Plus

Meneertje Moeilijk is terug in het Rijks

Bij hoge uitzondering zijn cruciale schilderijen van Matthijs Maris te zien in het Rijksmuseum. Om een eeuw na Maris' dood de expositie samen te stellen, was goedkeuring nodig van het Schots Parlement.

Beeld Rijksmuseum

In de eerste zaal van de tentoonstelling in het Rijksmuseum hangen ze na honderd jaar weer naast elkaar. Links De vlinders, een schilderij van een liggend meisje dat omgeven wordt door bloemen en vlinders, rechts Grief (vanished illusions), een vergelijkbare voorstelling maar nu veel donkerder en volkomen vaag.

Matthijs Maris (1839-1917), de schilder van beide doeken, maakte een enorme ontwikkeling door. Het ene schilderij is gemaakt in 1874. Het andere stond op zijn ezel toen hij op 78-jarige leeftijd overleed.

Zo hingen de werken in het najaar van 1917 ook naast elkaar op de Memorial Exhibition die na Maris' overlijden werd gehouden in Londen, de stad waar hij een groot deel van zijn leven woonde. Maris was een eigenzinnige schilder. In zijn tijd genoot hij een cultstatus, maar later is hij een beetje in de vergetelheid geraakt.

Het Rijksmuseum probeert zijn werk nu weer de aandacht te geven die het verdient, een plek in de buurt van Vincent van Gogh als grootste Nederlandse schilder van de 19de eeuw.

Beeld Museum Boijmans Van Beuningen

Geen les voor Vincent

Van Gogh had grote bewondering voor Maris. Toen hij speelde met de gedachte om kunstenaar te worden, vroeg hij of hij les van hem kon krijgen. Het antwoord was niet bepaald bemoedigend. Maris vertelde hem dat hij zich dan maar beter kon ophangen.

Kunsthistoricus Richard Bionda, die jarenlang onderzoek deed naar Maris, vergelijkt in de catalogus de ontwikkeling van Maris met die van Picasso. De wereldberoemde Spanjaard schakelde immers - zij het veel sneller - van realistische taferelen naar Les demoiselles d' Avignon, waarmee hij in één klap afrekende met de 19de eeuw. De transformatie van Matthijs Maris verliep geleidelijker, maar maakte evengoed een enorme indruk op tijdgenoten.

Artistiek gezien was Maris altijd al een beetje een vreemde snuiter. Hij kwam uit een gezin van zes kinderen. Zijn twee broers werden beiden bekende kunstenaars van de Haagse School. Broer Willem (1844-1910) specialiseerde zich in taferelen met eenden en koeien langs Hollandse slootjes. Oudste broer Jacob (1837-1899) werd een zeer succesvol schilder van landschappen met indrukwekkende wolkenluchten. Alle drie hadden internationaal succes, vooral in de Angelsaksische wereld.

Maar in vergelijking met zijn broers was Matthijs een Meneertje Moeilijk. Hij maakte aanvankelijk romantisch getint werk, maar in het Rijksmuseum hangen ook onverwachte experimenten. Zoals veel tijdgenoten zocht Maris de ongerepte natuur op. Een geliefde reisbestemming waren de bossen bij Oosterbeek. Hij maakte er een prachtige studie van wortels, takken en stammen, al was hij zelf niet te spreken over het resultaat.

Op eigen voorwaarden

Maris' werk werd gewaardeerd door collega's, maar na een paar negatieve recensies van zijn tentoonstellingen besloot hij voorlopig niet meer te exposeren. Vanaf dat moment ontstond het beeld van de eigenzinnige, recalcitrante kunstenaar die alles op zijn eigen voorwaarden wil doen. Een kluizenaar, die in zijn atelier in Londen jarenlang worstelde met schilderijen en tekeningen. Hij kreeg eens een opdracht om twee kinderen te portretteren. Het schilderij kwam pas gereed toen de kinderen volwassen waren. De directe waarneming maakte plaats voor een schimmige herinnering.

De vergelijking dringt zich op met Lourens Alma Tadema, Maris' vroegere studiegenoot in Antwerpen. Terwijl Alma Tadema in Londen uitgroeide tot de steenrijke societyfiguur Sir Lawrence Alma-Tadema, zat Maris in een klein atelier in de Britse hoofdstad te ploeteren op schilderijen en tekeningen die nooit af leken te komen. Hij keerde zich af van de kunstwereld en deed alleen zaken met zijn vriend en vaste kunsthandelaar Elbert Jan van Wisselingh. Hij liet kopers van zijn werk beloven om het werk nooit tentoon te stellen, verbood het maken van reproducties en wilde niet meewerken aan publicaties. (Tekst gaat verder onder de foto)

De kennismaking, het geitje Beeld Matthijs Maris

Uitzonderlijke uitleen

Lange tijd lag er een banvloek op elke Nederlandse expositie van zijn werk. Enkele cruciale doeken bevinden zich in The Burrell Collection in Glasgow, genoemd naar een scheepsmagnaat die zijn hele verzameling aan de Schotse stad naliet, op voorwaarde dat deze nooit de zee zou oversteken. Het museum is nu vanwege een grote renovatie gesloten waardoor het Schots Parlement bij hoge uitzondering toestemming heeft gegeven om werken van Maris uit te lenen.

Grief (vanished illusions) is overigens niet het enige schilderij met een uiterst vage voorstelling. In Maris' late werk worden alle motieven opgelost in een poederig krijtoppervlak of een rul, monochroom palet van bruine en zwarte olieverf. Soms is het moeilijk om een voorstelling te ontwaren, zoals in het grote lila-bruine doek De schaapsherderin. Net als alle andere schilderijen in het Rijks hangt het in gedempt licht tegen een donkere wand. Het is werk waar je ogen maar langzaam grip op krijgen, maar uiteindelijk wordt dat geduld beloond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden