Plus Literatuur

Metropolis: een echte Philip Kerr

Op 23 maart 2018 overleed de Schotse auteur Philip Kerr, amper 62 jaar oud. Nu is er alsnog een laatste roman van zijn hand uitgebracht.

boek, covers, philip kerr metropolis Beeld -

Op foto’s oogt hij als de vitaliteit zelve. Zijn laatste twee romans – Transfermaand en De hand van God – spelen zich af in de wereld van het Engelse profvoetbal. Dat is geen onderwerp waarmee je massaal de lezers naar de boekwinkel trekt, althans niet in Nederland. Goddank blijkt de productieve schrijver op de valreep nog een ‘echte’ Kerr te hebben geschreven.

Metropolis is grotendeels gesitueerd in het Berlijn van 1928, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Hoofdpersoon is als zo vaak de Duitse politieman Bernie Gunther. Aan het begin van het boek wordt de jeugdige rechercheur gepromoveerd tot bemanningslid van ‘de moordwagen’. Dat is een soort rijdend laboratorium.

Berlijnse trilogie

Bernie is vereerd maar ook verrast. Niet alleen omdat hij een betrekkelijk groentje is, maar ook omdat bij zijn weten inspecteur Kurt Reichenbach de belangrijkste gegadigde voor deze functie was. Maar nee: zijn Joodse chef Bernard Weiss en de sterrechercheur Ernst Granat (in de wandeling ook wel De Buddha genoemd) lijken te weten waar ze aan beginnen: ‘Je bent ijverig en je weet wanneer je je mond moet houden.’ Dat eerste is zeker waar, maar de lezer merkt snel genoeg dat Bernie niet uitblinkt in tact en subtiliteit.

Kerrs thrillerreeks over de wereld van Bernie Gunther is verre van chronologisch. De eerste drie delen – gepubliceerd in 1989 tot en met 1991 – worden tezamen wel aangeduid als De Berlijnse trilogie. Daarna belandde Bernie op een zijspoor, en het duurde tot 2006 tot het vierde deel van de serie uitkwam.

In De een van de ander runt Bernie na een tussendoortje in, waarom ook niet, het Duitse ­leger, een detectivebureau in München. Het is dan 1949. De schrijver springt dus lustig heen en terug in de tijd. Dat zou bij een mindere ­auteur een compositorische warboel kunnen opleveren, maar Kerr houdt de teugels strak. Daarom is er voor nieuwkomers niet de minste reden om met een ander deel dan Metropolis te beginnen.

De hoofdpersoon krijgt nauwelijks tijd om zich in te werken in zijn nieuwe positie. Recentelijk zijn vier prostituées vermoord. Moorden zijn nooit leuk, en dat is hier al niet anders. De dader heeft al zijn slachtoffers gescalpeerd en wordt daarom in de pers met Winnetou aangeduid. (Vandaag de dag zou niemand dat begrijpen maar voor de krantenlezers van toen is het Indiaanse opperhoofd, ontsproten aan de geest van boekenschrijver Karl May, een begrip.)

Bernie weet maar al te goed dat in het Berlijn van die tijd nette mensen weinig of geen begrip hadden voor dames van lichte zeden. En niet alleen voor hen. Ook andere bevolkingsgroepen zijn niet bijster populair. Kerr noemt in één adem drugsdealers, prostituées, pooiers, travestieten, flikkers, Joden en communisten. Je vraagt je af waarop Bernie in de proloog zijn opvatting baseert dat hij ‘voor geen goud ergens anders zou hebben willen wonen’. Dat klinkt als een Jordanees die zijn liefde voor Amsterdam betuigt.

Invalide ex-militairen

En dan hebben we het nog niet eens gehad over een tweede reeks moorden die hij moet zien op te lossen. Die vermoorde meisjes is één ding, maar tot overmaat van ramp telt Berlijn nog een andere seriemoordenaar. De man noemt zich dr. Guadenschuss. 

 Die heeft niet zozeer problemen met prostituées als wel met invalide ex-militairen die, verminkt en wel, hun vaderland te schande maken. Inmiddels heeft de dokter drie moorden op zijn geweten. De autoriteiten wachten op de volgende uitbarsting. Op instigatie van zijn chef neemt Bernie deel aan – het nieuwste van het nieuwste – een undercoveroperatie. Alweer geen succes.

Voor de authenticiteit voert de auteur enkele bestaande kunstenaars uit die periode op. Zo krijgt de stad bezoek van de visionaire filmregisseur Fritz Lang, die historie schreef met zijn meesterwerk Metropolis. De filmmuziek (Mackie Messer) bevalt Bernie maar matig. Hij permitteert zich een botte grap aan het adres van zangeres Lotte Lenya. ‘Prima stem. Goede muziek ook. Geschikt als geheugensteuntje dat ik de pianostemmer moet opbellen.’

Daar heeft hij een punt. Ik word ook nog steeds wat nerveus als ik die evergreen op de ­radio hoor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden