PlusAchtergrond

Mikt Op1 te veel op relletjes? ‘Voor het debat is nuance niet fijn’

Op1 wordt goed bekeken, maar krijgt ook geregeld kritiek. De talkshow zou te weinig inhoudelijk zijn en te veel mikken op relletjes. Maar is dat niet inherent aan het format? ‘De druk om het te laten knallen wordt steeds groter.’

Op1-duo Welmoed Sijtsma en Jort Kelder. Beeld Hollandse Hoogte/ANP Kippa
Op1-duo Welmoed Sijtsma en Jort Kelder.Beeld Hollandse Hoogte/ANP Kippa

Zelfs voor Nederlandse begrippen hield de ophef lang aan. Zondag was Thierry Baudet te gast in Op1 en woensdagmiddag was men er nog niet over uitgetwitterd. De FvD-voorman zou te weinig tegengas hebben gekregen van de presentatoren, vonden sommigen. Hij had überhaupt niet uitgenodigd ­moeten worden, vonden anderen. Bovendien, zo luidde de sublieme metakritiek, was het de Op1-redactie alleen maar te doen geweest om de ophef.

‘Ze wíllen vuurwerk,’ twitterde NOS-verslaggever Arjen van der Horst. ‘Want: hoe meer controverse, uitzinnige uitspraken en botsingen, des te beter voor de kijkcijfers. De waarheid (en de kijker) is er meestal niet mee gediend.’

Hugo Logtenberg en Sophie Hilbrand. Beeld Hollandse Hoogte/ANP Kippa
Hugo Logtenberg en Sophie Hilbrand.Beeld Hollandse Hoogte/ANP Kippa

Jesse Klaver

Het is kritiek die Op1, dat een jaar ­bestaat, vaker treft: het creëren van reuring zou prevaleren boven de journalistieke inhoud. ­Tegenover virologen worden BN’ers gezet om over corona te praten, partijen aan de politieke flanken krijgen onevenredig veel aandacht en snelle soundbites winnen het van de nuance, klinkt het dan. Hoe terecht zijn die verwijten? Want wil niet elk praatprogramma spraak­makend zijn? En hoeveel waarheidsvinding kun je verwachten aan een talkshowtafel? En in hoeverre sluiten amuseren en informeren, beide kerntaken van de publieke omroep, elkaar uit?

“Voor het debat aan tafel is nuance niet fijn, dan kom je in die paar minuten nergens. Dus zoek je gasten die rap van tong zijn, snelle denkers,” zei Op1-eindredacteur Rachel Franse er vorige maand over in een interview in de Volkskrant. En het is van alle tijden, weet televisie-­expert Bert van der Veer. “Mies Bouwman en Sonja Barend vergrootten ook tegenstellingen uit en waren op zoek naar controverse. Het is ­inherent aan het format; voor verdieping kun je beter een documentaire bekijken of een doorwrocht essay lezen.”

Een talkshow wil, it’s all in the name, spraak­makend zijn, zegt ook WNL-hoofdredacteur Bert Huisjes. “We maken een programma dat toegankelijk is voor een breed publiek. Dat betekent dat je een mix zoekt van zware en lichte ­onderwerpen, met aandacht voor zowel politiek als entertainment. Dat wordt gewaardeerd, elke avond kijken meer dan een miljoen mensen. En dat mensen zich af en toe enorm opwinden over het programma zie ik ook als een compliment: het laat zien dat een groot deel van Nederland meeleeft met wat er aan tafel gebeurt.”

Volgens Huisjes kun je het met sommige ­onderwerpen en gasten sowieso niet goed doen. “Als Baudet, maar ook Jesse Klaver of iemand van de PVV aan tafel zit, is de ene helft van ­Nederland boos omdat hij te weinig onderbroken wordt, terwijl de andere helft woedend is dat hij te vaak in de rede wordt gevallen. Je zoekt daarin naar een balans: gasten mogen wel ­tegengas krijgen, maar het hoeft geen inquisitie te worden.”

Giovanca Ostiana en Tijs van den Brink. Beeld Hollandse Hoogte/ANP
Giovanca Ostiana en Tijs van den Brink.Beeld Hollandse Hoogte/ANP

Snel, snel, snel

De latenighttalkshow is een televisieverschijnsel dat is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar de mix van politiek en entertainment al decennia bestaat. Maar waar het in Amerika vooral draait om de presentator, kreeg het in ­Nederland in de jaren negentig met Barend & Van Dorp de vorm van een tafel vol borrelhappen en gasten uit alle geledingen van de samenleving, die overal over mochten meepraten. “Dit sluit aan bij het poldermodel en het egalitaire denken in Nederland: het idee dat ieders ­mening ertoe doet en dat je er samen uit moet komen,” zegt mediawetenschapper Dan Hassler-Forest. “Door deze opzet ontstaat al snel een soort kroegpraat, waarbij het niet lijkt te passen dat de presentator de gasten keihard ­corrigeert.”

Het spanningsveld tussen amusement en ­serieuze journalistiek is de laatste jaren groter geworden, ziet Hassler-Forest. “Televisie­makers moeten niet alleen concurreren met wat op andere zenders te zien is, maar ook met ­media die een veel sterkere emotionele prikkel veroorzaken: Twitter, Facebook, Tiktok, You­Tube. Dat vergroot de druk om het aan tafel te laten knallen. Redacties zoeken gasten die ­gegarandeerd scherp stelling nemen.” Van der Veer: “Je wilt geen mensen aan tafel die een ­betoog van vier minuten nodig hebben om hun punt te maken. Het moet snel, snel, snel, en gasten moeten leveren.” Kortom: als talkshows ­relevant willen blijven in een razendsnel veranderend medialandschap, in een tijd dat de aandachtsspanne van de kijker steeds korter wordt, is sturen op controverse onontkoombaar.

En zo zat eind oktober bij Op1 influencer en fitgirl Fajah Lourens, met een indrukwekkende verzameling potjes pillen en poeders voor zich, te discussiëren met immunoloog Huub Savelkoul en voedingswetenschapper Martijn Katan over de vraag of voedingssupplementen helpen tegen corona. Daarop kwam veel kritiek, want waarom werd de mening van een fitnessgoeroe even hoog aangeslagen als het oordeel van gerenommeerde wetenschappers? Maar, zegt Huisjes, dit was een onderwerp dat heel breed speelde. “Door dat gesprek ook op televisie te voeren, kun je de zin van de onzin scheiden.”

De lat ligt hoger

Dat de lat voor Op1 hoger wordt gelegd dan voor Beau en Jinek is niet zo vreemd: die twee talkshows zijn op het commerciële RTL4 te zien en worden dus niet met publiek geld betaald. Hassler-Forest: “Toen Robert Jensen een eigen show had op RTL5, waarin hij uitzinnige dingen zei, kraaide er geen haan naar. Op de NPO is men veel kritischer.”

De NPO heeft dan ook een missie: ze wil ‘informeren, inspireren en amuseren’, een ‘bindende factor zijn in een pluriforme samenleving’ en ‘de veelstemmigheid en veelkleurigheid van de Nederlandse samenleving laten zien en horen’. Daar voldoet Op1 ruimschoots aan, vindt Huisjes. “Het gaat ons niet om polariseren, integendeel. Ik ben er juist van overtuigd dat verschillende groepen, ook als ze het fel met elkaar oneens zijn, in gesprek moeten blijven. Dat is de taak van de NPO.”

De kijkcijfers bewijzen het succes van Op1, een programma dat onder grote tijdsdruk en in ­paniek ontstond. Toen zowel Jeroen Pauw als Eva Jinek eind 2019 stopte met hun talkshow zat de publieke omroep met de handen in het haar. Een gedroomde opvolger was niet voorhanden, en dus werd besloten tot ­wisselende presentatieduo’s. Vooraf gaven weinig mensen een stuiver voor de kansen van Op1, dat moest opboksen tegen Jinek op RTL, maar het experiment slaagde wonderwel. “Het format bleek belangrijker te zijn dan de presentator,” zegt Hassler-Forest.

Sterke eigen identiteit

Volgens Huisjes toont Op1 de kracht van de NPO. “Doordat meerdere omroepen het maken, met iedere avond een ander presentatieduo, krijgen verschillende geluiden de ruimte. Bij de EO komen vaker levensbeschouwelijke zaken aan bod, bij BNNVara meer progressieve onderwerpen, Omroep MAX zal vaker zaken die ouderen aangaan behandelen en wij hebben meer aandacht voor ondernemers. Maar de kracht van Op1 is dat het wel een sterke eigen identiteit behoudt. Kijkers hebben vast voorkeuren voor sommige presentatoren, maar als geheel staat het. Het is de NPO op z’n best.”

Dat betekent niet dat elke aflevering even geslaagd is. “Natuurlijk zitten er mindere dagen tussen, dat geldt ook voor kranten, of radioshows,” zegt Huisjes. “Over televisie heeft iedereen een sterke mening. Als journalist moet je je oren niet te veel laten hangen naar al dat ­getwitter. Elke week overleggen we met alle ­betrokken omroepen over de koers van het ­programma, en sturen we bij als dat nodig is.”

En zo’n relletje over Baudet? “Ach, nog erger zou zijn als we een oersaai programma zouden maken waar niemand naar kijkt of over praat.”

null Beeld BNNVARA
Beeld BNNVARA
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden