PlusAchtergrond

Meesterpianist Radu Lupu (1945-2022) was geen showman, maar als hij speelde had iedereen oren op steeltjes

De Roemeense meesterpianist Radu Lupu kwam op, boog, ging zitten, speelde fantastisch en stond dan weer op en vertrok. Een publieke figuur werd hij nooit, wel een heel beroemde pianist. Zondag is hij overleden.

Erik Voermans
Pianist Radu Lupu in januari 2017 in Bologna, Italië. Beeld Redferns
Pianist Radu Lupu in januari 2017 in Bologna, Italië.Beeld Redferns

Hij was een van de grootste pianisten van zijn tijd. Bemind en bewonderd zowel door zijn vakgenoten als het publiek, vanwege zijn unieke toon, kleurend vermogen, muzikale intelligentie en zijn artistieke ethos. En nu is hij dood. Radu Lupu. Roemeense meesterpianist. Winnaar van drie van de belangrijkste pianocompetities: de Van Cliburn International Piano Competition in Forth Worth, Texas, in 1966, de George Enescu International Piano Competition in het jaar daarna en de Leeds International Pianoforte Competition in 1969.

Pianofenomeen Alicia de Larrocha, in 1966 jurylid, vatte zijn kwaliteiten kort en bondig samen: “Ik ben sprakeloos.” Alle pianisten van naam liepen met hem weg, van Mitsuko Uchida tot en met Daniil Trifonov. En zelfs dirigent Yannick Nézet-Séguin zei over hem dat Lupu bepalend was geweest voor zijn klankbesef als jonge, aspirerende musicus.

Aversie tegen interviews

Anders dan iemand als Vladimir Horowitz werd Lupu nooit een publieke figuur. Hij had een aversie tegen interviews, omdat hij niet wilde dat zijn woorden verkeerd zouden worden geïnterpreteerd.

In een van de schaarse vraaggesprekken zei hij dat hij zich ‘een autodidact’ beschouwde, hoewel hij les had gehad van Mario Curcio, een leerling van Schnabel en later, vanaf zijn zestiende in Moskou in de leer ging bij Galina Egujazarova en uiteindelijk bij Heinrich Neuhaus, die ook de giganten Emil Gilels en Svjatoslav Richter tot zijn pupillen mocht rekenen.

In de Chicago Tribune zei hij desondanks dat hij vooral de dirigenten Toscanini en Furtwängler als zijn leermeesters beschouwde. In 1966 had hij na het winnen van het Van Cliburn Concours ongetwijfeld aan een bloeiende concertpraktijk kunnen beginnen, maar hij koos ervoor zijn studie in Moskou voort te zetten. Pas na de winst in Leeds achtte hij zich volleerd genoeg om uit te vliegen.

Magere oogst

Lupu was geen fan van ‘muziekconserven’, zoals de onlangs overleden musicoloog Jan de Kruijff dat noemde. Voor radio-opnamen van zijn concerten gaf hij meestal geen toestemming en platen maakte hij weinig. Na zijn debuut op het label Decca, in 1970, verschenen er iets meer dan twintig, wat voor iemand van zijn statuur een magere oogst mag heten. Lupu motiveerde de schaarste door erop te wijzen dat een plaatopname slechts een surrogaat kon zijn van een concertervaring.

Wie Lupu ooit live heeft horen spelen, zal dat niet tegenspreken. De geconcentreerde magie die hij in de zaal wist op te roepen, was domweg niet te vangen met een registratie.

Niettemin viel en valt er aan zijn opnamen veel te genieten: peilloos diepe Schuberts, wijze Schumanns en Brahmsen en monumentale Beethovens.

Op zijn 24ste maakte hij zijn debuut in de BBC Proms, in de Royal Albert Hall, met het eerste pianoconcert van Brahms. De dirigent was Edo de Waart, ook present op Lupu’s latere plaatopname van het stuk.

Grote klassieken

Een showman was hij niet. Hij kwam op, boog, ging zitten en speelde, met een roerloos lichaam, op zijn handen na, onder verdere overbodige bewegingen. Na een verschroeiende late sonate van Schubert, of van Beethoven, Mozart of Schumann – programmatisch concentreerde hij zich op de grote klassieken – stond hij op, boog andermaal en verliet het podium.

In Amsterdam was hij met regelmaat de gast in de serie Meesterpianisten van Marco Riaskoff, met in de zaal vele pianisten, jong en oud, en allemaal met oren op steeltjes. In 2016 was hij voor het laatst in het Concertgebouw te bewonderen. Platen maakte hij al twintig jaar niet meer.

In 2019 nam hij afscheid van het podium. Hij was al een tijdje ernstig ziek. Zondag is hij overleden, 76 jaar pas. ‘Een uniek musicus onder de grootste pianisten is niet meer,’ schreef collegapianist Menahem Pressler.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden