Beeld uit Don Quixote, de voorstelling waarmee donderdagavond de Flamenco Biënnale van start gaat.

Marín valt bestaande kaders aan

Beeld uit Don Quixote, de voorstelling waarmee donderdagavond de Flamenco Biënnale van start gaat. Beeld Alain SCHERER

De Nederlandse Flamenco Biënnale opent vanavond in de Stadsschouwburg met Don Quixote, een moderne blik op de traditionele Spaanse dans van danser en choreograaf Andrés Marín. ‘Ik wil een schokgolf teweeg brengen.’

Een warme zondagavond in Sevilla. Onderaan de trappen van het statige Teatro de la Maestranza prijzen kooplui hun waren aan. Op kleedjes liggen gekleurde waaiers, als ‘authentiek’ aangeprezen castagnetten en zelfs hooggehakte laarzen. Toeristen zijn nog steeds dol op de attributen van de traditionele Flamenco.

In het Teatro de la Maestranza voltrekt zich echter een voorzichtige revolutie. De voorstelling van choreograaf en sterdanser Andrés Marín (49) is dan wel gebaseerd op het ruim vierhonderd jaar oude Don Quichot van Miguel de Cervantes, maar moet voor traditionalisten voelen als het Wilhelmus op een beukende housebeat voor Nederlanders.

Cervantes’ historische verhaal bevat dit keer geen enkele klepperende castagnette of wapperende flamencojurk, maar wel een halfpipe, twee schermen met videoprojecties en een wilde dans op voetbalnoppen. Don Quichot de la Mancha en zijn kompaan Sancho Panza rijden niet op een paard en een ezeltje, maar op een Segway en een waveboard.

Boegeroep

Toen het stuk in Sevilla in première ging, bleef de theaterzaal anderhalf uur muisstil. Soms kwam het enig hoorbare geluid van de laarshakken van de dansers. Ze stampten niet, zoals de flamenco voorschrijft, maar krasten over het toneel als schaatsers die met versgeslepen noren op de ijsvloer komen.

In het verleden werden Maríns stukken nog weleens onderbroken door boegeroep, vertelt de choreoraaf een dag later in zijn studio. Het waren in zijn ogen conservatieve flamencoliefhebbers die vonden dat hij de klassieke traditie met zijn modernisering geweld aandeed. “Ik had nu ook verwacht dat er mensen boos zouden weglopen,” zegt hij. “Maar ik heb nog nooit zo veel applaus in een zaal gehoord. Alleen de journalisten klapten blijkbaar niet.”

Maríns zoete herinnering aan de ovatie wordt overschaduwd door de wisselende toon van de recensies in de Spaanse kranten. Don Quixote wordt geprezen, maar ook fel bekritiseerd om Maríns vernieuwingsdrang. In de constatering dat deze voorstelling ‘nauwelijks meer flamenco is’ kunnen de recensenten zich allen vinden. Alleen verschillen ze van mening over welke waardering daarbij hoort.

Marín kent de discussie inmiddels. Het weerhoudt hem er niet van zich er flink over op te winden. Hij spuugt het net verorberde chocoladebroodje bijna langs zijn woeste zwartgrijze baard als hij de tekst van de meest vernietigende recensie herhaalt. “Zo iemand bezit geen enkele culturele ontwikkeling, geen achtergrondkennis en geen fantasie,” concludeert hij. “Die ziet flamenco als folklore. Dan neem je mijn werk dus gewoon niet serieus.”

Waarom is vernieuwing voor u zo belangrijk?

“Ik wil laten zien dat flamenco geen folklore is, maar kunst. Zonder vernieuwing zou het genre dood zijn. Het kenmerk van kunst is juist dat het leeft, dat het groeit als een kunstenaar er zuurstof aan toevoegt. Een kunstvorm moet vertellen wat er in de maatschappij speelt en moet dus per definitie met zijn tijd meegaan. Kijk naar Picasso, kijk naar Rothko, Pollock die veroorzaakten revoluties in de schilderkunst. Zij werden ook niet meteen gewaardeerd, maar zagen het wel goed.”

Uw bijnaam luidt Picasso van de Flamenco.

“Ik ben van alles genoemd. Dat mag. Ik trek me er weinig van aan. Ik probeer vooral vrij te zijn. Ik zoek naar werk dat diep graaft. Bij mij is de dans totaal geïntegreerd met de muziek, ze vormen één lichaam. Voor sommige mensen is het te veel, dat begrijp ik. Wie in de natuur loopt kan ook niet alle vogels tegelijk zien.”

U noemde eerder Michael Jackson als belangrijkste voorbeeld. Waarom hij?

“Hij was ook een vernieuwer. Hij ontsteeg de menselijke dimensies. Op elk vlak. Hoe hij het concept van pop veranderde, dat is zoals Picasso met de kunst deed. Ik wilde met deze Don Quixote ook een schokgolf teweeg brengen en bestaande kaders afbreken.”

Marín is de zoon van de in eigen land vermaarde flamencodanser met dezelfde voor- en achternaam. Sinds zijn elfde ging hij met zijn vader en moeder, die zangeres was, mee op tournee. Op een paar opstandige puberjaren na, waarin Marín zich voornam tandheelkunde te gaan studeren, beslaat zijn flamencocarrière nu meer dan 35 jaar.

Had u met een vader en een moeder die samen optraden eigenlijk ook iets anders kunnen worden dan flamenco-artiest?

“Mijn vader heeft me enorm gestimuleerd om zijn pad te volgen. Als ik écht had gewild, had ik best iets anders mogen worden, denk ik. Maar ik was altijd omringd door dans, zag de passie van mijn ouders.”

“Mijn vader was alleen niet zo’n rebel als ik. Hij durfde uiteindelijk niet buiten de gebaande paden te treden. Je moet ook de tijdsgeest in gedachten houden: het was de tijd van Franco, van de censuur, zelfs in de flamenco. Het regime schreef voor hoe de flamenco er moest uitzien. Moet je je voorstellen: de regering die de kunst dicteert! Daarom erger ik me ook zo aan die critici. Die hebben de creatieve droogte niet meegemaakt. En denken toch te kunnen schrijven dat alles moet blijven zoals het is.”

Een voetballer is gemiddeld op zijn 28ste op zijn best. Wanneer schittert een flamenco-danser?

“Ik denk dat ik nu veel beter ben dan toen ik eind twintig was. Ik beheerste toen de techniek al volledig, maar had nooit een voorstelling als deze kunnen maken. Ik had de bagage nog niet en wist bijvoorbeeld niet welk effect je met stilte of met licht kunt bereiken. Dat heb ik moeten leren begrijpen.”

En fysiek?

“Ben ik ook beter dan toen. Ik zorg goed voor mijn lichaam. Dat ik die traditionele kletterende dans niet zo vaak doe, komt niet door gebrek aan conditie, maar doordat ik hem niet interessant vind. Ik doe aan fitness. Ik heb nu even vieze troep gegeten, als ontlading na de première, maar volg een gezond dieet. Ik gebruik geen alcohol en ik rook niet.”

Kunt u blijven dansen tot uw zeventigste?

“Dan moet ik mijn dansstijl misschien aanpassen. Minder fysiek werk en minder snelheid. Maar dat betekent niet dat het minder goed is, hè. Het gaat om de performance als geheel.”

Hij werpt een norse blik op de krant voor hem en zegt dan. “Maar goed, dat begrijpen ze hier in Sevilla niet.”

Don Quixote, vrijdag in de Stadsschouwburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden