PlusInterview

Martijn Lakemeier is Shooting Star in Berlijn: ‘Nederland kent een plafond aan hoeveel rollen je kunt spelen’

Martijn Lakemeier neemt dit jaar deel aan het Shooting Stars-programma voor aanstormend acteertalent op het (volledig digitale) filmfestival van Berlijn.

Martijn Lakemeier Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Harderwijk
Martijn LakemeierBeeld Hollandse Hoogte / Patrick Harderwijk

Deelnemers aan het programma Shooting Stars worden normaal gesproken gefêteerd op een paar dagen Berlijn. Tijdens de showcase voor aanstormend Europees acteertalent, die jaarlijks op het filmfestival Berlijn wordt georganiseerd door de organisatie European Film Promotion, worden de deelnemers van de ene borrel naar het andere premièrefeestje gesleept.

Dit jaar ging dat even anders. Het driedaagse Shooting Starsprogramma vond vorige week, net als deze week de rest van het programma van de Berlinale (zie kader), geheel online plaats.

Geen trip naar Berlijn dus, en geen feestjes. In plaats daarvan kregen de tien deelnemers, onder wie Nederlander Martijn Lakemeier, een flink pakket thuisgestuurd – met gadgets om op de webcam zo voordelig mogelijk voor de dag te komen, een fysieke sleutel als symbool voor hun selectie, en – vooruit – een fles bubbels om thuis toch een beetje de borrelsfeer te scheppen.

Oorlogsverhalen

“Het is natuurlijk totaal anders dan wanneer je echt met iemand op een borrel of feestje staat,” relativeert Lakemeier. “Je weet ook niet hoe casting directors dat ervaren, om in een Zoomgesprek in een soort groepje allerlei acteurs te ontmoeten. Via zo’n scherm krijg je toch een andere indruk van iemand. Maar misschien is het ook wel weer effectiever – je kunt beter een gesprek voeren, iemand iets beter leren kennen dan wanneer je met zoveel ruis om je heen aan de bar staat.”

Het Shooting Starsprogramma is gericht op acteurs die in eigen land al flink aan de weg timmeren en de stap naar een internationaal podium ambiëren. Daar is Lakemeier al enige tijd mee bezig. “Er is in Nederland toch een soort plafond voor hoeveel rollen je kunt spelen per jaar. En je wilt toch ook een beetje selectief zijn, verschillende rollen spelen en niet overal ja op hoeven zeggen. Als jonge acteur word je op een gegeven moment alleen maar gecast als de blowende puberzoon.”

Lakemeier mag dan pas 27 jaar zijn, hij acteert al bijna zijn halve leven. Hij begon op zijn veertiende met de hoofdrol in Martin Koolhovens succesvolle boekverfilming Oorlogswinter – hij deed auditie toen hij pas een paar weken op acteerles zat. Die film noemt Lakemeier nog steeds als hem wordt gevraagd naar zijn beste rollen – samen met zijn nieuwste film De Oost. Die nu al veelbesproken film over de politionele acties in Indonesië, die later dit jaar op een internationale streamingdienst wordt uitgebracht, leverde Lakemeier ook zijn Shooting Starsplek op.

“Er zit natuurlijk een bepaalde gelijkenis in die twee films, omdat het allebei oorlogsverhalen zijn, rond heftige conflicten in de Nederlandse geschiedenis die zich kort na elkaar voordeden. Het zijn ook echt de twee hoofdrollen die ik heb gespeeld. Ik heb inmiddels behoorlijk wat projecten gedaan, maar niet echt als personage dat het verhaal draagt. Die opdracht is echt heel speciaal om als acteur te krijgen.”

Te oud

Ook De Oost van regisseur Jim Taihuttu (Wolf; Rabat) draagt Lakemeier overigens al bijna zijn hele carrière mee. “Al bijna tien jaar geleden vertelde Jim er voor het eerst over. Toen zei hij al dat hij aan mij dacht voor de hoofdrol.”

Vervolgens gingen de jaren voorbij. “Het heeft veel tijd gekost om de film te kunnen maken zoals Jim hem graag wilde maken. Ik was een tijdje bang dat ik te oud zou zijn geworden voor de rol, omdat het gaat over iemand van achttien. Maar Jim vond blijkbaar dat het toch wel kon.”

Toen Taihuttu hem voor het eerst over de film vertelde, wist Lakemeier niets over de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd en de politionele acties. “Nooit iets over geleerd op school. En heel veel mensen om me heen ook niet, dus dat was al iets geks, dat zo’n groot stuk Nederlandse geschiedenis je volledig is ontgaan.”

“Tijdens de research ging ik me steeds meer realiseren wat het belang was van het vertellen van dit verhaal, én de gevoeligheid ervan. Wat de film laat zien, is vrij heftig, daar zal zeker een reactie op komen. Maar dit is maar één van de perspectieven op die situatie. Er zijn er natuurlijk duizenden, zoals we ook van de Tweede Wereldoorlog eindeloos veel verschillende verhalen en perspectieven kennen.”

71ste filmfestival van Berlijn


Met de Shooting Starselectie van Martijn Lakemeier is meteen ook vrijwel alle Nederlandse inbreng op het film­festival van Berlijn dit jaar ­genoemd. Slechts één Nederlandse productie haalde de ­selectie: Lost on Arrival, een korte documentaire van kunstenaarsduo PolakVanBekkum die vorig jaar op het Idfa in première ging. De film is geselecteerd voor het zijprogramma Forum Expanded, dat zich richt op ­videokunst. Verder mag regisseur Mees Peijnenburg naar Berlijn als lid van de jury voor het jeugdfilmprogramma Generations. Daar blijft het bij.

Net als het IFFR splitst de Berlinale zich dit jaar in tweeën. Deze week vindt het programma plaats dat gericht is op de filmwereld zelf: premières, com­petities, de filmmarkt – alles volledig digitaal. In juni volgt een tweede week, met bioscoopvertoningen voor het publiek en hopelijk ook wat rode lopers en festiviteiten. Op het programma lijkt dat weinig invloed te hebben gehad: als altijd heeft de selectie een sterke ­nadruk op urgente en ­actuele verhalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden