Plus

Meekijken met Quincy Jones bij het Metropole Orkest: 'Groove like hell'

Het Metropole Orkest speelde deze week met Quincy Jones in de Royal Albert Hall. Journalist Mick Boskamp keek mee achter de schermen bij de generale repetitie en was behoorlijk overdonderd.

Mick Boskamp
Quincy Jones neemt zijn applaus in ontvangst Beeld Mark Allan/BBC
Quincy Jones neemt zijn applaus in ontvangstBeeld Mark Allan/BBC

Het is drie uur 's middags in Londen. In de majestueuze zaal van de Royal Albert Hall spreekt Jules Buckley, de 36-jarige chef-­dirigent van het Metropole Orkest, de 'troepen' toe. Hij wenst de muzikanten een geweldige dag en ­besluit vrolijk met dat er na afloop flink gefeest zal worden.

Een uur later wordt het drukker op en rond het podium. Er hangt opeens een prettige spanning in de lucht, die eerder op de middag ontbrak omdat alle repetities, voorafgaand aan deze generale, vlekkeloos verliepen. Mijn hart gaat van 'boem boem' over in 'boem boem boem'.

Onnavolgbaar
Quincy Jones is in aantocht voor zijn repetitie. Niet alleen de fotografen, cameramensen en het personeel van de Royal Albert Hall ogen opgewonden, ook de muzikanten van het Metropole Orkest wiebelen nerveus op hun stoeltjes. Logisch, Jones is in mijn ogen de grootste nog levende muzikale legende.

Met 27 Grammy Awards en ontelbare andere prijzen, eredoctoraten van universiteiten en bijzondere wapenfeiten - zo speelde astronaut Buzz Aldrin zijn arrangement van Fly me to the moon tijdens de eerste maanlading - is Jones op muzikaal-historisch gebied onnavolgbaar.

Meester van de lichte muziek
In de laatste veertig jaar van de vorige eeuw drukte
hij op elk decennium wel een belangrijk stempel. Misschien is wel zijn meest memorabele wapenfeit het lanceren van Michael Jackson als de King of Pop in het begin van de jaren tachtig. Het door Jones geproduceerde ­Thriller is met meer dan 65 miljoen verkochte exemplaren nog steeds het best verkochte album aller tijden.

Met twee begeleiders in zijn kielzog loopt de meester van de lichte muziek met een brede grijns op dirigent Buckley af. Die krijgt een dikke knuffel, waarna Jones hem aflost voor de lessenaar. Ondanks zijn 83 jaar geeft hij al zijn energie en aandacht aan dit bijzondere Nederlandse orkest.

Quincy Jones in de Royal Albert Hall Beeld Mark Allan
Quincy Jones in de Royal Albert HallBeeld Mark Allan

Ik zit vlak bij het podium en geniet met volle teugen van een goed geöliede muzikale machine die Quincy Jones-klassiekers als Soul bossa nova en Chump change (de bekende tune van Langs de lijn) spelen.

Positieve gedachten
Voor de titelsong van de Sydney Poitier-film They call me Mr. Tibbs verschijnt Snarky Puppy-toetsenist Cory Henry op het toneel, die met zijn Hammondorgel helemaal in het muzikale straatje van Jones' sound in jaren zeventig past.

Als Jones de toegift die straks de avond moet afsluiten heeft gerepeteerd - de door Louis Jordan in 1946 gecomponeerde jump blues Let the good times roll, het orkest speelde het een paar tandjes harder - gaat hij erbij zitten. Om vijf minuten later weer op te staan, waarna hij aanstalten maakt om de zaal te verlaten.

Het is nu of nooit. Ik loop op hem af, stel me voor. Of ik een vraag mag stellen. "Shoot," zegt hij. Ik haal diep adem. "Mijnheer Jones, gelooft u in de wet van de aantrekkingskracht?" "Ik heb me mijn leven lang gefocust op positieve gedachten," zegt hij.

"Positieve gedachtes leiden tot positieve acties. En met positieve acties trek je positieve mensen aan. Zo werkt het altijd." Een betere tip had de meester wat mij betreft niet kunnen geven aan het Metropole Orkest. Jones loopt de kleedkamer in, om zich voor te bereiden op het concert.

Vette funk tot coole jazz
Eerder op de dag zit Jules Buckley in zijn kleedkamer. Dit optreden is zonder enige twijfel het hoogtepunt van zijn carrière als dirigent, zegt hij. En misschien wel het hoogtepunt in het bestaan van het Metropole Orkest. "Ook kan het zomaar het dieptepunt in mijn loopbaan worden, als na afloop blijkt dat ik er een zooitje van heb gemaakt."

Het Metropole Orkest op deze plek in Londen, wat maakt dit orkest nou zo bijzonder?

"Er zijn meer goede orkesten in de wereld, maar hier zitten veertig tot zestig muzikanten, de bezetting van een klassiek orkest, die alles kunnen spelen. Maar dan ook echt alles. Van hartveroverend klassiek tot vette funk tot coole jazz. We can groove like hell. Eigenlijk is het meer een band dan een orkest. En in dat opzicht bestaat er op de wereld geen tweede van en moeten we dit koesteren."

Mooi gezegd, maar de realiteit is anders. In januari 2017 gaat de subsidie voor het orkest nog meer omlaag. In de catacomben van de concertzaal spreek ik Pieter Hunfeld, hoornist en woordvoerder van het Metropole Orkest.

Hoe kan het dat andere orkesten, zoals het razend populaire Amerikaanse gezelschap Snarky Puppy waarmee het Metropole Orkest regelmatig samenwerkt, zonder subsidie kunnen bestaan?

Ambassadeurs
"Dat is geen orkest," zegt hij. "Met alle respect, maar dat is een bandje vergeleken met het Metropole Orkest. We praten over 52 man, over een muzieklaboratorium, een kweekvijver. We hebben een balans gevonden waarbij we bijzondere dingen kunnen presenteren, zoals deze BBC Promsavond met Quincy Jones. Om dan die balans te verstoren, zou dodelijk zijn voor het orkest."

Vervolgens komt de bijdrage van het orkest aan de Nederlandse samenleving ter sprake. "We brengen muziekonderwijs, ook op basisscholen," zegt Hunfeld. "En daar worden Nederlandse kinderen vrolijker en slimmer van. We zijn ambassadeurs voor Nederland, neem de Grammy Award die we dit jaar hebben gewonnen met Snarky Puppy voor het beste muzikale album. En we ­brengen ontspanning. We werken steeds harder. Wat is er dan mooier om een avond volop te genieten? Of om over een paar jaar terug te denken aan dat bijzondere concert van het Metropole Orkest? Dat is toch onbetaalbaar?"

Voordat de avond losbarst, praat ik even kort met Jones' jongste protegé, de Britse multi-instrumentalist en zanger Jacob Collier (22), die net het adembenemende debuutalbum In my room heeft uitgebracht. Alle songs zijn dan ook volledig opgenomen in zijn 'jongenskamer'.

Eerder zei chef-dirigent Buckley dat Collier muzikale harmonieën leest en interpreteert zoals Neo The Matrix ziet: razendsnel, tot in detail zonder het geheel uit het oog te verliezen. Om eraan toe te voegen: '"Die jongen is echt freaky!"

Jules Buckley tijdens het concert Beeld Mark Allan/BBC
Jules Buckley tijdens het concertBeeld Mark Allan/BBC
Jules Buckley en de protegé van Quincy Jones, Jacob Collier Beeld Matt Hass
Jules Buckley en de protegé van Quincy Jones, Jacob CollierBeeld Matt Hass

Collier speelt vanavond twee songs, Michael Jackson's Human Nature en zijn eigen In the Real Early Morning. In dat laatste nummer wordt hij alleen begeleid door de strijkers en koperblazers van het orkest, onder wie zijn moeder Susan, die violiste is.

Hoe is het voor hem om op het podium van de Royal Albert Hall te staan, met Quincy Jones, je eigen song te brengen en begeleid te worden door onder andere je moeder? "Ja, bizar natuurlijk," zegt hij. "En het wordt nog gekker als je bedenkt dat mijn grootvader hier in 1964 violist was tijdens The last night of the proms. Zo is de cirkel straks rond."

Ik biecht op dat ik tijdens de repetitie van zijn In the real early morning tranen in de ogen kregen van ontroering. Bescheiden als hij is, geeft hij de eer aan de strijkers van het Metropole Orkest.

"Ik heb het arrangement van die song geschreven voor een klassiek orkest. En het was even afwachten of het Metropole Orkest ermee weg kwam, maar de aanpak van Jules en de muzikanten overtrof mijn stoutste verwachtingen. Man, wat heb ik er een zin in!"

Sir Caine
Die vreugde vooraf blijkt terecht te zijn. Tijdens het concert wordt het publiek langs de muzikale hoogtepunten van de afgelopen veertig jaar gevoerd. Adembenemend. Ik sta als het is afgelopen bij te komen in de Green Room, de bar voor muzikanten, solisten, Jones en genodigden. Het is nog stil, maar aan de bar staat Sir Michael ­Caine, de Engelse acteur.

Ik ga naast hem staan en begin een praatje. "Wat een ­geweldig concert was het, vond u ook niet?" Hij kijkt me aan met die wereldberoemde lodderige ogen en zegt in Cockney Engels: "It was bloody brilliant."

"Wat vond u van het orkest?" vraag ik. "Heel bijzonder," zegt hij. "Al kan ik er niet een, twee, drie de vinger opleggen wat er zo apart aan is." "Het is het enige hybride orkest ter wereld," probeer ik. "Een jazzbigband met volledig symfonisch strijkorkest, houtblaasinstrumenten, hoorn, harp en percussie." "Verdomd," zegt Caine. "Dat is het! En Quincy is natuurlijk goud." Ik knik. Platina.

Bekijk hieronder de beelden van Quincy Jones samen met het Metropole Orkest:

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden