Plus Filmrecensie

Men in Black: International is vaak net niet grappig

Men in Black: International is een halfgeslaagde kans een Hollywood-succes over te doen. De twee nieuwe agenten van de geheime dienst zijn soms grappig, maar te vaak net niet.

Em (Tessa Thompson) en H (Chris Hemsworth) in Men in Black: International. Beeld AP

In de aanloop naar de première in juli 1997 had de Amerikaanse filmpers de handen vol aan Men in Black. Met de jonge wereldster-in-wording Will Smith en de oude brompot Tommy Lee Jones had de film een ongebruikelijk duo in de hoofdrollen. De obscure strip waarop de film was ­gebaseerd, had hooguit een cultstatus onder verzamelaars. Regisseur Barry Sonnenfeld had naar verluidt aanvaringen met de studiobazen, die hem na het succes van The Addams Family en het vervolg bijna 90 miljoen dollar hadden toegeschoven om de bizarre komedie tot het zomerspektakel van 1997 te maken.

Tijdens de laatste productieweken kwam het vakblad Variety met een scoop: achter gesloten deuren voerde Sonnenfeld een opmerkelijke strijd over de lengte van de film. Hij stond erop dat anderhalf uur plus aftiteling de ideale lengte voor zijn komedie was en schrapte subplots en scènes waar al miljoenen aan op waren gegaan. Het stond haaks op het idee dat regisseurs altijd door producenten worden gedwongen hun director’s cut in te korten; Sonnenfeld vocht ervoor dat zelf te doen.

De filmmaker trok aan het langste eind: Men in Black verscheen in de perfect gestroomlijnde Sonnenfeld-cut en werd een enorme hit. De film kreeg alleen een Oscar voor het fantastische grimeurswerk van monstermaker Rick Baker, maar blinkt uit in alle disciplines. Dat wordt nog eens benadrukt met Men in Black: International, het derde vervolg op Sonnenfelds klapstuk en het eerste dat niet door hem werd geregisseerd.

Artistieke erfenis

Het wekt geen verbazing dat Sonnenfeld voor de herstart Men in Black bedankte. Zijn eerste vervolg pakte niet goed uit en de in New York gesitueerde climax moest na de aanslagen op de Twin Towers opnieuw worden opgenomen. Het derde deel speelde zich tijdens de jaren zestig af en overtuigde vooral als een liefdevolle karakterstudie van de door Smith en Jones vertolkte mannen in zwart. Daarmee was de koek op, ook voor de maker.

Men in Black: International

Regie F. Gary Gray
Met Chris Hemsworth, Tessa Thompson, Kumail Nanjiani, Liam Neeson
Te zien in Arena, City, De Munt, Tuschinski

De artistieke erfenis van Sonnenfeld drukt echter een zwaar stempel op Men in Black: International, dat zich de muziek, typografie, vormgeving, toonzetting en wereld van de eerste film tot in detail eigen maakt. Die slaafse ­navolging moet ongetwijfeld appelleren aan de nostalgische gevoelens waarop de onafzienbare stroom Amerikaanse remakes, sequels en reboots van oude blockbusters inspeelt, maar de naadloze aansluiting bij het echte werk benadrukt ook het verschil in kwaliteit en intentie van de bastaardversie.

Komische chemie

Onbeproefd is het nieuwe duo hoofdrolspelers niet. Waar Smith en Jones een verrassende openbaring waren, hebben Chris Hemsworth en Tessa Thompson hun komische chemie al in Marvels Thor: Ragnarok gedemonstreerd. Dat pakte goed uit, maar de regie lag daarbij in handen van de Nieuw-Zeelander Taika Waititi, de ­maker van de kostelijke vampierfilm en tv-serie What We Do in the Shadows. Onder regie van F. Gary Gray is de wisselwerking tussen Hemsworth en Thompson minder effectief; ze zijn bij vlagen aanstekelijk grappig, maar te vaak net niet.

Een zwak scenario rond een mol in de gelederen speelt het duo parten, maar de boel leeft flink op wanneer ze een pion uit een levend schaakbord inlijven. Het door komiek Kumail Nanjiani vertolkte groene mannetje komt geinig uit de hoek en fungeert terloops als criticus. De avonturen van het trio in Marrakech, Napels, Londen en Parijs vliegen voorbij, maar Men in Black: International zit vol ­gemiste kansen om meer te zijn dan een halfgeslaagde poging een Hollywoodsucces over te doen. Dit is een studioproduct dat een sterk merk moet ­afstoffen, geen zwaarbevochten meesterwerk van een filmmaker die wil bewijzen dat een maffe komedie ook eeuwigheidswaarde kan hebben.

De Man achter de Mannen in Zwart

De Amerikaanse filosofiestudent Lowell Cunningham schreef eind jaren tachtig een stripscenario over de onder ufologen populaire complottheorie rond een geheime overheidsdienst van mannen in zwarte pakken die buitenaardse activiteiten in de doofpot stoppen door getuigen te hersenspoelen. De door Sandy Car­ruthers geïllustreerde zwart-witstrip The Men in Black verscheen in 1990 in drie deeltjes bij de kleine uitgeverij Aircel Comics. Na de eerste publicatie moest Cunningham als nachtwaker bij een jeansfabriek werken om rond te komen. De publicatie van drie nieuwe deeltjes bracht daarin geen verandering, maar van het bedrag dat hij vervolgens voor de filmrechten kreeg, kon Cunningham jarenlang achteroverleunen. Dat zijn serieuze strip tot een komedie werd bewerkt, vond de zelfbenoemde ‘boerenpummel uit Tennessee’ geen probleem. De obscure strip werd na het filmsucces door Marvel Comics opnieuw uitgebracht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden