PlusInterview

Modefotograaf Paul Bellaart: ‘Ik ben best wel een jankerd’

Paul Bellaart fotografeerde zijn modellen naakt in het gras in de polder Rondehoep, in de buurt van zijn huis in Abcoude.Beeld Paul Bellaart

Modefotograaf Paul Bellaart (51) brengt zijn eerste boek Last Year’s Nest uit, met rauwe, gruizige beelden van naakte vrouwenlichamen in het gras, van zo dichtbij gefotografeerd dat je de muggenbulten bijna kunt voelen.

Waarom hebben we zo lang op uw eerste boek moeten wachten?

“Schroom, en de vraag wat ik met dat boek zou willen zeggen. Ik wilde geen oeuvreboek, of een boek met bekende Nederlanders. Ik heb tig dummies gemaakt, uiteindelijk is het een boek geworden over de kern van de esthetiek die ik in mijn werk probeer te zoeken. Ik ben teruggegaan naar iets kleins, puurs, intiems en tastbaars, niet te romantisch, eerder gruizig en donker, zonder dat het zwaar wordt. Alle beelden zijn analoog gefotografeerd en onbewerkt.”

En dat paradijs lag tijdens die zoektocht naar een onderwerp al die tijd aan uw voeten.

“Ik ben mijn roadtrip hier om de hoek van mijn huis begonnen, in polder de Rondehoep, op de grens van Abcoude en Ouderkerk aan de Amstel. Ik heb er acht vrouwen, niet alleen modellen, naakt in het weiland gefotografeerd. Belang­rijke details zijn daarbij sloten, het gras, de modder en stoffige, zwarte voeten. Ik ben dol op voeten die vaak zonder schoenen rondlopen, dat levert van die sexy, tikkeltje gespreide tenen op. Ik heb de beelden in de meimaanden van vorig en dit jaar geschoten. Die maand staat voor een nieuw begin, voor iets naïefs.”

De titel Last Year’s Nest is een verwijzing naar de Engelse uitspraak ‘There are no birds in last year’s nest’. Wat bedoelt u daarmee?

“Je kunt niet teruggaan in de tijd, dat is de essentie. Het is ook een verwijzing naar de Sanne Sannes- en Gerard Fieretperiode, toen het nog onschuldig was om getroffen te worden door naakt vrouwelijk schoon. Ik wil die naïviteit kunnen blijven behouden. Dat scharrelen in het gras staat ook voor het geborgen gevoel van een nest, het verlangen de wereld weer klein te maken. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die het zien als een boek van een witte vijftiger die naakte vrouwen heeft gefotografeerd, maar voor mij is het geen naaktboek, het zegt iets over een tijd, gevoel en een omgeving. Ik zou het een opluchting vinden als mensen dat snappen.”

De liefde voor Jan Wolkers straalt ervan af.

“Ik ben fan van Nederlandse cinema en literatuur, de naaktschilderijen van Isaac Israëls, met zijn rommeligheid en snelle schets. En ik voel me inderdaad sterk verwant met de esthetiek van Wolkers. Zijn zintuigelijke manier van kijken naar de wereld, aan schoonheid kleeft bij hem altijd een randje. Ligt een jongen in zijn boek met een meisje in het gras, dan beschrijft hij bepaalde plekken op haar huid en het kriebelige van het gras, zodat je bijna voelt of je naast hen ligt. Als lezer word je er gretig van.

Ik heb mijn beelden ook van heel dichtbij ge­maakt, omdat ik zo gek ben op die vormen. Dat vlees, die muggenbult – je wil het vóelen. Twee jaar geleden was ik op Texel en ben ik op bedevaart langs het huis van Wolkers gegaan. Uit zijn voortuin heb ik een stekje gejat, een krent, die hier inmiddels prachtig staat te groeien.”

Studio Kalverliefde betekent een nieuw hoofdstuk.

“Het voornemen niet meer te gaan reizen was er al. Sinds drie jaar wonen we in een Finse blokhut uit 1978 in Abcoude, waar we supergelukkig zijn. En toen kwam de schuur naast ons vrij. Tante Tiny van 89 woonde er in haar sta­caravan, een te gekke plek. Tijdens de lockdown hebben mijn vrouw Nathalie en ik de schuur verbouwd tot ruime daglichtstudio met prachtig noorderlicht. Ik wil het karakter van de studio eerst zelf een jaar kapotfotograferen voor ik ’m ook ga verhuren. De naam ligt in het verlengde van de boerderijen hier als Rundervreugd en Swanevelt. Ook zijn Nathalie en ik nog net geen high school lovers. Het laatste eindexamenfeest, negentien waren we, was het raak en we zijn nooit meer uit elkaar geweest.”

Paul Bellaart: ‘Dat vlees, die muggenbult – je wil het vóelen.’Beeld Paul Bellaart

Waarom heeft u genoeg van reizen?

“Ik vind het zwaar worden. Ik slaap slecht in hotels en ik mis mijn gezin. Achteraf gezien heb ik echt belachelijk veel gereisd. Zo ben ik ooit voor C&A voor één foto naar Kaapstad gevlogen om daar een meisje in badpak voor een golf­platenconstructie te fotograferen omdat het hier slecht weer was. En de volgende dag weer met z’n allen terug. Bizar. Dat wil ik niet meer.”

“Daar komt bij dat ik hier beter werk maak. Ik kijk ernaar uit honderden series in de polder te maken. Ik vind de luwte hier genoeg en fotograferen nu leuker worden dan ooit. Minder gedoe, steeds meer stillevens of alleen een model en ik. Andre Kertész, een beroemde Hongaarse fotograaf, kon tegen het einde van zijn leven alleen nog maar voor het raam zitten, dus cre­eerde hij allerlei stillevens in dat raam. Daar ben ik nog te jong voor, maar dat mijn werk met de jaren steeds kleiner wordt, vind ik wel mooi.”

Naast een zeer succesvol modefotograaf bent u ook een gepassioneerd natuurliefhebber.

“Ik ben opgegroeid in de natuur, in een chique buitenwijk van Middelburg. Botjes opgraven, dode dieren op ‘sterk water’ zetten, wat resulteerde in veel potjes met stinkende spullen. De buurt kwam af en toe in mijn museum kijken naar een platgereden kikker. Op mijn negende was ik het jongste lid van een Vogelaarsclub. Vogels zijn ontroerende en mystieke wezens. De passage in Wolkers’ Turks Fruit over het verzorgen en vooral het vrijlaten van een meeuw is voor mij de sleutelscène van het boek, niet al het overbekende bloot.”

U gaat ook een beetje op Redmond O’Hanlon lijken, met die baard en dat ronde brilletje.

“Ik heb veel boeken van hem gelezen, net als van Midas Dekkers en Desmond Morris. Als kind wilde ik mariene bioloog worden. Ik had een soort penvriendschap met visserijbioloog Dolf Boddeke, voormalig hoofd afdeling biologisch onderzoek van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek (Rivo) in IJmuiden. Op een dag hebben mijn ouders me in IJmuiden afgezet om eens te kijken in wat voor wereld je als bioloog terechtkomt. En ja, toen was de romantiek er snel vanaf. Ik zag heel veel petrischaal­tjes – dat vak blijkt vooral veel sta­tistiek, terwijl ik de romantiek van Jacques Cousteau voor ogen had.”

Fotograaf Miep Jukkema heeft u het meest beïnvloed.

“Ze is helaas veel te vroeg overleden, maar als ik nu zo’n puur Hollands landschap aan het fotograferen ben, voelt ze soms even heel dichtbij. Haar belangrijkste les: als iemand binnenkomt met te gek rood haar, dan wordt dat het onderwerp van de serie. De mens is de basis. Een superdappere fotografe was Miep, omdat ze bleef doen wat een beetje indruisde tegen wat je destijds mooi moest vinden. Een still van een mooi belichte Hermèstas is makkelijk scoren, maar laten zien hoe mooi een eenvoudig glas melk kan zijn en dat ook nog gepubliceerd krijgen in prestigieuze bladen, dat is knap.”

Gestyleerde modefotografie en uw voorkeur voor puurheid moet een spanningsveld op­leveren.

“Dat is soms lastig ja. Vaak wordt er schil op schil gelegd, terwijl juist het afpellen veel interessanter is. Wie of wat zit er onder die kleding? Ik behoor tot de school modefotografen die ­kleding als een noodzakelijk kwaad ziet. Ik ben ook dol op haast, slecht weer, regen en het in duigen vallen van strakke plannen. Dan beslissen de omstandigheden namelijk voor je en dat levert vaak een eerlijker resultaat op.”

Wat voor modeparadijs is uw kledingkast?

“Ik schaam me ervoor en zou wat loyaler moet zijn aan de branche waarin ik werk. Ik heb drie Bonne Suits en een paar truien van Saint James, en dat is het wel qua mode. Ik loop het liefst de hele dag op blote voeten, hoewel ik Birkenstocks heb herontdekt. Mijn lievelingspaar is helaas onlangs verdwenen toen ze hier gingen maaien, waarschijnlijk verwerkt in koeienvoer. Mijn zomerhit is mijn Wijs met de Waddenzee-sweater, welbekend bij iedereen die opgroeide in de jaren zeventig in een VPRO-gezin. Een tijdje terug zat ik te lunchen bij De Plantage in Amsterdam, kwam Jort Kelder naar me toe. ‘Jezus man, wat heb jij nou aan? Die trui is mijn jeugdtrauma’, zei hij.”

Wat heeft uw vrouw voor uw carrière betekend?

“Alles. Ten eerste is ze – belangrijk in dit vak – nooit jaloers geweest. Ik ben overal geweest, zij zat thuis met drie kleine kinderen, maar ze heeft me de ruimte gegeven. Nathalie is sinds zeven jaar mijn agent, we gaan samen de studio runnen. Ze heeft een heel goed oog en kan door bullshit heenprikken als ik mezelf iets te veel feliciteer met het eindresultaat. Haar nuchterheid en eerlijkheid zijn heel ontwapenend. Gevraagd naar haar mening kan ze af en toe een schop uitdelen. Dan hebben we een uur ruzie, en er is zeker ook weleens wat gebroken. Midden in het proces van dit boek dacht ik: iédereen heeft al meisjes in het gras gefotografeerd, waarom doé ik dit in godsnaam? Dan is het heel fijn als Nathalie zegt: ‘Niet zo zeiken, Paul.’ Je hebt niks aan iemand die gaat meejanken. Ik ben zelf best wel een jankerd, veel makers zijn sowieso jankerds.”

Paul Bellaart, Last Year’s Nest, uitgeverij Distanz, 32 euro, 152 pagina’s.

Paul Bellaart

Paul Bellaart werd in 1969 geboren als Paul de Vries. Tijdens zijn studie aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten Den Haag nam hij de achternaam van zijn moeder aan. Bellaart is een van de succesvolste Nederlandse modefotografen en de favoriete Nederlandse fotograaf van model Doutzen Kroes. Hij staat bekend om zijn ongekunstelde daglicht­portretten en sferische lifestylebeelden en werkt o.a. voor Vogue, Harper’s Bazaar, Vogue Living, Love Stories en Universal Music. Bellaart is getrouwd met Nathalie en woont met zijn gezin in Abcoude.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden