Achter de schermen

Michiel Couzy en Ruben Koops: ‘In de politiek heeft iedereen een belang’

Ruben Koops (midden) leidde een aantal speeddebatten in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen, hier met Eric van der Burg (VVD) en Sylvana Simons (BIJ1).Beeld Dingena Mol

Michiel Couzy en Ruben Koops schrijven voor Het Parool over alles wat met de stadspolitiek te maken heeft. ‘De beste verhalen komen niet uit de Stopera, maar uit de stad.’

De een noemt zich politiek verslaggever, de ander stadsverslaggever. Het komt op hetzelfde neer, zeggen Michiel Couzy en Ruben Koops: ze schrijven over alles wat in de stad speelt, van de toenemende drukte in de binnenstad tot de krapte op de woningmarkt, en daarmee over alles wat besproken wordt in de Stopera.

Wat maakt politieke verslaggeving interessant?

Koops: “Er is altijd wel een nieuwe nota zorg, een nieuw cultuurplan of een spoeddebat in de Stopera. In de politiek komen alle onderwerpen uit de stad samen. Doordat alle onderwerpen uit de stad een politieke component hebben, is onze portefeuille heel breed.”

Couzy: “Vanuit de Stopera krijg je de ontwikkelingen in de stad heel goed mee. De Stopera is vaak het eindpunt van een discussie – als er een schietpartij is geweest, leidt dat tot een debat – maar kan ook het beginpunt zijn van een verhaal. Als ik daar alwéér iemand hoor over woningdelen, de drukte of de aanpak van de Wallen, denk ik: hier zit meer in.”

Koops: “Waar je langsfietst, waar je boodschappen doet, waar je uitgaat: alles is in principe een verhaal voor de krant. In een database van de gemeente, waar precies in staat welke vergunningen zijn uitgegeven, vulde ik voor de grap bijvoorbeeld eens een plein bij mij in de buurt in. Bleek dat voor een hele flat tegelijk een nieuwe splitsvergunning was aangevraagd. Daar heb ik over geschreven.”

Is er altijd nog een nieuwe invalshoek te bedenken, ook als onderwerpen al vaak zijn besproken in de Stopera?

Couzy: “Ons werk speelt zich veel buiten de Stopera af: we praten veel met stadsbewoners, maatschappelijke partners en belanghebbenden, die we ook vaak weer tegenkomen op het stadhuis. Die wisselwerking zorgt vrijwel altijd voor nieuws. We volgen het politieke nieuws, maar onderwerpen waar wij over schrijven bereiken ook het stadhuis. Zo schreven we over de opkomst van vastgoedbeleggers in de stad, wat uiteindelijk tot een hoorzitting in de Stopera leidde. De beste verhalen die we maken komen niet uit de Stopera, maar uit de stad.”

Koops: “Het voordeel van ons werk is ook dat het stadhuis een eigen agenda heeft. Elke week worden er beleidsnota’s geschreven en raadsbrieven verstuurd. Het stadhuis is een bron die altijd geeft. Al halen we natuurlijk niet alleen nieuws uit die stukken. Toen ik vorig jaar las dat de opkomst voor de Provinciale Statenverkiezingen in Zuidoost op sommige plekken maar tien procent was – zelfs voor Amsterdamse begrippen erg laag – ben ik bijvoorbeeld met een politicoloog van de UvA naar Zuidoost gegaan om te onderzoeken hoe dat kon. Mensen bleken niet meer te geloven in de overheid, maar hun eigen groepen te vormen. Geen politiek probleem, maar een maatschappelijk probleem. Het is mooi om zoiets te signaleren voordat het in de Stopera wordt besproken.”

Michiel Couzy (links) en Maarten van Dun deden onderzoek naar grote beleggers op de huizenmarkt.Beeld Sanne Zurné

Hoe blijven jullie op de hoogte van alles wat er speelt rondom het stadsbestuur?

Couzy: “Door vergaderingen bij te wonen. De gemeenteraad vergadert één keer in de drie weken, daar is een van ons altijd bij. De andere weken zijn er raadscommissies, die we ook volgen.”

Koops: “De gemeenteraad heeft specialisten, die bij elkaar in commissies zitten: alle woordvoerders verkeer, alle woordvoerders onderwijs, enzovoorts. Tijdens de raadsvergadering komen ze alle 45 bij elkaar, samen met de wethouders en burgemeester. Michiel en ik hebben de portefeuilles verdeeld. Hij houdt zich bijvoorbeeld bezig met onderwijs en de woningmarkt, ik meer met  financiën en infrastructuur.”

Hoe ziet de rest van jullie week eruit?

Couzy: “Die besteden we aan andere verhalen, en praten met mensen die niet in de Stopera zitten. Mensen die zich met de woningmarkt of het onderwijs bezighouden, bijvoorbeeld. Ook schrijven we om de week een column over politiek. Daarin beschrijven we bijvoorbeeld het dagelijks leven in de Stopera.”

Koops: “Verder bereiden we grote interviews voor en werken we aan reconstructies. Zo was ik de laatste tijd druk met een verhaal over de Javabrug over het IJ, die er uiteindelijk niet kwam. Ik kwam erachter dat Amsterdam zich in de vingers heeft gesneden met dat project. Het leek alsof het de schuld van Rijkswaterstaat was, maar als je terugkijkt zie je dat de gemeente veel inschattingsfouten heeft gemaakt.”

Bronnen die je voor zo’n stuk raadpleegt, hebben ongetwijfeld politieke belangen. Hoe houden jullie daar rekening mee?

Couzy: “In de politiek heeft iedereen een belang. Daar moeten dus altijd andere belangen tegenover staan, dat is een basisprincipe. We laten nooit één politicus aan het woord.”

Koops: “Mensen die politiek actief zijn geweest en nu geen directe belangen meer hebben, zijn vaak interessante bronnen. Net als hoogleraren, professoren en beleidsmedewerkers die niet in de politieke arena zitten, maar die wel volgen.”

Couzy: “En ambtenaren.”

Koops: “Ja, die kun je soms off the record spreken, dan vertellen ze zonder dat de baas het weet. En soms krijgen ze toestemming van de baas. Ze kunnen allebei een interessant perspectief bieden, maar het blijft altijd iemands perspectief. In het eerste geval kan iemand rancuneus zijn, en iemand die met toestemming spreekt let natuurlijk op: zeg ik niets wat de baas beschadigt?”

Hoe besluiten jullie over welke onderwerpen je schrijft?

Koops: “Om te bepalen of we aandacht besteden aan iets wat een politicus voorstelt, hanteren we een vuistregel, die overigens niet in beton is gegoten: is het aannemelijk dat hij of zij een meerderheid voor dit plan krijgt?”

Couzy: “Anders loop je van plannetje naar plannetje: die partij wil dit, die partij wil dat.”

Jullie interviewden voor PS van het Jaar burgemeester Femke Halsema. Gaan zo’n persoonlijk interview en kritische verslaggeving samen?

Koops: “Zeker. We hebben er geen moeite mee om ook kritisch te zijn. Ik schrijf bijvoorbeeld weleens dat Halsema nauwelijks bestuurlijke ervaring had voordat ze burgemeester werd. Ik heb weleens teruggekregen dat ze het daar niet mee eens is, maar ik schrijf dat wel op.”

Couzy: “We hebben van tevoren aangegeven dat we wilden terugblikken op haar eerste volledige jaar als burgemeester, maar ook dat we haar alleen wilden interviewen als ze bereid was persoonlijke vragen te beantwoorden. Ze had privé een rumoerige zomer achter de rug en begreep dat we daar ook naar zouden vragen. Daar is ze professioneel genoeg voor.”

Op welke verhalen zijn jullie trots?

Couzy: “De verhalen die aan de basis staan van grote debatten vind ik het mooist. Het onderzoek naar beleggers op de Amsterdamse huizenmarkt dat ik met Maarten van Dun deed, werd het gesprek van de dag en staat nog steeds hoog op de agenda. Dat heeft echt discussie losgemaakt.”

Koops: “Het verhaal over het verwijderen van de I amsterdam-letters op het Museumplein dat we samen maakten, deed dat ook. Het begon op de voorpagina van Het Parool en al snel bemoeide heel Nederland zich ermee.”

Couzy: “Ons verhaal over prostitutie werd zelfs internationaal opgepakt; The New York Times en The Guardian schreven erover. Naar aanleiding van een uitspraak die oud-burgemeester Jozias van Aartsen in ons interview deed, vroegen we ons af of Amsterdam nog wel de stad was waar alles kan. Vrouwen die achter de ramen zitten in deze tijd van #MeToo, drugscriminaliteit, coffeeshops, toerisme: kan dat nog? Al die dingen staan nu ter discussie, mede door een serie over de Wallen die we met AT5 maakten. Ik zeg niet dat die discussie door ons stuk komt, maar het heeft er ongetwijfeld aan bijgedragen. We hebben de tijdsgeest goed aangevoeld, denk ik.”

Welke ontwikkelingen zien jullie nu in de stad?

Koops: “Ik vind het interessant dat Amsterdam steeds autoluwer wordt. Ik schreef voor de verkiezingen al dat het deze kant op zou gaan en dat is nog steeds de teneur: parkeren is enorm duur geworden, doorrijden door de stad wordt steeds moeilijker gemaakt.”

Couzy: “Ik denk dat we nog veel meer gaan horen over de aanpak van de Wallen, van de drugshandel en straks misschien ook van de coffeeshops. De identiteit van Amsterdam gaat echt veranderen.”

Heeft Het Parool een politieke kleur?

Couzy: “Nee. Ik kan wel iets belachelijk vinden en dat willen opschrijven, maar de vraag is altijd: vindt de krant dat ook? We hebben geen politieke kleur, maar deinen mee op hoe de stad in elkaar zit. En we hebben een progressief DNA.”

Koops: “Als we signaleren dat er ineens dertig ijswinkels in de binnenstad zitten, zeggen we gerust: dat deugt niet.”

Couzy: “We zetten onderwerpen soms stevig op de kaart. Als we vinden dat iets scheef zit in de stad, zoals die ijswinkels en de groeiende drukte, zetten we daar stevig op in. Maar dat doen we politiek neutraal. Je moet schrijven over misstanden in de stad, anders gaat het de verkeerde kant op.”

Lees in onze serie Het Parool achter de schermen ook:
- Waar Ajax is, is verslaggever Dick Sintenie: ‘Over deze club is het meest te vertellen’
- Hanneloes Pen over vermeende halfbroer van Anne Frank: ‘Zo’n intrigerend verhaal laat me niet los’
- Misdaadverslaggever Paul Vugts: ‘Ik ben altijd voorzichtig geweest’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden