Plus Boekrecensie

Meisje van Edna O’Brien is een aangrijpend verhaal over jihadistenbruiden

Vrouwen bij de dorpspomp in Nigeria, in een kamp voor bewoners die gevlucht zijn voor Boko Haram. Beeld LUIS TATO/AFP

Je zou in de titel van de achttiende roman van Edna O’Brien (1930) een echo kunnen horen van de The Country Girls-trilogie (1960-1964), waarmee ze haar naam vestigde. En er zijn ook beslist thematische overeenkomsten met die verhalen over de Ierse plattelandsmeisjes Cait en Baba, die de nonnenschool verruilden voor het avontuurlijke stads(liefdes)leven in Dublin.

Maar hun strubbelingen onder het juk van de (patriarchale) katholieke kerk lijken achteraf pijnlijk onschuldig, vergeleken met de gruwelen die vertelster Maryam doormaakt in Meisje. Een even gedurfde als indrukwekkende roman, deels gebaseerd op door O’Brien zelf afgenomen interviews met Nigeriaanse schoolmeisjes die in 2014 werden gekidnapt door terreurgroep Boko Haram.

‘Ooit was ik een meisje, maar nu niet meer,’ luidt de openingszin van dit nietsontziende relaas. Dat begint wanneer Maryam en haar mede­scholieren door militante moslims worden meegesleurd naar een kampement in de jungle. Elk huiveringwekkend detail van haar ervaringen met een mengeling van lyriek en een verdoofd soort afstandelijkheid over je uitstort.

Je leest hoe ze in ‘het Blauwe Huis’ wordt ondergebracht in een van de vele kamertjes ‘met in elk daarvan een ijzeren bed waarboven een kaal peertje bungelde’, om door groepen strijders stelselmatig te worden verkracht – terwijl ze er elders getuige van is dat vrouwen gestenigd worden, of levend begraven.

Hoe ze aan een van de jihadisten, de opvallend zachtaardige Mahmoud, wordt uitgehuwelijkt en zwanger raakt. En hoe, wanneer ze tijdens een luchtaanval op het kamp met haar dochtertje en lotgenote Buki weet te ontsnappen, dat nog lang niet het eind van haar ontberingen blijkt.

Zo realiseert ze zich, na een hongerige voettocht door de jungle, dat ze de vrouwen van een herdergemeenschap die haar willen helpen louter door haar aanwezigheid in levens­gevaar brengt. En als ze eindelijk is herenigd met haar moeder, krijgt ze ook nog te maken met de schande die wordt gesproken van jihadistenbruiden én alleenstaande moeders.

O’Brien doorspekt die horror­odyssee met andere verhalen van overlevers, naast flarden van lokale liedjes en mythen. En ze wekt dat geheel met zoveel empathisch vakmanschap tot leven, dat mogelijk dreigend geneuzel over appropriatie subiet zou moeten verstommen.

De pijn en worstelingen van rechteloze vrouwen waren altijd al haar terrein. In Meisje geeft ze die opnieuw een prachtige, universeel menselijke stem.

Fictie

Edna O’Brien
Meisje
Girl, vertaald door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp,
De Bezige Bij,€20,99, 214 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden