PlusInterview

Marijn Boomars (18) zocht uit: waarom zijn er twee versies van Shakespeares stukken?

Met haar studie naar Shakespeares Romeo and Juliet belandde de Amsterdamse scholier Marijn Boomars bij de beste profielwerkstukken van het land. ‘Shakespeare is niet van zijn stuk gevallen, hij is wel menselijker geworden.’

Marijn Boomars: ‘Ik ben me er nu meer van bewust dat we niet naar de énige versie van het stuk kijken.’ Beeld Nosh Neneh

Dat haar profielwerkstuk als één van de twaalf beste van het land genomineerd kon worden voor de Onderwijsprijs van de Koninklijke Neder­landse Akademie van Wetenschappen (KNAW), had Marijn Boomars (18) niet voor mogelijk gehouden. Sterker: tijdens het schrijven van haar onderzoek speelde de mogelijke nominatie geen enkele rol. “Dat het Barlaeus mijn werk had ingezonden, ging zelfs een beetje langs me heen,” zegt Marijn. “Ik wilde gewoon een werkstuk maken waar ik trots op kon zijn.”

Haar zoektocht naar een verklaring voor de verschillen tussen de eerste en de tweede versie van Romeo and Juliet van William Shakespeare wordt in het juryrapport omgeschreven als netjes en gestructureerd, ‘haar erg heldere argumentatie getuigt van een indrukwekkende beheersing van het toneelstuk zelf en van secundaire literatuur’. De jury roemt Boomars’ bestudering van de wetenschappelijke literatuur, haar bediscussiëring van de verschillende theorieën en haar vermogen hier een conclusie uit te distilleren. Ze won er de derde prijs mee in de categorie Cultuur en Maatschappij.

Hoe was de prijsuitreiking?

“Die ging uiteraard via Zoom. Iedereen had een filmpje gemaakt waarin hij of zij over zijn of haar werkstuk vertelde. Het was leuk om elkaars werk te zien, maar echt spannend vond ik het niet. De nominatie betekende veel meer voor mij, de prijsuitreiking was meer een formaliteit.”

Waarom besloot je werk van Shakespeare te bestuderen?

“Het begint ermee dat ik fervent liefhebber ben van Groot-Brittannië. De literatuur, de kunst, maar ook de geschiedenis heb ik door de jaren heen veel bestudeerd. Vooral de Tudorvorsten vind ik vreselijk interessant. Neem nou Hendrik VIII met zijn zes vrouwen, van wie hij er twee liet onthoofden. Ik vind dat fascinerend. Twee jaar geleden was ik in Londen en bezocht ik een theater, geheel geconstrueerd naar de tijd van Shakespeare. Er was nauwelijks decor, want daar deden ze weinig aan destijds, maar dat gaf niet. Geen struikje te bekennen op het podium en toch zag ik een heel bos. Dat was dankzij de acteurs, maar ook zeker door de taal die ze spraken. Later leerde ik dat er verschillende versies van Shakespeares toneelwerken bestaan. Dat vond ik heel apart en raar. Ik had altijd gedacht dat er maar één versie was.”

Zo gek is het toch niet, dat er verschillende varianten bestaan?

“Nee, dat klopt, maar ik had er nog nooit over nagedacht. Versie één is een stuk korter dan versie twee, kort door de bocht is dat de grootste afwijking. Er zijn al veel wetenschappers geweest die zich over dit verschil hebben gebogen, het was fijn om daarop voort te bouwen.”

Als ik het goed begrijp, zijn er drie verklarende hoofdtheorieën.

“Klopt. Uit mijn analyse blijkt het meeste bewijs op de theatrale adaptatietheorie te wijzen. Volgens die verklaring is versie één bedoeld voor het theater, vandaar dat ie is in­gekort. Versie twee was bedoeld om te lezen, daarom hoefde er geen rekening te worden gehouden met de lengte en duur. In mijn onderzoek heb ik ook gezocht naar bewijzen voor de revisietheorie en de reconstructie­theorie. Die laatste is gebaseerd op de werking van het geheugen van een acteur. Na het spelen zou deze zijn tekst en de tekst van collega-acteurs uit herinnering hebben geprobeerd op te schrijven. Zo kan het dat er verschillende quarto’s zijn gecreëerd. Ook voor deze theorie heb ik bewijs gevonden, maar uiteindelijk blijft de theatrale adaptietheorie overtuigender overeind.”

Heeft de uitkomst van je onderzoek iets veranderd in de wijze waarop je naar Shakespeare kijkt?

“Ik ben me er nu meer van bewust dat we niet naar de énige versie van het stuk kijken. Shakespeare zal zich niet omdraaien in zijn graf als hij kon zien hoeveel verschillende varianten er zijn. Zo dramatisch anders zijn die eerste twee versies nou ook weer niet. Het is nog steeds prachtig Engels. Shakespeare is zeker niet van zijn voetstuk gevallen voor mij, hij is wel menselijker geworden. Dat hij zich bewust was van de verschillen in de tekst wanneer die bedoeld is voor toneel of voor lectuur, vind ik mooi. Voor mij is hij meer een practicus geworden, en dat is alleen maar iets positiefs.”

Je hebt het gymnasium inmiddels afgerond. Houd je Shakespeare bij de hand in je vervolgopleiding?

“In september vertrek ik naar Manchester in Engeland. Daar ga ik Engels studeren. Zoals het er nu uitziet zal de coronapandemie geen roet in het eten gooien, de huisvesting opent volgens plan. Wel zullen de hoorcolleges in het begin digitaal verlopen. En wat Shakespeare betreft: in het tweede jaar wordt een speciale module aangeboden die in z’n geheel rond hem en zijn werk draait. Maar ik geloof dat er nog meer dan genoeg Engelse kunstenaars bestaan, of hebben bestaan, van wie ik geen weet heb. Wie weet ontdek ik een nieuw fascinerend onderwerp voor verder onderzoek.”

Heb jij eigenlijk aan het zeer gedetailleerd en secuur onderzoek doen naar de twee verschillende versies van Romeo and Juliet een favoriete versie overgehouden?

“Ik heb geen voorkeur, maar ik heb er ook nooit erg lang over nagedacht. De eerste versie werd altijd als de slechte gezien, daar ben ik het in elk geval grondig mee oneens. Als je een boek verfilmt, vallen ook scènes weg en in versie één ontbreken bovendien geen belangrijke stukken. Of je nou het eerste of het tweede quarto gebruikt, ze zijn allebei even mooi.”

Marijn Boomars

2014-2020Barlaeus Gymnasium, Amsterdam
2020Derde prijs KNAW Onderwijsprijs 2020 in de categorie Cultuur en Maatschappij met Shakespeare’s ‘Romeo and Juliet’: An Explanation of the Differences between Quartos One and Two 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden