PlusAchtergrond

Megabroekspijpen uit de jaren 2000

Met Monument Magazine brengt stylist Mary-Lou Berkulin een eerbetoon aan ‘The Dutch Wave’, een groep vergeten modeontwerpers die rond de eeuwwisseling internationaal furore maakte. Voor editie nummer twee ligt de focus op het illustere duo Keupr/van Bentm.

Beeld Roos Quakernaat

Het fanzine ligt sinds donderdag bij boekhandel Athenaeum aan het Spui in de schappen tussen de grote internationale modetitels, maar gaat over mode die twintig jaar oud is. Een leuke uitdaging, noemt initiator en stylist Mary-Lou Berkulin dat. De inhoud toont verrassend dat de kleurrijke, absurdistische experimenten van Michiel Keuper en Francisco van Benthum, alias modeduo Keupr/van Bentm, ook zoveel jaar later op een catwalk niet zouden misstaan.

En dat is een van de dingen die Berkulin (38) wil laten zien: hoe vooruitstrevend de heren waren. Tegelijkertijd wil ze aantonenen dat de huidige industrie enigszins vastgeroest is. Met het oog op commercie delft het experiment vaak het onderspit. Eveneens afgestudeerd aan dezelfde academie, ArtEZ hogeschool voor de kunsten in Arnhem, waren de collecties van Keupr/van Bentm een grote inspiratiebron voor Berkulin.

“Ik merk echter dat jongere generaties modeliefhebbers hun werk niet kennen. Doodzonde.”

Fanzine nummer één was gewijd aan duo Rozema/Teunissen. Op de planning staan nog specials over Marcha Hüskes en duo’s Klavers van Engelen, Oscar Suleyman en G+N.

“Wat de groep, ik noem ze ‘The Dutch Wave’, verbindt is hun ambitie en vindingrijkheid die weer vanuit die ambitie is ontstaan. Zo wilden Keupr/van Bentm graag een volledig couturelabel zijn, maar daar hadden ze simpelweg de middelen niet voor. Er was geen budget voor een hoedenmaker, dus maakten ze die zelf van papier en karton. Ik heb ze bekeken in het depot van het Centraal Museum in Utrecht, de splitpennen en nietjes zitten er nog in en ook de lijm is zichtbaar, maar ze zijn mooier dan elke officiële vilten hoed die ik ooit heb gezien.”

Zelf werkte Berkulin een tijd als ontwerpster voor H&M in Zweden en Ann Demeulemeester in Antwerpen. Ze runde ook haar eigen label, maar stopte omdat ze het vak niet meer zo spannend vond. “Na het tekenen van 28 trenchcoats, dacht ik: wie op de wereld heeft er in godsnaam nog zo’n jas nodig? Waar dient dit voor?”

Met die vraag worstelden Michiel Keuper en Francisco van Benthum na hun afstuderen halverwege de jaren negentig ook. Keuper (49): “Dat we een mooie broek met een verlegde zijnaad konden maken, wisten we, maar dat deden de Prada’s en Gucci’s al, daar konden we nooit tegenop concurreren.”

Van Benthum (47), samen met Keuper aanwezig bij de lancering bij Athenaeum: “We wilden een nieuw perspectief op mode bieden en provoceren. Loskomen van het systematisch denken en minimalisme, wat toen heel erg speelde in de mode. Qua ontwerpen kon het ons niet gek genoeg zijn, maar wij namen dat ontwerpen wel erg serieus. We dachten niet na over draagbaarheid, er was ook geen plan om te gaan produceren. Onze creativiteit delen met de wereld was het allerbelangrijkste, het ging niet zozeer om ons. En ook niet om rijkdom. Dan hadden we echt andere keuzes moeten maken.”

Michiel Keuper (l) en Francisco van Benthum in 2000.Beeld Maartje Geels

Geen tijd voor drugs

In de slipstream van Le Cri Néerlandais, een groep ontwerpers waartoe Viktor & Rolf behoorden, kozen Keupr/van Bentm (gesteund door het Fonds voor beeldende kunsten en het Mondriaan Fonds) eveneens voor een internationaal podium in Parijs.

Keuper: “We begonnen met deelname aan ­Robijn Fashion Award, waar we de halve finale niet eens haalden. Dat voelde alsof onze carrière al direct om zeep was geholpen. De briefing was: een collectie insturen, maar die mocht maar uit drie outfits bestaan. What the fuck, hoe dan, dachten we. Maar meteen daarna: Oké, als dát is wat jullie willen, dan kunnen jullie het krijgen ook! Toen hebben we zes outfits in één gestopt, drie gefragmenteerde explosies werden het. Francisco, afgestudeerd als mannenontwerper, en ik, als vrouwenontwerper, zijn tegenover elkaar aan tafel gaan zitten, ieder met een vel papier, kookwekker erbij. Om de vijf minuten ruilden we ons papier om, vulden we schetsen aan. Zo probeerden we elkaar uit te dagen. Als de één een uitvergrote broekspijp had getekend, vergrootte de ander die nog driedubbel.”

Op de avond van Robijn Fashion Award viel de zaal echter stil toen hun ontwerpen het podium opkwamen. Keuper: “Dat lag aan de context concludeerden we, waarna we besloten onze eigen decors en foto’s te maken.”

Tijdschrift Dutch pikte het duo op, telefoontjes uit Japan en Londen volgden. Onder meer van conceptstore The Pineal Eye.

Van Benthum: “Voor de lancering van ‘onze etalage’ werden we naar Londen overgevlogen. Vanwege onze absurdistische ontwerpen hadden ze twee totaal gestoorde types uit Nederland verwacht, geen serieuze jongens. Ze dachten dat we dan toch minstens flink aan de drugs zaten tijdens het ontwerpen.”

Keuper: “Dat was niet zo. We hadden helemaal geen tijd om zelfs maar aan drugs te denken, we hallucineerden van slaapgebrek.”

‘A Sartorial Tsunami’, had modejournalist Stephen Todd hun werk in Dutch genoemd. Een groot compliment, vonden de heren. Beïnvloed door videoclips op MTV, werden ook hun kledingstukken steeds meer in stukken opgedeeld. Kan een broek ook vier verschillende ontwerpen ineen zijn, of kan een outfit hybride zijn, waren vragen die ze in hun collecties probeerden te beantwoorden.

De cover van Monument.Beeld Maartje Geels en Roos Quakernaat

De collecties weggegooid

Een achtbaanrit, noemen ze de periode waarin ze acht collecties maakten. Van Benthum: “Ik had het idee dat we overal achteraan liepen, we waren zó ambitieus en werkten dag en nacht.”

In 2000 verhuisde het duo naar Berlijn, om daar, te midden van een rauwe, inspirerende undergroundscene, hun label naar een hoger plan te tillen. In 2001 was het echter schluss.

Van Benthum: “Toen de Twin Towers naar beneden kwamen, zagen we dat als een teken: de wereld stort in, we gaan iets anders doen.”

Van Benthum ging terug naar Arnhem, maar woont inmiddels al jaren in Amsterdam. Keuper bleef in Berlijn. Hij behield het vrouwenarchief, Van Benthum nam alle mannenontwerpen mee, waarvan hij inmiddels een deel heeft weggegooid. En nee, dat deed geen pijn. “Het Centraal Museum heeft zo’n twintig stuks. Dat is echt de essentie en er wordt goed voor gezorgd. Hoewel ik terugkijk op een hele mooie periode voelden die stuks in mijn kast als ballast.”

Door naar nieuw label

Tot 2014 runde hij zijn eigen fantastische en originele mannenlabel. Toen hij de juiste investeerder niet vond om een volgende stap te zetten, kapte hij ermee.

“Ik dacht, dan ga ik mezelf wel opnieuw uitvinden, ik ben nog niet klaar met wat ik te zeggen heb.”

Samen met Keuper ontwierp hij vier seizoenen de showcollectie voor G-Star. Tegenwoordig vormt hij samen met modeveteraan Alexander van Slobbe Hacked by__, een duurzaam mannen- en vrouwenlabel dat werkt met overstock en restmaterialen.

“Geen vetpot, maar Keupr/vanBentm heeft me gevormd. Het hebben van vrijheid en zelf alles kunnen bepalen, hoe zwaar soms ook, is wat ik zo waardeer.”

Michiel Keuper geeft les in modeontwerpen op diverse academies, waaronder in Poznan, Polen, in Arnhem, op de Rietveld Academie en op de Meesteropleiding Coupeur in Amsterdam. Zijn brood verdient hij met het maken van kostuums en decors voor eigentijdse dans, door heel Duitsland. Ook bij hem is geld niet zaligmakend.

“Ik gedij beter bij projecten, met iets beginnen, afronden en weer iets nieuws starten. Die vrijheid is instabiel. Dat is het compromis. Af en toe denk ik weleens: what’s next? Maar het is nooit meer, zoals in de Keupr/van Bentmperiode: kan ik morgen nog wel eten kopen?”

Roos Quakernaat fotografeerde voor Monument stukken uit het persoonlijk archief van Keuper/van Bentm. De ontwerpen uit het depot van het Centraal Museum mochten alleen plat liggend, zonder model, gefotografeerd worden. Ook deze staan in het fanzine. Beeld Roos Quakernaat

Monument No.2 - Keupr/van Bentm, 15 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden