PlusInterview

Marina Abramović is eindelijk terug in Amsterdam: ‘Carré is de ideale plek’

Marina Abramović in haar voorstelling 7 Deaths of Maria Callas. Beeld W. Hösl
Marina Abramović in haar voorstelling 7 Deaths of Maria Callas.Beeld W. Hösl

Performancegrootheid Marina Abramović neemt Carré ruim een week over, onder meer met No Intermission dat speciaal voor het Amsterdamse theater werd gemaakt. Bijna vijftig jaar na haar warme ontvangst hier voelt ze zich nog altijd thuis in de stad.

Lorianne van Gelder

Voor Marina Abramović (75) is Amsterdam een bijzondere plek. Ze kwam hier in 1975, berooid en op zoek naar een plek om haar nietsontziende kunst te laten zien. Ze ontvluchtte de verstikkende greep van haar moeder in Servië, die haar na tien uur ’s avonds de deur niet meer uit liet gaan. In Amsterdam werd ze ontvangen zoals ze nergens werd ontvangen: kunstcentrum De Appel gaf haar een plek en hier begon een onwaarschijnlijk succesvolle en internationale carrière. Amsterdam was ook de plek waar ze een tijd woonde met haar geliefde en partner in crime Ulay (die in 2020 overleed).

En nu, bijna vijftig jaar later, is ze helemaal terug. Met de wereldpremière van de performance No Intermission (‘geen pauze’) met tien verschillende kunstenaars in Carré, met haar bejubelde voorstelling 7 Deaths of Maria Callas, en in 2024 met een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum.

Zo onbekend als ze toen was, zo wereldberoemd is ze nu.

Als Abramović voor haar laptopscherm aanschuift voor een gesprek via Zoom, is het alsof je met een bekende spreekt. Ze is open, warm, toegankelijk en geestig. Geen vraag is vreemd of onhandig. Zelf worstelt ze met de microfoon van haar computer. Ze kijkt door een grote zwartomrande bril geïnteresseerd en indringend door het scherm. Het is moeilijk niet star struck te zijn van haar aanwezigheid.

Waarom wilde u No Intermission hier en nu doen?

“Met het Marina Abramović Institute werken we altijd met jonge performancekunstenaars aan performances die langere tijd duren. Dus geen korte optredens, maar echt performances van meerdere uren. We werkten alleen nooit eerder in een theater. Dus toen Madeleine (van der Zwaan, Carrédirecteur, red.) met het voorstel kwam, vond ik Carré zo’n ideale plek: een theater dat ook circus was, waar olifanten rondliepen.

“We kozen tien kunstenaars uit negen verschillende landen die overal in het gebouw, van de kelder tot de nok, van het toneel tot de wc’s, performances van lange duur gaan maken. Het publiek komt binnen, bezoekers komen van 18.00 uur tot middernacht. Ze denken dat ze voor een gewone avond theater komen, maar niets is minder waar. Een uur lang ga ik met ze aan de slag. We beginnen met een ademoefening, om ze voor te bereiden op de performances. Dan staan ze op en verspreiden ze zich heel langzaam over het enorme theater. Tijdens die uren dat ze rondlopen, horen ze via de intercom soms mijn stem. ‘Stop, sta stil bij dit moment, hier en nu,’ en dan is het weer stil.”

“Je moet het echt ondergaan, het is een proces, daarom duurt het lang. Je moet ook iets van jezelf geven, je kunt niet alleen gaan zitten en het over je heen laten komen. Nederlands publiek is niet makkelijk, weet ik uit ervaring. Jullie zijn kritisch, zijn niet snel onder de indruk en hebben weinig geduld. Ik verwacht twee reacties: of je haat het, of je vindt het geweldig. En dat is goed, want geen reactie is het ergst.”

Wat betekent het voor u om weer in Amsterdam te werken?

“Ik kijk ontzettend uit naar mijn terugkeer naar Amsterdam. Ik heb zo’n lange geschiedenis met Nederland, ik heb er zo lang gewoond. Ik verliet Joegoslavië in 1975. Het was een belangrijk moment in mijn leven. Ik werd in Joegoslavië niet gezien als kunstenaar. In Amsterdam was De Appel, dat bijna als enige kunstinstituut performances liet zien. Veel is inmiddels veranderd, en het heeft lang geduurd voor ik hier terugkwam, maar ik kijk ontzettend uit naar hoe het publiek gaat reageren. De Nederlanders komen niet makkelijk van me af!”

Hoe is uw werk veranderd in de afgelopen jaren?

“Ik dacht altijd dat als ik ouder zou worden er niet veel meer te doen zou zijn, maar het lijkt dat hoe ouder ik word, hoe meer ik te doen heb. Ik sta om 6 uur op en mijn dagen zijn vol! Mijn werk is radicaal veranderd. Waar ik in het begin heel fysieke performances maakte, ging ik later veel spirituelere dingen doen. Ik ging meer de ‘mind’ onderzoeken, wat veel moeilijker is dan mezelf snijden en de boel onderbloeden. The Artist Is Present was het allermoeilijkste en zwaarste dat ik ooit heb gedaan. Stilzitten voor meer dan 716 uur en dertig minuten: ik dacht dat elke dag mijn laatste kon worden.”

“Ik ben nu ook veel meer bezig met mijn nalatenschap, dat heeft met mijn leeftijd te maken. Ik moet nadenken over hoeveel tijd er nog is, hoe ik performancekunst voort ga zetten.”

Waarom is die tijdsduur zo belangrijk bij performances?

“Toen ik steeds langere performances ging doen – vijf uur, zes uur, dagen, uiteindelijk drie maanden – ontdoe je je steeds meer van de ruis en raak je aan het leven zelf. Het is ongelofelijk wat er gebeurt: je ontroert het publiek op een heel ander niveau en tegelijkertijd creëer je een gemeenschap om je heen. Daarom huilen mensen bij het zien van deze performances.”

“We hebben zo’n cultuur van vervreemding in onze huidige samenleving, vooral door de technologie. Mensen hebben het nodig om ergens bij te horen, ze hebben het nodig om te voelen, om ontroerd en geraakt te worden. Dat is moeilijk in een wereld die gedomineerd wordt door technologie.”

“De huidige tijd is een total mess. We leven op de rand van een kernoorlog. Ik woon in de Verenigde Staten waar er letterlijk meer wapens dan mensen zijn. De mensheid gaat door een heel grote transitie, en we hebben de menselijke maat en contact weer nodig. Met technologie is niets mis, maar onze benadering van techniek is niet goed. We zijn verslaafd aan die apparaten, aan onze telefoons. Bij de performances die we doen, vragen we mensen om hun horloge af te doen, hun telefoon in te leveren. We leven in een wereld waarin we eerst een foto van iets nemen voordat we het ervaren. Ik vind dat verkeerd. Performance kan een helend element zijn.”

Behalve No Intermission speelt u ook 7 Deaths of Maria Callas.

“Ik vond opera altijd verschrikkelijk ouderwets, totdat ik dacht: ik maak iets totaal anders. Ik heb alleen scènes gekozen waarin vrouwen sterven, in de filmfragmenten die we tonen mag (acteur) Willem Dafoe me steeds vermoorden. Ik gebruik alleen muziek die Callas heeft gezongen. Dat maakt de opera prettig kort, met hoogtepunten uit beroemde opera’s als La traviata, Norma, Carmen. Het duurt iets meer dan anderhalf uur, dat moet een jonge generatie toch ook aanspreken, niet?”

“Met Callas voel ik enorme verbondenheid, als kind was ik al weg van haar. We zijn allebei boogschutter, we hadden een dominante moeder, we zijn verlaten door een geliefde. Het grootste verschil tussen ons is dat ik door mijn werk er weer bovenop kwam, en zij niet. Zij is eigenlijk gestorven van liefdesverdriet, en haar werk redde haar niet. Maar haar stem hebben we nog, en die stem zal voor altijd blijven.”

No Intermission, 24-30 oktober, 7 Deaths of Maria Callas, 4-6 november, beide in Carré

Over Marina Abramović

Marina Abramović (Belgrado, 1946) werd wereldberoemd toen ze in 2010 in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York drie maanden lang, acht uur per dag stilzwijgend tegenover bezoekers zat. Meer dan zevenhonderd uur keek ze telkens weer iemand anders indringend aan.

Maar ook daarvoor maakte ze werk dat de wereld over ging. In 1973 was dat 0 Rythm, waarin ze zes uur lang voor een publiek stond, aan wie ze vroeg met haar te doen wat zij wilden. Voor haar lagen 72 objecten, waaronder een hakbijl en een schaar, maar ook honing, brood, een pistool en een kogel. Uiteindelijk sneed een van de toeschouwers in haar nek met een scheermesje en zoog haar bloed op. Achteraf begrepen de aanwezigen niet wat hen bezielde.

Nog zo’n iconisch werk: als ze na twaalf jaar liefde en werk besluit een einde te maken aan de relatie met Ulay, lopen ze in 1988 beiden vanaf een andere kant van de duizenden kilometers lange Chinese Muur naar elkaar toe. Eenmaal in het midden, beëindigen ze hun samenzijn.

Abramović wordt gevierd en omarmd door een jongere generatie: een van de adepten van de Abramović-methode is popster Lady Gaga. Die methode (die ze zal delen tijdens No Intermission) gaat over totale overgave, volledige aanwezigheid en participatie van het publiek.

Toen ze merkte dat steeds meer jonge kunstenaars naar haar verwezen en haar soms kopieerden, wilde ze haar nalatenschap concreet maken en begon ze in 2007 het Marina Abramović Institute (MAI) in New York, waarmee ze ook No Intermission maakte.

Dit wist u waarschijnlijk nog niet over Marina Abramović:

- Ze is gek op ontbijtpap Brinta. Aan het einde van het gesprek via Zoom neemt ze nog even een moment om te benadrukken dat het haar grootste guilty pleasure op culinair gebied is. “Jullie hebben er een hekel aan, maar ik vind het heerlijk. Mijn momentje ’s avonds met baby-eten. Ik heb Nederlandse vrienden die me in New York bevoorraden. Ik heb echt een koffer vol Brinta.”

- Ze heeft een Nederlands paspoort, maar spreekt geen Nederlands. “Dat is jullie schuld. Ik heb hier gewoond, maar iedereen sprak altijd Engels tegen me.”

- Drie keer heeft ze een abortus ondergaan. Ze zei in een interview in de Duitse krant Der Tagesspiegel dat moeder worden haar kunstenaarschap in de weg zou hebben gezeten.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden