Plus

Met zo’n prachtuitvoering van zijn werk zul je Sweelinck niet horen klagen

Het deed een beetje pijn tijdens het Sweelinck Festival in een veel te lege zaal te luisteren naar de muziek van de grootste componist van Amsterdam en Nederland.

Het Gesualdo Consort Amsterdam sloot het Sweelinck Festival af. 

 Beeld Hans Hijmering
Het Gesualdo Consort Amsterdam sloot het Sweelinck Festival af.Beeld Hans Hijmering

Aan bijzondere concerten geen gebrek de afgelopen weken, sinds er weer van alles ‘mag’ in deze vreemde pandemische tijden. Maar afgaande op de zaalbezetting bij de diverse concerten kijkt het publiek nog even de kat uit de boom. Neem nou het slotconcert van het Sweelinck Festival, gisteren in het Muziekgebouw: de bovenverdiepingen waren geheel onbezet en zelfs de benedenzaal was niet tot de laatste stoel gevuld.

“Ik begrijp de mensen wel,” zegt een voorheen gretige concertbezoeker die nu naar eigen zeggen selectiever is. “Ik doe voorzichtig. Ja, hoor eens, op mijn leeftijd, ik ben al een tijdje met pensioen, moet je gewoon een beetje verstandig zijn.”

Die houding is begrijpelijk. Toch doet het een beetje pijn in zo’n veel te lege zaal te zitten luisteren naar de muziek van de grootste componist die Amsterdam en Nederland ooit hebben gehad. Hij, Jan Pieterszoon Sweelinck, is deze maand vierhonderd jaar geleden overleden. Pas over een eeuw komt er weer een kans op een mooi jubileumfestival, maar daar zullen we hoogstwaarschijnlijk niet meer bij zijn.

Scheutje azijn

Het concert van het Gesualdo Consort Amsterdam was de afsluiting van een festivalweek waarin op verschillende locaties in de stad de muziek van Sweelinck in het zonnetje werd gezet. Van de Oude Kerk, waar hij 44 jaar lang stadsorganist was geweest en op 20 oktober 1621 werd begraven, tot het Orgelpark, het Stadsarchief, de aula van de UvA, het conservatorium en het Muziekgebouw klonk zijn werk.

En het festijn is nog niet helemaal voorbij. Op 28, 30 en 31 oktober laat ook het Concertgebouworkest in het Concertgebouw nog van zich horen in een programma dat Sweelinck vanuit eenentwintigste-eeuws perspectief bekijkt. Dirigent Maxim Emelyanychev bewerkt het motet Beati pauperes voor orkest en de Amsterdamse componist Joey Roukens schreef Vertekende fantasie, waarin hij met meer dan een half oog naar zijn grote voorganger heeft gekeken.

Als dat allemaal net zo fraai uitpakt als gisteren het concert van het Gesualdo Consort zal niemand Sweelinck vanuit den hoge horen ­klagen. Gedirigeerd door de prachtbas Harry van der Kamp zong het ensemble tien vocale werken, waarmee de inventiviteit, het technische vernuft en het woordschilderend vermogen in hun volle glorie werden belicht. Ze zongen psalmmotetten, madrigalen en chansons, van het tweestemmige Che giova posseder tot de grandioze achtstemmige afsluitter Or soit loué l’Eternel, waarin ook klavecinist Menno van Delft meespeelde.

In vrijwel alle stukken viel Sweelincks contrapuntische genie in alle soorten en maten te bewonderen, om nog maar te zwijgen van de aangrijpende chromatiek die geheel onverwachts in Ainsi qu’on oit le cerf bruire opduikt bij het woord ‘tranen’. Sweelinck gooit daar opeens een scheutje azijn in de harmoniek en je weet niet wat je hoort.

Schitterend concert, dat een volle zaal had verdiend.

Telemann

Van de Orpheus van Amsterdam, zoals Sweelinck werd genoemd, is het een kleine stap naar de Orpheus van Georg Philipp Telemann, een opera uit 1627, die in de NTR ZaterdagMatinee door het B’Rock Orchestra onder leiding van René Jacobs tot klinken kwam.

Telemann bewijst met Die wunderbare Beständigkeit der Liebe oder Orpheus, zoals de volledige titel luidt, dat zijn talent breder was dan dat van zijn tijdgenoot Bach, zij het ondieper. De opera is bijzonder, omdat aan de tragische mythe van Orfeus en Euridike nog een derde handelend hoofdpersonage is toegevoegd in de gedaante van Orasia, de koningin-weduwe van Thracië, die ook een oogje heeft op Orfeus. Orasia is een volhardend type, die aan het slot zelfs een einde aan haar leven maakt om het liefdespaar in het dodenrijk dwars te kunnen zitten.

In de muziek, die veelvuldig buitengewoon oorstrelend is, laat Telemann de recitatieven in het Duits zingen en de aria’s meestal in het Italiaans. Dat dit geenszins vreemd, maar juist zeer organisch uitwerkt, onderstreept zijn grote dramatische talent.

De uitvoering van Jacobs is nog terug te luisteren via NPO Radio 4.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden