PlusInterview

Mediameiden Fanny van de Reijt en Tamar Bot: ‘Je wordt gewoon een ander mens als je elke dag op televisie verschijnt’

 Tamar Bot (rechts) en Fanny van de Reijt maken podcast De Mediameiden: ‘We willen geen sappige details over bekendheden delen, dat is niet aan ons.’ Beeld Marc Driessen
Tamar Bot (rechts) en Fanny van de Reijt maken podcast De Mediameiden: ‘We willen geen sappige details over bekendheden delen, dat is niet aan ons.’Beeld Marc Driessen

In hun podcast De Mediameiden, deze maand bekroond met een Podcast Award, geven talkshowredacteuren Fanny van de Reijt (36) en Tamar Bot (27) een kijkje achter de schermen van de televisiewereld. ‘Bijna alle presentatoren met wie ik heb gewerkt zijn vervormd door de roem.’

Freek Haye

Fanny van de Reijt en Tamar Bot liepen elkaar toevallig tegen het lijf in de sprinter naar ‘Hillywood’, maar leerden elkaar pas echt goed kennen als redacteuren van de inmiddels gestopte talkshow M. Van de Reijt: “Bij een dagelijkse talkshow gebeurt heel veel. Het is een soort groot toneelstuk waar je toeschouwer en toneelspeler tegelijkertijd bent. Wij vonden elkaar snel in wederzijdse blikken tijdens redactievergaderingen of repetities. Maar ook het ironisch gebruik van het mediataaltje met dingen als: ‘Wat een speels idee’ of ‘Ik weet nog iemand voor een stoute tafel’ vonden we allebei heel grappig.”

In hun werk krijgen ze veel te maken met bekende Nederlanders, de een veeleisender dan de ander. Bot: “In die gekte van de televisiewereld, waarin redacteuren aan wensen van gasten moeten voldoen, durven BN’ers veel te eisen.” Van de Reijt: “Een gast stelde ooit voor hem te komen ophalen met een helikopter, zodat hij nog op tijd voor de uitzending kon komen.”

Hoewel ze in hun podcast De Mediameiden weinig bekende mediapersoonlijkheden onbesproken laten en in hun rubriek ‘De etende BN’er’ een beroep doen op de observaties van het ‘meidenleger’ – een pastiche op het spionnenleger van Yvonne Coldeweijer – wil het tweetal allesbehalve een roddelpodcast maken.

Op skeelers op de redactie

Van de Reijt: “De anekdotes in onze podcast illustreren de bredere gekte over werken in de tv-wereld, zoals wanneer we een gast een uur voor de uitzending moeten afbellen. Of als Renze Klamer opeens op skeelers de redactie binnen komt sjezen. Die hysterie is ook interessanter dan weer een volkszanger die vreemdgaat.”

Bot: “We willen ook geen sappige details over bekendheden delen, dat is niet aan ons.” Van de Reijt: “We noemen ook niet altijd namen. We bespraken een keer dat een veganistische BN’er was gezien terwijl hij vlees at. Dat brengen we dan anoniem. Daarnaast willen we graag nog blijven werken in de mediawereld, dus er is altijd een spanningsveld.”

Dat het bestaan van een talkshowredacteur ook een keerzijde kan hebben, bleek vorige maand uit het onderzoek dat de Volkskrant publiceerde over de angstcultuur bij De Wereld Draait Door. Volgens Bot en Van de Reijt zijn kortlopende contracten – vaak voor één televisieseizoen – binnen een gedateerd omroepstelstel de voedingsbodem voor het ontstaan van zo’n angstcultuur. Daar kan Van de Reijt, twee seizoenen werkzaam bij DWDD, over meepraten. “De werkdruk kon ik aan, maar de werksfeer was onnodig zwaar.”

Afgebrand en opgetild

Bot werkte niet bij DWDD, maar kan zich goed inleven hoe het er achter de schermen aan toe moet zijn gegaan. Als beginnend tv-redacteur kreeg ze tijdens een repetitie de volle laag toen ze een item zogenaamd had ‘verpest’. “Ik werd apart genomen en kreeg te horen dat het item niet goed was en ik het werk niet kon. Daar schrok ik natuurlijk heel erg van. Maar het daadwerkelijke gesprek ging heel goed, waardoor ik na de uitzending opeens met luid applaus werd ontvangen en te horen kreeg dat ik geweldig was.”

Van de Reijt: “Ja, het ene moment word je afgebrand maar even later weer opgetild. Daar moet je tussen schipperen. Bot: “DWDD was denk ik een exces: de sfeer, de omvang, de werkdruk en dat het 15 jaar heeft geduurd is extreem. Maar credo’s zoals ‘de show gaat altijd door’ en ‘je bent zo goed als je laatste tafel’ beheersen meer plekken in Hilversum.”

Met de aanstelling van NPO-voorzitter Frederieke Leeflang, die het duo af en toe uitnodigt om ideeën over mogelijke contractuele en culturele verbeteringen uit te wisselen, denken de twee dat de mediawereld in positieve zin veranderd kan worden.

Zelfrelativering

Van de Reijt: “Het is in de eerste plaats goed om met elkaar een open gesprek te blijven voeren. Vorige week belde een van de eindredacteuren van DWDD me op, dat was een heel fijn gesprek. In algemene zin denk ik dat wat meer zelfrelativering goed is. Lach allemaal wat meer, we gaan niet dood als een uitzending niet lukt. Mensen bij de tv vinden zichzelf vaak veel te belangrijk.”

Het is volgens beiden zaak dat er vanuit alle lagen van de televisiewereld voor wordt gezorgd dat presentatoren niet op een onaantastbare plek komen. Van de Reijt: “Bijna alle presentatoren met wie ik heb gewerkt zijn vervormd door de roem, mede doordat hen heel veel werk uit handen wordt genomen. Je wordt gewoon een ander mens als je elke dag op televisie verschijnt.”

Niet zelden, maar nu meer dan ooit, krijgen ze de vraag waarom ze in vredesnaam zo’n ondankbare baan willen. Bot: “Televisie is een heel interessant medium waarin je heel creatief kunt zijn. Je spreekt veel verschillende mensen, wat echt heel leuk is. Als de sfeer iets gezonder zou zijn, met betere contracten en een betere cultuur is het redacteurschap echt een fantastische baan. In plaats van topsport zou het meer teamsport moeten zijn. ”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden