Plus

Mart Smeets: 'Ik ben een ander mens geworden'

Mart Smeets schreef, naar eigen zeggen, 'eindelijk eens een serieus boek'. Terwijl hij daarmee bezig was, begon zijn hart te haperen. 'Ik ben aan het aftellen.'

Mart Smeets: 'Ik hoef niet te weten dat wielrenners naar de hoeren zijn geweest met z'n allen' Beeld Jacqueline de Haas

Mart Smeets (70) draagt een hartslagmeter om zijn rechterpols. Een zwart, glimmend dingetje. "Even kijken: ik kan je mededelen dat mijn hart op dit moment 58 keer per minuut slaat."

Het bandje zit er niet voor niets. De rikketik hapert, zegt Smeets, terwijl hij de mouw van zijn witte pullover weer over het bandje schuift. Eind vorig jaar meldde hij zich bij de huisarts en een paar uur later werd hij opgenomen in het ziekenhuis.

Denken over doodgaan
"Daar lag ik dan, aan de slangen. Denken over doodgaan: ik heb het heel lang voor me uit weten te schuiven. Maar op zo'n moment is het net of die voile wordt opgetrokken. Dan heb je ineens zicht op wat het werkelijk is: dat een levend mens doodgaat. En dat gevoel zit hier heel duidelijk in. Ik wilde dit schrijven voor ik bij het eindstation was."

'Dit' is zijn nieuwe boek: Mijn Amerika. Zijn 53ste, maar anders dan alle voorgaande, benadrukt hij. Al was het maar vanwege de tijd die hij ervoor nam. "Wat ik nu ga zeggen is heel cru, maar wel de waarheid. Voor mensen die bekend zijn, bestaat een manier om hun bekendheid te gelde te maken: met boekjes voor de feestweken."

"Je bundelt je laatste 52 columns, doet er een mooi omslagje om en het is een succes. Youp van 't Hek doet niet anders en mijn uitgever deed dat ook graag. Dat werd een succes en dat ging een eigen leven leiden."

"Mijn vriend Bert Wagendorp (schrijver en Volkskrantcolumnist) zei tegen me: 'Schrijf nou eens een echt boek. Ga díeper. Schrijf dat boek over Amerika dat je al zo lang in je kop hebt.' Ik dacht: maar daar ben ik een jaar mee bezig. En toen zei mijn tweede ik: wat is daarop tegen? Ik was klaar met de NOS, tv is uit mijn leven verdwenen, ik had de tijd. Dus toen ben ik gaan zitten. En nu is het af."

Bijzonder verhaal
Mijn Amerika is Smeets' poging een land uit te leggen. Een geschiedenisboek noemt hij het, maar dan wel doorspekt met persoonlijke herinneringen, odes aan muzikanten en sporthelden.

"Ik heb sterk de neiging om te onderrichten. Jij wist vast niet dat de achtste president van de VS een Nederlander was. Dat is zo'n bijzonder verhaal, dat wil ik vertellen. En daar haal ik dan andere dingen bij. Sport, muziek, mijn reizen."

"Ik heb gelukkig een ijzeren geheugen. Je kunt mij vragen waar ik dertig jaar geleden ben geweest, welk kamernummer we hadden of de auto waarin we reden. Dat staat me allemaal vreselijk helder voor de geest.

"Ik heb er veertien maanden als een bezetene aan gewerkt. Lezen, graven, schrijven. Ik zat in een cocon. Het kwam weleens voor dat mijn vrouw rond het middaguur zei: 'Nu ga ik je luchten.' Dan wandelden we even, haalden we een broodje, en dan ging ik weer aan de slag."

"Zo ging dat. Ik heb niet gereisd, had minder tijd voor anderen. Mijn kinderen merkten het ook. Waar is die ouwe? Ah, hij is weer met z'n boek bezig."

Ik verwachtte een liefdesverklaring aan Amerika, maar uw boek is kritisch.
"Toen ik er als jonge journalist voor het eerst kwam, in de jaren zeventig, was Amerika het beloofde land. In alles beter, dacht ik. Maar ik heb het leren kennen. Het is een derdewereldland met uitschieters naar boven."

"Er is een ontstellend kleine bovenlaag, dat zijn allemaal blanken, en die beheersen het totale leven. Het racisme zit onwaarschijnlijk diep. Wij beseffen dat hier niet. Kijk: hier, in dit restaurant, kan iedereen gaan zitten. Die twee meisjes die daar champagne zitten te drinken: als dat twee zwarte meisjes waren, zou iedereen dat prima vinden. Maar in Amerika niet. O nee. Trump noemt het 'the greatest country in the world'. Nou, ik ga liever naar Helsinki dan naar Alabama."

"Weet je waarom ze Trump hebben gekozen? Waarom ze een enge, verknipte, onbeschofte man als leider hebben? Het is heel erg wat ik nu ga zeggen, maar Amerika was niet in staat na een zwarte man ook nog een vrouw als leider te kiezen. Dat is wat mijn vrienden en collega's daar me vertellen. Als je die zin goed ontleedt, besef je pas hoe belachelijk het is.''

Ik weet niet of het verschil met ons land zo groot is. Ons complete kabinet is blank.
"Maar we lopen ver op ze voor. Neem Colin Kaepernick, een zwarte American footballspeler. Die besluit op enig moment om niet te gaan staan voor het Amerikaanse volkslied, maar te knielen. Uit protest tegen de manier waarop zwarten worden behandeld. Nou, die jongen wordt uitgekotst. Kan geen club meer vinden, niemand wil hem hebben. Ongekend."

Als een zwarte speler van het Nederlands elftal gaat zitten tijdens het Wilhelmus, zou hij dan applaus krijgen?
"Van mij wel! Maar je hebt gelijk. We hadden hier een voorsprong van 1492 jaar, maar die voorsprong loopt terug. Omdat wij nu te maken krijgen met wat zij al veel langer hebben: de komst van grote groepen minder geschoolde mensen uit arme gebieden. En dus zien we hier nu dezelfde dingen gebeuren. Valt dat laagje beschaving weg."

"Misschien was dat wel een van mijn motieven om dit boek te schrijven. Ik wilde nieuwe horizonten vinden, maar ook aantonen dat er een hoop ongelijkheid en racisme bestaat. En zeggen dat als we dezelfde kant opgaan - en soms lijkt het daarop - we hier ook onsmakelijke toestanden krijgen. Daar kant ik me fel tegen. In zo'n wereld geloof ik niet."

Uw vriend en voormalig NOS-collega Frits van Rijn noemt Mijn Amerika het belangrijkste boek dat u ooit schreef, uw levenswerk. Is het dan nog belangrijk hoe het wordt ontvangen?
"Welnee. Recensies heb ik nooit belangrijk gevonden. Al verkopen we er maar drie, dan vind ik het al de moeite waard. Op het ogenblik gedijen sportboeken vooral als je de ranzige kant opzoekt. Zie Thijsje met Thomas Dekker, mijn gevecht. Een boek dat ik overigens niet gelezen heb. Mijn boek is een geschiedenisboek, waar toevallig ook sport in staat. Ik ben niet op zoek gegaan naar sensatie."

U begint ineens over sportjournalist Thijs Zonneveld, die...
"Een man die ik heel graag mag. Thijs moet zelf weten wat hij doet. Er is niks verkeerds aan hem, er is iets verkeerds aan Thomas Dekker. Maar ik hoef niet te weten dat wielrenners naar de hoeren zijn geweest met z'n allen. Zulke dingen zeg je niet. Persoonlijke dingen die andere mensen betreffen. Dat gaat mij niet aan."

Zijn boek gaat voor een groot deel over doping.
"Maar dat wist ik toch al, dat er doping is gebruikt? Daar zijn betere boeken over geschreven."

Maar waarom heeft u het niet eens gelezen?
"Hij heeft me zes jaar lang voorgelogen, hè, Thomas Dekker. Ik heb nog tegenover hem gezeten, z'n advocaat erbij. 'Doping? O nee, nooit aangeraakt.' Nou, ziedaar."

U staat in uw boek nog een keer uitgebreid stil bij de kwestie Lance Armstrong.
"Ik wilde nog eens proberen uit te leggen hoe ik tegenover hem sta. Dat hij die doping heeft genomen, snap ik nog wel. Maar het voortdurende liegen erover, dat is me zo tegengevallen. Ik vind hem een ontzettende hufter."

"In 2011, toen zijn bedrog uitkwam, had ik net een boek over hem geschreven. Dat maakte kans op de NS Publieksprijs en daar heb ik me toen voor teruggetrokken. Dat had ik nooit moeten doen, want ik sta nog steeds achter alles wat ik in dat boek schrijf."

"Maar de sfeer was toen zo vervelend. Doodsbedreigingen in de brievenbus, de namen van mijn kinderen erin... Op straat zeiden mensen tegen me: 'Jij wist wat Armstrong deed! Ik hoop dat je kanker krijgt!' Daarom heb ik dat boek teruggetrokken. Ik heb me laten leiden door het vuilnis van de straat.''

Het gebeurt nog steeds, vertellen uw vrienden.
"Dan staat ineens zo'n knaap voor je neus: 'Smeets! Je bent een Jood!' Dan denk ik: nou, dat ras heeft grote wetenschappers en kunstenaars opgeleverd. Maar ja, die kent die jongen waarschijnlijk niet. Deze vind ik ook mooi: 'Vuile homojood!' Ik loop gewoon door. Of ik zeg: 'Anders nog iets? Nee? Prettige dag verder!'"

Vraagt u zich weleens af waarom u dat oproept?
"Men kent mij niet, men kent mijn imago. Tja. Misschien was ik vaak te streng op tv, te belerend. Te arrogant, zeggen sommigen. Zou kunnen. Maar bedenk ook: dat is wat tv-makers willen. Die vroegen mij in hun programma's voor wat reuring. Omdat ik zeg wat ik denk en een heleboel andere jojo's dat niet durven. Dat mensen me daarom een lul vinden: prima. Maar dan begrijp ik nog steeds niet waarom ze woorden als 'homo' of 'jood' als scheldwoord gebruiken. Bizar. Het wordt gelukkig minder."

U bent nu anderhalf jaar weg bij de NOS. Hoe bevalt het leven buiten de schijnwerpers?
"Heerlijk, echt waar. Ik doe alleen nog tv voor Ziggo. Amerikaans basketbal, midden in de nacht. Naar die live-uitzendingen kijkt helemaal niemand. De echte NBA-fans, een paar gekken en mijn vriend Frits van Rijn. Soms spreek ik hem gewoon toe in de uitzending. 'Frits, kende jij die speler al?' Vind ik mooi."

"Ik hoef niet meer in beeld. Het is me aangeboden, ik heb ervoor bedankt. Ik wil niet meer een bekende Nederlander zijn. Ik wil het laatste stuk van m'n leven anders invullen.''

Ik vroeg uw zoon hoe het met u gaat. Zijn antwoord: papa wordt oud.
"Hij heeft gelijk. Ik ben aan het aftellen. De tijd hou ik niet tegen en dit lichaam hapert. Eind vorig jaar voelde ik me niet lekker. In het ziekenhuis moest ik meteen blijven, ik had een infarct gehad. Dat zijn spannende momenten."

"Wat wel geestig is: ik heb mijn vrouw meteen gevraagd of ze mijn computer kon brengen, want ik moest mijn stukje nog tikken voor het Haarlems Dagblad. Heb ik dus liggend gedaan, met al die slangen aan m'n lijf."

"Het liep goed af, ik mocht de volgende dag naar huis. Maar confronterend was het wel. Het lopen is ook ontzettend moeilijk geworden. Mijn vrouw zegt: je hebt hard gewerkt, je hebt voor drie geleefd, wees dan niet verbaasd dat je nu dit hebt. En dat besef ik. Het is ook niet erg, het overkomt iedereen. Klaar."

De laatste zin van uw boek: 'Klein minpuntje: het leven is te kort.'
"Ik slik 's ochtends zes pillen. Zes! Natuurlijk denk ik na over de dood. Ik wil het niet, maar ik ben er wel mee bezig. Is alles wel geregeld, wat moet ik nog tegen m'n zoon en dochter zeggen? Dat komt door die rikketik, die maakt me kwetsbaar. En dan zak ik soms weg in... Het is geen doemdenken, maar wel: hoe ga ik hiermee om? De gedachte dat ik mijn kleinkinderen dan niet meer zie. Moet ik nog een bankboekje voor ze maken? Dat gaat nu door m'n hoofd."

Weet u al welke muziek er op uw begrafenis wordt gedraaid?
"Natuurlijk! The Pretender van Jackson Browne. Ik ga het nog sterker vertellen: ik weet zelfs al welke wijnen er zullen worden geschonken. Ik kies altijd de wijn uit, overal. Dus dan ook."

"Vroeger was ik nooit met de dood bezig. Het overlijden van mijn ouders heb ik makkelijk verwerkt, nooit een traan om gelaten. Maar als ik nu een lieveheersbeestje doodtrap, schiet ik vol. Heel gek. Ik word softer, sentimenteler zo je wilt. Ik ben een ander mens geworden."

"Het was altijd maar gáán, de hele wereld rond, altijd. Maar sinds een jaar hebben we twee poezen en bij die beesten is het net of ik van was ben. Ze zitten naast me als ik zit te tikken, ik klets met ze. Ik smelt."

"Pas stelde mijn vrouw voor een weekend naar Stockholm te gaan. Ik zei: wie past er dan op de poezen? Daar moesten we allebei hard om lachen. Maar we zijn wel thuisgebleven."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden