PlusInterview

Menachem Kaiser: ‘Ik kwam niet dichter bij mijn grootvader’

Menachem Kaiser schreef De Nalatenschap over zijn zoektocht naar zijn Joodse grootvader en zijn familiehuis in Polen. Het verhaal kreeg gaandeweg een andere wending. ‘Ik wilde geen sentimental journey.’

De Canadese schrijver Menachem Kaiser. Beeld Erik Smits
De Canadese schrijver Menachem Kaiser.Beeld Erik Smits

Menachem Kaiser (36) heeft zijn grootvader nooit gekend. Ook van het bestaan van zijn familiehuis in het Poolse voormalige steenkolenstadje Sosnowiec was hij niet op de hoogte. Zijn grootvader, ­Maier Menachem Kaiser (1921-1977), naar wie de Canadese schrijver is vernoemd, had als enige van zijn familie de oorlog overleefd. Twintig jaar lang had hij geprobeerd het pand van zijn ouders, die een textielonderneming runden, ­terug te vorderen. Tevergeefs.

Toen Kaiser, die jarenlang onderzoek deed naar het getto van Vilnius in Litouwen, in 2011 een bezoek bracht aan Polen, besloot hij de grauwe postindustriële geboortestad van zijn grootvader toch eens te bekijken. “Mijn vader gaf me het adres van het huis waar mijn grootvader als kind had gewoond: Malachowskiego 12. Het stadje bracht me niet veel dichter bij mijn grootvader. Vier jaar later stuurde mijn vader me een kopie van een dossier met originele documenten over de poging van mijn grootvader om zijn huis terug te krijgen. Hij maande me verschillende malen ook eens in de kwestie van het huis te duiken. Door die documenten met daarin formulieren en brieven raakte ik meer ontroerd dan ik dacht. Dat kwam door de woorden die mijn grootvader zelf had opgeschreven. Daar lag een kans om toegang te krijgen tot een geschiedenis, een persoon.”

Met de intentie om een boek te schrijven?

“Nee, ik was helemaal niet van plan hierover een boek te schrijven. Deze zoektocht was interessant voor mijzelf maar niet voor de rest van de wereld. Zulke verhalen zijn bovendien al zo vaak verteld. Het genre spreekt me niet aan: kleinkinderen van overlevenden die teruggaan naar Oost-Europa en op zoek gaan naar hun familie. Ik wilde daar niet mee worstelen en ik wilde ook geen Holocaustschrijver worden. Ik wilde romans schrijven.”

Met uw zoektocht ontkwam u niet aan het schrijven van dit non-fictieboek. Wat gaf de doorslag?

“Ik wilde niet schrijven over een sentimentele zoektocht naar mijn grootvader, een verhaal van verlossing en catharsis. Dat past niet bij mij. Ik ben acht jaar na zijn dood geboren. Maar ik moest eraan toegeven toen ik in 2016 op schatjagers stuitte in het Riese Project, een geheim bouwproject van nazi-Duitsland met ondergrondse tunnels en ruimtes in Polen. Ik heb talloze malen met die schatjagers opgetrokken. Het verhaal werd zo vreemd én interessant tegelijk dat ik geen keuze meer had. Ik moest een boek gaan schrijven. Maar zonder die schatjagers had ik dat niet gedaan. Het was een wild coincidence.”

Wat fascineerde u aan de schatjagers die op zoek gingen in de geheime nazitunnels uit de Tweede Wereldoorlog?

“De Poolse schatjagers lieten steeds de naam Kaiser vallen. Zo hoorde ik het verhaal dat concentratiekampgevangene Abraham Kajzer die gedwongen in de tunnels moest werken, stiekem een dagboek had bijgehouden over het Project Riese waar een trein vol roofgoud verborgen zou zijn. Die schatjagers haalden informatie uit het door Kajzer geschreven boek Za Drutami Smierci. Toen ze mijn achternaam ­vernamen en over mijn zoektocht naar mijn grootvader hoorden, haalden ze mij binnen als de kleinzoon van Abraham Kajzer.”

U ‘adopteerde’ Abraham Kajzer uiteindelijk als uw grootvader. Waarom?

“Ik kwam niet dichter bij mijn eigen grootvader met de zoektocht. Er waren geen details meer over hem te vinden. Het familiehuis op het opgegeven adres bracht me ook niet dichter bij hem. Met Abraham Kajzer had ik daarentegen een rijke, vreemde en meeslepende erfenis in handen. Door hem kreeg ik een speciale band met de schatjagers. Abraham Kajzer was een rockster voor hen, een icoon. Zo kreeg ik toegang tot hun wereld.”

“De schatjagers die op zoek waren naar geheime documenten over het Riese Project, dachten misschien dat ik hen meer kon vertellen. Uiteindelijk sprak ik ook maar niet meer tegen dat ik geen kleinzoon van hem was. De man bleek later een volle neef van mijn grootvader te zijn.”

Het verhaal krijgt daarmee een heel andere wending. U wisselt van hoofdpersoon. Deze Abraham Kajzer was dus een mooie verrassing voor u?

“Ik was blij met de figuur Abraham Kajzer. ­Zonder Abraham geen boek. Al was mijn vader geschokt en geloofde hij niet dat er een neef van mijn grootvader bestond. Maar later wist hij zich te herinneren dat we Kajzerkristal in ons huis hadden, cadeau gekregen van iemand uit die familie, en dat er dus toch een relatie moet zijn geweest. Ik ben nu van plan Kajzers boek in het Engels te laten publiceren.”

Wanneer besloot u dat er toch een boek kwam?

“De verhalen van de goudtrein en de goudzoekers waren zo fascinerend dat ik er wel aan toe moest geven. Ik had in 2017 contact met mijn literair agent en die vertelde dat een uitgever zeer geïnteresseerd was in mijn verhaal.”

Een van de schatjagers liet u zijn gevonden nazi-attributen zien, waaronder een bestekset met gegraveerde swastika’s, kunstogen van nazi-officieren, nazi-identiteitskaarten en nazi-insignes. Waren die schatjagers met hun naziparafernalia niet beangstigend voor u?

“Ze zijn geen neonazi’s. Ze haten juist de nazi’s. Ze zien die opgedoken schatten als trofeeën, als buit van een gevallen vijand. Het zou heel anders liggen als Amerikanen die nazisymbolen zouden verzamelen.”

Om het pand van uw overgrootvader terug te krijgen, nam u een oudere Poolse advocate – bijgenaamd The Killer – in de arm. Tijdens een rechtszaak moest u aantonen dat uw overgrootvader daadwerkelijk dood was. Terwijl hij al tegen de 140 jaar zou zijn geweest. Veel mensen vonden die eis ongevoelig en uw vader noemde het antisemitisch. Voelde u dat antisemitisme?

“Het was een absurde eis maar ik zag het zelf niet als antisemitisch. Mijn advocaat bleek naderhand de verkeerde aanvraag te hebben ingediend. Ze vroeg om een doodverklaring van mijn dode verwanten, maar die konden de rechters niet geven. Ze had om ‘erkenning van overlijden’ moeten vragen.”

In uw boek schrijft u dat uw grootvader misschien veel liever had gezien dat niemand van zijn nakomelingen ooit zou terugkeren in Polen. Hij heeft zijn kinderen ook nooit iets verteld over de oorlog. Een journalist vroeg toen het boek uitkwam: wat had u uw grootvader nog willen vragen?

“Mijn vader zei: ‘Een betere vraag is: wat had je grootvader jou willen vertellen?’”

null Beeld

De nalatenschap

Menachem Kaiser
Vertaald door Fred Hendriks
Thomas Rap, €23,99
320 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden