Plus Interview

Mimespeler Karina Holla: ‘Mime zat in een donker hoekje’

Negen kunstenaars en instellingen zijn genomineerd voor de grootste culturele prijs van de hoofdstad. Mimespeler en theatermaker Karina Holla doorbrak en doorbreekt ‘stomme taboes’. 

Karina Holla: 'Shaffy is er niet meer, maar ik probeer altijd die twinkeling over te dragen.’ Beeld Eva Plevier

Ze is zelf altijd heel verwonderd geweest over wat het leven haar heeft gebracht, zegt Karina Holla (69). Ze wilde dierenarts worden of zwemleraar of werken in botanische tuinen. Ze was met een vriendje aan het feesten in Zuid-Frankrijk toen haar moeder belde: er ging aan de theaterschool van de Amsterdamse Hogeschool van de Kunsten een mimeopleiding van start en of dat niets voor haar was. “Ik zat in Biarritz een beetje een wild leven te leiden. Veel dansen. Vlak daarvoor had ik op een feest gedaan alsof ik een vliegtuig was. Ik wérd dat vliegtuig – ik heb het later nog gebruikt in een voorstelling. Toen heb ik auditie gedaan, in een raar zwart balletrokje. Maar ik werd toch aangenomen.”

Ze was een pionier die de gesloten wereld van de mime opengooide. “Avant-garde, alle grenzen over, ongebaande paden, de jungle in. Ik wilde verhalen vertellen en overdragen. Met dans, met zang. Met glamour en humor. Mime werd altijd gezien als iets poëtisch, het zat in een beetje donker hoekje. Daar ben ik uitgesprongen. En toen was het doorwerken. Ieder jaar een productie.”

Maar er kwam ook een kentering – al heeft ze haar echtgenoot Henk beloofd niet te veel te knorren: de subsidiestroom begon te haperen. Haar docentschap aan de mimeopleiding hield op. “Steeds van die kleine flupjes werk, terwijl het daarvoor heel veel lekker lesgeven en heel veel lekker stukken maken was.”

Na de ‘tsunami van liefde en mooie reacties’ op de Theo d’Or die ze vorig jaar ontving voor de beste vrouwelijke hoofdrol in de voorstelling Romp bij theatergezelschap De Gemeenschap werd het zelfs heel erg stil. Zoals ze het ervoer: je bent een raspaardje en die krijgen klontjes – of een klets met de zweep. “Gelukkig ging toen de telefoon; Mette Bouhuijs, een heel goede tekstregisseuse uit de toneelwereld, stelde voor om samen de voorstelling Oorlogsvrouwen te maken, die dit najaar uitkomt. “

Fonkelende ogen: “Ik heb mezelf altijd als een baron Von Münchhausen aan mijn haren omhoog kunnen hijsen, dus dat doe ik nu ook weer.”

U werd in 2015 gehuldigd vanwege uw grote betekenis voor de mime, nu bent u genomineerd voor de Amsterdamprijs. Wat kenmerkt uw werk?

“Waar heb ik die subsidieaanvraag, daarin is het zo mooi en helder gezegd. O, hier: ‘Al 35 jaar maakt Karina Holla bewegingstheater, als performer, als regisseur en als docent.’ Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in acteren en bewegen en dat samenvoegen; kijken hoeveel je in beweging kunt uitdrukken zonder woorden.”

Wat voor raakvlakken heeft uw kunst met Amsterdam?

“Het is allemaal hier begonnen, aan de theaterschool. Een unieke plek in de wereld. En toen ik begon te spelen in het Mickery Theater en het Shaffy Theater kreeg ik het gevoel dat er geen grenzen waren. Ik heb hier zoveel geleerd van zoveel inspirerende mensen. Het was overweldigend, al die indrukken; een feest, al besef je dat op het moment niet genoeg. Het was uniek en dat dat zomaar kan verdwijnen, die kleine theaters, die kleine groepen… Alles wat Amsterdam me heeft gegeven, wil ik teruggeven in contact met het publiek: dat het een overdracht is, dat het twinkelt. Dat het niet consumentistisch is maar stimuleert om na te denken. Shaffy is er niet meer, maar ik probeer wel altijd die sfeer, die twinkeling over te dragen.”

Kunst in Amsterdam moet inclusiever, vindt wethouder Touria Meliani. Hoe gaat u daaraan bijdragen?

“Ik heb daar eigenlijk al aan bijgedragen, ik ga altijd om die stomme taboes heen. Het is soms ongemakkelijk, ik werk altijd met kwetsbaarheid, pijn en erotiek en heb bij het lesgeven ook weleens gehad dat een Marokkaanse jongen langs de kant bleef zitten omdat hij een vrouw moest spelen. Daar ben je dan voorzichtiger mee. Ik probeer dat op een liefdevolle manier bij te sturen en zo gebeurde het dat hij de laatste twee weken toch weer instapte. Dat proces is voor mij belangrijk.”

Wat doet u over vijf jaar?

“Dan heb ik een groep, haha. Ik regisseer nog steeds, ik speel en ik geef workshops. En ik wil in ieder geval een boek schrijven – over mijn herinneringen, het blijkt dat ik er veel heb. Dat komt door die periode van die subsidieaanvragen, dan moet je het allemaal weer benoemen.”

Het prijzengeld bedraagt 35.000 euro. Wat gaat u daarmee doen?

“Een studio huren. Een goede, mooie ruimte waarin je flink kunt werken en waar je mensen kunt uitnodigen. Een laboratorium, open, met elke vrijdag presentaties en uitwisselingen. Ik heb nog zoveel ideeën. Het lijkt me fantastisch om een sprankelend iets aan de stad terug te geven.”

De shortlist

Bewezen kwaliteit
- theatermaker/mimespeler 
Karina Holla
- modeontwerper 
Fong Leng
- choreograaf/directeur
Het Nationale Ballet
Ted Brandsen

Beste prestatie
- internationaal
podiumkunstenfestival Flamenco
Biënnale
- documentairemaker
Aboozar Amini
- cabaretier Micha
Wertheim

Stimuleringsprijs
- beeldend kunstenaar
Raquel van Haver
- conceptuele club/
sociëteit Sexyland
- filmmaker Sam de Jong

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden