je mond stoppen, Marieke.’ Tenslotte kregen ­alleen wij twee een toetje, uit waardering. Het zag er een beetje noedel­achtig uit, met ijs. Goor! Alle ogen van met name de Chinezen waren op ons gericht en ze waren doodstil. Ogen dicht, verstand op nul en doorhappen maar. Later werd ons verteld dat het ’t meest exclusieve dessert ter wereld is: pudding van zwaluwnestjes die gemaakt zijn van spuug. Mensen vallen dood neer om zo’n nestje te kunnen pakken, diep verborgen in grotten. Het eten ervan zou veel doen voor het immuunsysteem en voor het libido. We hebben de hele nacht geen oog dichtgedaan.”

3 juni - 3 juli, programma: www.fdfarnhem.nl

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden