PlusInterview

Mart Smeets: ‘Ik ben helemaal geen knorrig mens’

Dit coronajaar was het beste jaar in het leven van Mart Smeets. Hij schreef onder meer O Canada en bedacht wat hij nog wilde met zijn tijd. ‘Eigenlijk leef ik gewoon mijn godsheerlijke leven.’

Mart Smeets: ‘Ik heb corona zo serieus mogelijk genomen, luister naar mensen die ervan weten en lig nergens dwars.’ Beeld Hilde Harshagen
Mart Smeets: ‘Ik heb corona zo serieus mogelijk genomen, luister naar mensen die ervan weten en lig nergens dwars.’Beeld Hilde Harshagen

Windstoten jagen over de Grote Markt in Haarlem, woonplaats van Mart Smeets (74). Vanochtend heeft hij op de radio verteld dat zijn commentaarklus bij de NBA-basketbalwedstrijden voor Ziggo Sport deze zomer stopt, omdat de betaalzender de rechten kwijtraakt. Het blijkt groot medianieuws, constateert de oud-basketballer, voormalig wieler- en schaatscommentator en ex-sportpresentator.

Dit coronajaar was het beste jaar in het leven van Mart Smeets. Hij schreef onder meer O Canada en bedacht wat hij nog wilde met zijn tijd. ‘Eigenlijk leef ik gewoon mijn godsheerlijke leven.’ op zijn smartwatch, waarop hij ziet dat hij gebeld wordt. Gedoe om zijn telefoon uit zijn jaszak te halen. “Straks is het Karen (Smeets echtgenote, red.), ik moet even horen wat zij wil.”

Het is niet Karen, maar een redacteur van het televisieprogramma De Vooravond.

Smeets: “Nee, dat ga ik niet doen.”

(...)

“Weet u, ik ga nu zelf over mijn tijd.”

(...)

“Nee, echt niet. Daar ben ik veel te knorrig voor. U moet maar even doorzoeken, dan vindt u vast een jonge, gesoigneerde, licht imbeciele BN’er die heel graag mee wil werken. Goedemiddag!”

Wat gebeurde daar nou?

“Het is niet belangrijk. Ik word elke maand wel tien keer uitgenodigd voor televisieprogramma’s. Maar het is niet belangrijk. Punt. Ik wil helemaal niet meer in die programma’s zitten.”

Waarom niet?

“Waarom wel? Ik maak nu mijn eigen leven uit, hè.”

Ze moeten maar een licht imbeciele BN’er zoeken, zei u.

“Ach, je overdrijft altijd een beetje in zo’n gesprek. Dat meisje aan de telefoon begreep het meteen.”

En u zei: ik ben een knorrige man.

“In dat soort programma’s word ik knorrig, ja. Dit is een deel van mijn leven, zulke telefoontjes. Maar het nee zeggen is ook een deel van mijn leven geworden. Ik maak één uitzondering, ik ga naar Beau om over mijn boek over Canada te praten. Maar voor de rest ga ik nergens zitten en meningen hebben over ministers en wat er allemaal mis is.”

Zijn vrouw kijkt dagelijks naar het NOS Journaal. Smeets: “Een goede gewoonte, ik kijk soms mee. Ik ben erachter gekomen dat je sportwedstrijden ook prima kunt missen. Neem de Giro d’Italia: het gaat altijd verder en iemand zal winnen, tja. Dat heb ik pas laat ontdekt, toen ik zelf met de Tour de France stopte. Als je daarin zit, denk je werkelijk dat je in het epicentrum van de wereld rondloopt. Maar neem een gemiddelde etappe in de Giro. Hoeveel mensen in ons land kijken daarnaar? Zullen we het eens ruim inschatten? 150.000? 200.000? Dat betekent dus dat er 16,5 miljoen Nederlanders níet kijken. Die manier van relativeren heb ik me de laatste jaren wel eigen gemaakt. Wat is voor mij werkelijk belangrijk?”

Omdat u bij Studio Sport stopte?

“Nee, door meer na te denken over: wat wil ik nog met mijn tijd? Hoe richt ik mijn dagen in?”

Deels dus nog wel met het kijken naar American Football en honkbal.

“Ja. Omdat ik dat leuk vind. Ik kijk mijn hele leven al merkwaardige Amerikaanse sporten.”

Toch nog even over die knorrige Smeets bij die talkshows: hoorde u dat in uw omgeving?

“Mijn vrouw vindt dat ik veel te snel knorrig reageer in dat soort programma’s. Als ik daar dan zit en er worden vragen gesteld die ik niet leuk vind, of de sfeer staat me tegen, laat ik dat merken. Dat is niet goed. Dus ik ga er óók niet zitten uit zelfbescherming.”

Dus u bent geen knorrig mens?

“Helemaal niet!”

Want anders lijkt het me nog wel een opgave voor uw vrouw, in zo’n coronajaar.

“Ik heb de beste tijd van mijn leven gehad! Het klinkt heel pedant of onvriendelijk, want corona is een vreselijke tijd. Maar vanaf half maart 2020 tot nu heeft zich een tijd ontrold die ik puur nuttig heb ingevuld. Ik heb dat boek over Canada geschreven, journalistieke stukken. Over Tony Joe White (in 2018 overleden Amerikaanse zanger, red.), en vanochtend nog over de play-offs in de Noord-Amerikaanse ijshockeycompetitie: door corona mogen Canadese ploegen de grens met de VS niet over, maar die wedstrijden moeten wel worden gespeeld.”

Dan gaat het dus toch weer om werk.

“Ik ben nooit gestopt met werken. Ik denk dat ik het niet kan. Werken is een zegen voor een mens, als je tevreden bent met je werk.”

Maar de band aanhalen met kinderen en kleinkinderen kan ook nuttig zijn.

“Die heb ik door de pandemie natuurlijk niet veel gezien. En aangezien ik een digibeet ben, begin ik niet aan videobellen of iets dergelijks. Ik heb contact met ze en dat is prima. Mijn kinderen weten hoe ik in elkaar zit. En de kleinkinderen: ik heb er vier en ik heb ze de afgelopen tijd allemaal gezien. Dus ik heb niets te klagen. Komen ze even langs, even opa gedag zeggen. Maar ik heb ze al ruim een jaar niet geknuffeld.”

Dat hij hier nu zo zit, met een biertje op een terras, is maanden niet voorgekomen. “Karen en ik zijn het voorbije jaar één keer uit eten geweest: afgelopen zomer, met Matthijs van Nieuwkerk op een terras in Amsterdam.”

Een paar dagen geleden heeft hij zijn tweede vaccinatie gekregen tegen het virus dat hem een jaar lang zo veel mogelijk binnen hield. “Ik heb corona zo serieus mogelijk genomen, luister naar mensen die ervan weten en lig nergens dwars. Mijn huisarts heeft gezegd dat ik kwetsbaar ben, vanwege onderliggende, kleine ziektes, en dat geloof ik.”

Meer wil Smeets niet kwijt over zijn gezondheid. Over wat de pandemie met hem deed, is hij spraakzamer. “Ik heb me erop laten voorstaan zo consequent mogelijk te zijn. Ik heb het nuttige met het onaangename gecombineerd. Dat ik niet naar buiten kon, was onaangenaam, dat ik dit boek over Canada kon schrijven was nuttig. Elke dag kon ik van 7 tot 7 werken. En Karen weet hoe ik ben, zij heeft me mijn gang laten gaan, nergens een vraagteken bij gezet. Hooguit soms een uitroepteken, zo van: joehoe, ik zit hier! ‘Waar?’ vroeg ik dan. En dan zegt Karen: dat bedoel ik nou!”

“Dat ik de beste tijd van mijn leven heb gehad, gold ook voor ons samen. We konden nergens heen, we hoefden niets. Mijn vrienden kon ik bellen, dat deed ik ook. Ik ben een beller, geen mailer, geen apper. Als je bij ons de keuken uit loopt, kom je op een dakterras. Daar zat Karen dan weleens op gepaste afstand met een vriendin, dat was prima. En als het kon bleef ze sporten, terwijl ik schreef. Maar we hebben ook meer tijd voor elkaar gehad. Meer gekookt dan ooit, beter gekookt ook.”

Zijn enthousiasme voor Amerika – ‘niet voor de politiek, hè, vooral de sport en muziek’ – heeft hij al vaak opgeschreven, de liefdesverklaring voor Canada is nieuw. Vanaf medio jaren 70 reist hij graag en vaak naar het immense land, zijn boek voert als een reisgids langs Canadese sportstadions, concerten van Canadese muzikanten en over schitterende wegen door de Rocky Mountains langs de forse Nederlandse gemeenschap in het land, onder wie bijvoorbeeld ook tweevoudig Elfstedentochtwinnaar Evert van Benthem.

Nog even en dan moet hij naar huis. Vrijdagavond kookt hij, vaste prik. Wat hij gaat maken? “Kabeljauwstuk. Met wilde champignons, cantharellen en anijsdingetjes. En doperwtjes die ik nog moet doppen, want mijn vrouw eet alleen erwtjes als ze vers zijn. En terwijl ik kook, kijkt zij naar Veronica Inside, dat is haar hidden pleasure, zoals zij het noemt. En ik vind dat heerlijk.’

Brede grijns: “Eigenlijk leef ik gewoon mijn godsheerlijke leven. Had ik nou maar een gezonder lijf, dan was het makkelijker geweest. Aan de andere kant: zie nou eens waar je tegenaan kijkt. Dit zouden ze in de paardensport een stevige oxer noemen, toch? Je moet een goed paard hebben om daar overheen te komen.”

Een grote vraag aan het einde van zo’n gesprek, maar heeft u gedachten over uw uitvaart?

“O, daar heb ik wel over nagedacht, dat is geen geheim. Ik hou het rustig, niet te veel sprekers. Mijn zoon en Kees Jansma, denk ik. En Leo Blokhuis (met wie Smeets jarenlang het radioprogramma For the Record maakte, red.) weet allang welke muziek hij moet spelen. Jackson Browne, The Allman Brothers Band en The Byrds.” Guitige blik: “Met You Ain’t Goin’ No­where.”

JAN MARTINUS SMEETS

Jarenlang keek Nederland ‘met het bord op schoot’ op zondagavond naar het eredivisievoetbal en zag dan Mart Smeets (11 januari 1947, Arnhem) Studio Sport presenteren. Na zijn basketballoopbaan (zes interlands) begon hij in 1971 als leerling-journalist bij de NOS. Decennialang was Mart Smeets het gezicht en de stem bij voetbal, wielrennen, schaatsen en Olympische Spelen. Met zijn eerste vrouw Willemien kreeg hij dochter Nynke (44) en zoon Tjerk (40). Inmiddels is hij al lange tijd samen met tweede echtgenote Karen (68). Hij schreef ruim vijftig boeken, waarvan O Canada het recentste is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden