PlusInterview

Mode-illustrator Piet Paris: ‘De mode moet ervanaf druipen’

Mode-illustrator Piet Paris (59), de koning van het weglaten, zoekt naar nog meer eenvoud. Na ruim dertig jaar vindt hij dat eindelijk alles klopt aan het werk dat nu te zien is in de I love illustration Gallery.

Dit werk vernoemde Piet Paris naar zijn moeder Sophie. Couturejasje van Balenciaga uit 1967. Over de handen deed de perfectionist ‘een klein weekeinde’. Beeld Piet Paris
Dit werk vernoemde Piet Paris naar zijn moeder Sophie. Couturejasje van Balenciaga uit 1967. Over de handen deed de perfectionist ‘een klein weekeinde’.Beeld Piet Paris

Wat is er te zien in de galerie van Anneke Krull in De Hallen?

“Werk van de laatste jaren, plus vier recente bonuswerken. Er is geen thema, maar als ik er dan toch een etiket op moet plakken: voor het eerst ben ik 100 procent tevreden met wat er hangt: de vormen hebben een bepaalde zuiverheid. De vrouw is nergens te kort, te dik, te breed of te lang. Ik maak een tekening en snijd die uit, wat heel strakke vormen oplevert. In plaats van dat ik het overgebleven gat met verf inspuit – wat ik lang heb gedaan – plak ik nu de uitgesneden vorm op.”

U gebruikt ook een lichtbak bij het opbouwen van uw werk.

“Klopt, ik gum niks weg, maar trek het over en laat dan dingen weg. Net zo lang tot ik tevreden ben. Als je gumt, haal je een streep door jezelf, terwijl overtrekken betekent dat je hetgeen je bestudeerd hebt weer meeneemt naar de volgende ronde. Je leert ervan en gaat weer door.”

Soms staat u na een modeshow buiten met slechts één streep en een rondje in uw schetsboek.

“Ik neem alles in me op, zie heus ook Kim Kardashian zitten, maar met een haviksoog zoom ik in op belangrijke mode-informatie: dat het eenknoopscolbert terug is bijvoorbeeld. Dat is een kwestie van heel veel ­oefenen, maar je hebt er wel een bepaald karakter voor nodig. Ik was als klein jochie al goed in het analyseren van wat ik zag en daaruit de kern distilleren.”

U bent van de naïeve school en werkt graag met eenvoudige middelen. Een leren rok waaruit een kantpatroon is gelaserd komt bij u op papier met behulp van een perforator of papieren taartkleedje.

“Ik heb een primitieve vormentaal: ik ben ­verliefd op vierkanten, driehoeken en cirkels, daar doe ik alles mee. Hoe minder, hoe beter. Ik merk dat ik steeds meer Bauhausprincipes hanteer, nog meer over functionaliteit van vorm nadenk. Mijn werk neigt meer en meer naar modernisme.”

Wat zegt die vormentaal over u?

“Dat er uiteindelijk een Japannertje in me zit. Naarmate ik ouder word, ga ik op zoek naar meer eenvoud. Ook in mijn leven en mijn huis. Mijn stijl komt een-op-een overeen met wie ik ben.”

U bent ook lang populair geweest in Azië, wekte voor Vogue Japan, W Korea en het NHK symfonieorkest uit Tokio.

“Na de tsunami en aardbeving willen ze daar volgens mijn agent helaas alleen nog maar zachte, romantische plaatjes, terwijl mijn ­hoofden altijd leeg zijn en er momenteel een bepaalde strengheid in mijn werk zit. Met deze expositie wil ik vooral laten zien dat illustraties niet oubollig of tuttig zijn. Dat beklijft toch aan veel van die elegante poppetjes met grote ogen, dat meisjesachtige. Bij mij moet de mode ervan afdruipen.”

In de galerie hangt ook een werk dat is vernoemd naar uw vorig jaar overleden moeder Sophie.

“Dat ging onbewust. Ik tekende een vrouw met groene handschoenen en een clutch in dezelfde kleur, dat was typisch mijn moeder. Als jonge vrouw droeg ze altijd setjes. Pas toen de tekening af was, viel het kwartje. Ik gooide ’m in de familieapp, mijn vier zussen meteen janken natuurlijk.”

Eigenlijk wilde u ontwerper worden, ooit spijt gehad?

“Nooit. Ik studeerde af in Arnhem met strapless jurken omdat ik geen mouwen kon inzetten, maar iedereen bleek vooral gecharmeerd van mijn tekeningen. Met illustratoren Yvonne Kroese en Bart van Leeuwen betrok ik daarom een atelier op het Prinseneiland. Eerder was daar een praktijk gevestigd van een schreeuwtherapeut, dus de boel was goed geïsoleerd. Steevast op vrijdagmiddag ging de volumeknop voluit en stonden we er keihard te zingen en te schreeuwen. Heerlijk. Sinds een tijdje werk ik thuis in Oost in een krappe kamer. Binnenkort maar eens op zoek naar een betaalbaar atelier in Diemen.”

Op de kunstacademie dachten docenten dat u licht autistisch was.

“Ik heb lang niet goed uit mijn woorden kunnen komen, inmiddels lukt dat prima. Als kind ging het bij mij altijd al om de plaatjes in plaats van om de praatjes. Ik was ook degene in ons gezin met zes kinderen die op feestdagen de tafel dekte, met kaarsen in bloemkolen gestoken enzo. Mijn vader vond het ook geweldig, hoewel hij wel even moest wennen toen ik homo bleek. Niet dat hij dat niet allang had kunnen zien, ik was een huppelig mannetje. Mijn ouders waren erg kerkelijk, mijn vader zat ooit zelfs op het seminarie. Voor mijn ­moeder heeft hij zijn priesterambitie laten varen. Het kerkelijke is er bij mij in de loop der tijd uitgesleten.”

U verdient al ruim dertig jaar uw brood met tekenen. Dat is uitzonderlijk en moet niet altijd een vetpot zijn geweest.

“Ik ben financieel altijd aan het worstelen geweest. Het hoort erbij, dan had ik maar niet zo’n nicheberoep moeten kiezen. Ik heb er wel altijd dingen naast gedaan, zoals lesgeven aan kunstacademies, nu in Den Haag, en creative direction, onder meer voor Harper’s Bazaar en de Arnhem Mode Biënnale. In Parijs leefde ik ooit een maand lang op twee crêpes per dag. In Tokio logeerde ik bij een Britse journalist, een natuurfreak. Elke avond moest ik er, stijf van de geldstress, op een dun rieten matje in slaap vallen met walvisgeluiden. Je moet wat over hebben voor je roeping, zal ik maar zeggen. Geld heeft me nooit geïnteresseerd. Het is vooral prettig om op mijn leeftijd nog steeds fijne opdrachten te krijgen. Zo tekende ik onlangs de campagnes voor Bally en Viktor & Rolf, terwijl de internationale concurrentie moordend is.”

Hoe blijft u na al die jaren in de mode nog zo begeistert?

“Ik kan nog steeds nat in mijn broek worden van een geweldig goed gelukte jurk die op een catwalk of online voorbijkomt. De Noord-Ier Jonathan Anderson is mijn grootste held. Wat hij voor modehuis Loewe doet of voor zijn eigen merk, het heeft allemaal diezelfde moed, passie, kracht en ambitie. In de showroom van ­Loewe zag ik eens een kokerrok gemaakt van duizenden van die lullige bruine elastiekjes die de postbode ook gebruikt. Het was een krank­zinnig ding, maar zó geniaal.”

Hoe minimalistisch bent u thuis en wat hangt er aan de muur?

“Ik heb weinig spullen, ik heb steeds minder prikkels nodig om tevreden te zijn. Mijn man daarentegen (vertaler Frans-Nederlands voor TV5 Monde Marc Kwakman) gaat het liefst elke dag de deur uit. In de huiskamer hangt een prachtige tekening van gestileerde vogeltjes van Charley Harper, in mijn werkkamer een kippetje van Anton Heyboer naast een realistisch geschilderd musje van Katja Schellekens. Én, na zeven jaar in dit huis, heb ik eindelijk – op verzoek van mijn man – ‘een enorm ballending’ op een muur geknald.”

Stel, u vindt een zak geld. Wat koopt u dan?

“Ik heb ooit mijn schilderij van Yoshitomo Nara verkocht – ik heb er een deel van mijn huis mee kunnen betalen, dus er valt niets te jammeren – maar ik zou het dolgraag terugkopen. Ik mis dat chagrijnige poppetje in wie ik mezelf herkende. Als mijn schoonmoeder op bezoek kwam, moest ik het omdraaien, want ze werd er akelig van.”

U waardeert vooral het solitaire aspect van uw werk. Straks is het alleen nog maar Piet en zijn potlood.

“Dat zou goed kunnen. Er hangt een werk van een Gucci-jurk in de galerie dat ik Henri heb genoemd, arrogant naar Matisse. Hij werkte nog tot op hoge leeftijd, was bijna blind, kon niet meer schilderen, maar zat dagenlang in bed de meest fantastische vormen te knippen. Zo zie ik mezelf ook wel eindigen: in bed met een schaar.”

Wordt het niet eens tijd voor een reusachtige Piet Parismuurschildering ergens in Amsterdam op een gebouw?

“Jazeker, als ik maar niet zelf de ladder op moet.”

Piet Paris, tot 6 juni in de I love illustration Gallery, De Hallen, Hannie Dankbaarpassage 5.

Vacciselfie

Wie maakt de meest modieuze vacciselfie? De Amerikaanse ontwerper Marc Jacobs staat met stip boven aan de lijst. Hij verscheen deze week voor zijn Covid-19-injectie in New York in een hot pink broek, met een zwart-wit sjaaltje en larger than life Rick Owens laarzen met plateau­zool. De selfie kreeg 60.000 likes.

Marc Jacobs tijdens zijn Covid-19-injectie. Beeld Marc Jacobs / Instagram
Marc Jacobs tijdens zijn Covid-19-injectie.Beeld Marc Jacobs / Instagram
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden