Plus

Modejournalist John de Greef stopt ermee na 40 jaar

Als heteroman van bijna twee meter lang is stilist, auteur en modejournalist John de Greef (64) een opvallende verschijning in het internationale modecircuit. Na vier decennia gaat hij met pensioen.

John de Greef: 'Ik heb veel met mode, maar niet voor mezelf' Beeld Ernst Coppejans

Giorgio Armani die nog net niet zelf de deur opendeed, maar allervriendelijkst en benaderbaar was. Miuccia Prada die pers persoonlijk door haar collectie leidde.

Op persreis met prinses Diana en Donna Karan achterop de brommer bij een Australische schaapsherder. Dat ­waren nog eens tijden. John de Greef kijkt er met veel plezier op terug. Per december neemt hij afscheid als redacteur van Elsevier Weekblad en de Stijl-uitgaven vier keer per jaar.

De hartverwarmende reacties op sociale ­media op zijn afscheidsbrief ontroeren hem. "Al die vriendelijke mensen die zeggen dat ik een inspiratiebron of zelfs een baken voor ze ben ­geweest. Het is een beetje of ik mijn eigen uitvaart meemaak."

De Greef, die bekendstaat om zijn scherpe pen, humor en schat aan modekennis, noemt het een voorrecht om zoveel mooie en interessant momenten in de internationale en vaderlandse mode van dichtbij te hebben mogen meemaken.

Eigen nummer
Zijn carrière begon in 1979 met een artikel over Fong Leng. "Ik maakte wandkleden en kreeg daarmee een publicatie in tijdschrift Arts en Auto. Brutaal riep ik dat hun moderubriek leuker kon en toen zeiden ze: 'Doe maar'. Ik zat meteen vooraan bij shows van Frank Govers en Max Heymans, én bij coutureshows in Parijs."

Het Algemeen Dagblad volgde, jarenlang werkte hij als redacteur en stylist voor tijdschrift MAN, waarvan hij later hoofdredacteur werd.

"Een oplage waarvan mensen nu zouden dromen: 25.000. Dolce en Gabbana belden persoonlijk of ze twee nummers konden krijgen omdat zowel Domenico als Stefano een eigen nummer wilde hebben. Ze adverteerden soms op zes pagina's in een nummer, en ook nog voor de volle prijs. Kom daar nu maar eens om."

Koning eenoog
Mannenmode heeft zowel internationaal als in ons land een gigantische ontwikkeling doorgemaakt, zegt De Greef, vader van vier kinderen.

"Toen ik begon was Van Gils nog eenzaam als bereikbaar merk. Naast Mac & Maggie was er niet veel leuks in het goedkopere genre. Dat veranderde in de jaren tachtig enorm, te beginnen met Nico Verheij en Soap Studio. Later kwamen daar internationale merken als Tommy Hilfiger en Ralph Lauren bij, die ook de massa wisten te bereiken."

"Inmiddels is Amsterdam de jeanshoofdstad van de wereld en hebben we te gekke winkels die zich weten te onderscheiden in streetstyle, zoals Patta op de Zeedijk. Een unieke positie. In Italië bijvoorbeeld zie je op straat weinig gebeuren. Jongeren zijn daar nog steeds vrij eentonig gekleed."

Zelf draagt hij een G-Starbroek, een hoodie van C&A en een jasje van Pal Zileri. "Alles oud hoor. Ik heb veel met mode, maar niet voor ­mezelf. Hoewel ik tijden heb gekend dat dat ­anders was. Zo heb ik ooit een keurig grijs leren pak voor mezelf gemaakt.

Toen MAN nog tot de Telegraaf Tijdschriften Groep behoorde, kwam er een keer een vrouw op de redactie die gilde: 'Hé, ik ken jou nog van toen je helemaal in het leer liep'. Mijn collega's hadden daar meteen verkeerde associaties mee. Mijn rubberen Versacebroek, met toen vernieuwende lasertechniek gemaakt, heb ik aan het Gemeentemuseum Den Haag geschonken. Ik ben al jaren geleden overgeschakeld op comfort."

Handgeschreven kaart
In de wereld van de mannenmode was hij lang koning eenoog, zegt hij. "Er was weinig concurrentie. Derhalve hoefde ik nooit trucs uit te ­halen om binnen te komen."

Wel stond hij een keer tevergeefs in de regen voor de deur bij Versace zonder uitnodiging. "Ik gespeeld verontwaardigd: 'Maar ik heb zelfs een kerstkaart van hem gekregen'. Waarop de pr-­dame aan de deur nuchter antwoordde: 'So you're on the list for the xmas-cards, but not for the show!'"

"Ook kreeg ik een keer een handgeschreven kaart van Giorgio Armani: 'Join me for dinner' stond erop. Met honderd anderen, zo bleek die avond. Je moet het nooit te hoog in je bol krijgen als Nederlandse pers."

Begin jaren tachtig ging hij naar de Sehm, een mannenmodebeurs in Parijs. 's Middags deed hij dan de Club des Créateurs aan, waar alle ontwerpers gezamenlijk in één show lieten zien wat ze deden.

"Binnen een uur stond je buiten en dan had je alles gezien. Nu zijn er diverse mannenmodeweken. Daar zijn nieuwe pers en nieuwe tijdschriften bijgekomen. Ik heb een enorme professionalisering meegemaakt, die je nu helaas weer ziet afkalven. Bij veel media wordt de kopij toch snel en minder serieus via internet vergaard. Mijn functie wordt ook niet meer ingevuld.

Althans, er wordt niemand meer in vaste dienst genomen voor mode. De International Herald Tribune stond decennialang bekend om zijn fantastische modeverslaggeving. Inkopers stonden eerder op om de recensie van Suzy Menkes - en daarvoor nog Hebe Dorsey - te ­lezen voor ze een afspraak met de ontwerper hadden. Mode speelt ook bij die krant nu helaas een veel kleinere rol."

Totaaltheater
Naast schrijven deed De Greef ook jarenlang styling. "Bij Dries van Noten kon je stukken ­lenen en nog wékenlang mee op reis nemen. Die reisjes waren wel low budget hoor, en vaak ­gesponsord. Ik kan me herinneren dat ik in Schotland continu met een asbak van Dunhill liep te slepen, omdat dat ding op elke foto in beeld moest.

Alles ging nog heerlijk spontaan, zonder artdirector die elke foto van te voren minutieus had uitgedacht. En al die samples waarmee ik reisde werden niet - zoals officieel voor invoer moest - stuk voor stuk gelabeld. Veel te veel werk. Dus daar stond ik dan bij de douane in Rio de Janeiro met een koffer vol bikini's, zogenaamd voor mezelf. Vreemd genoeg vond niemand dat raar."

Het leukst aan zijn vak vond hij het verslaan van de shows in New York, Milaan en Parijs. "Van 's ochtends negen uur tot 's avonds negen uur shows, tussendoor rennen naar de volgende, en dat een maand lang. Dat is best slopend."

Ingedut
"En voor de Nederlandse pers geen auto met chauffeur ter beschikking, zoals veel buitenlandse collega's. Topsport. Maar ik heb het altijd een enorm voorrecht gevonden om welkom te zijn en zoiets fantastisch voorgeschoteld te krijgen. Zowel qua creativiteit als qua performance: zo'n show is totaaltheater."

Hij is nog altijd even enthousiast en zit boordevol verhalen. Zo werd hij begin jaren tachtig als jonge god meteen op de eerst rij gezet bij Chanel, naast de weduwe Pompidou. "Na afloop kreeg ik ook nog een enorme fles Pour Monsieur, zo blij waren ze dat er weer een jong iemand interesse toonde. Karl Lagerfeld kwam pas drie jaar later. Tot die tijd was het huis enorm ingedut."

Hij had ooit een zeldzaam lang interview met de modekeizer. "Hij nam enorm de tijd voor me. Toen mijn cassetterecorder op een gegeven ­moment spontaan uit elkaar sprong, zette hij die weer keurig voor me in elkaar. Zijn assistent kwam diverse malen melden dat er iemand van de bank op hem stond te wachten, maar Karl zei: 'Ik ben nu even met deze jongeman bezig'. Hoe oud ik toen was? Nou, nog wel charmant ­genoeg."

Pseudoniem
De Greef blijft in de toekomst vanuit de luwte betrokken bij modevormgeving, kunst en ­design. "Je kunt mij wel uit de mode halen, maar de mode niet uit mij."

Zijn memoires gaan er niet komen. "Ik geloof niet zo in boeken. Wat ik wel wil doen is de ­Nederlandse modeverslaggeving van de vorige eeuw in kaart brengen, in welke vorm dan ook. Ik wil het hebben over Jeanne Roos en Marte Röling, die fantastische pagina's voor Het ­Parool maakten. Hetzelfde geldt voor illustrator en journalist Constance Wibaut voor Elsevier en voor Clementine van Lamsweerde, de moeder van fotograaf Inez. Zij tekende voor De Tijd en produceerde daarbij hele leuke teksten."

"Adriënne, een pseudoniem voor Let Voûte, een van de eersten die voor De Telegraaf schreven, moest dat onder pseudoniem doen omdat het niet fatsoenlijk werd geacht om over mode te schrijven. Constance heeft me ooit verteld dat haar familie niet wilde dat ze haar achternaam gebruikte, want mode was iets voor dienstmeisjes."

"Mijn ouders hebben zich nooit geschaamd, ik denk dat ze niet echt doorhadden wat ik deed."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden