PlusBoekrecensie

Marieke Lucas Rijneveld - Mijn lieve Gunsteling: het moet verdomde eenzaam zijn aan de top

Beeld Getty Images

‘Ken me dan maar, weet wie ik ben en doe maar’ (psalm 139), luidt het treffende motto van Mijn lieve gunsteling, de tweede roman van Marieke Lucas Rijneveld (1991). Wie gek is van verlangen, kan soms zo opgaan in het object van affectie dat hij de ander wordt. Maar dat hoeft hem niet te weerhouden de ander kwaad te berokkenen.

‘Lieve gunsteling, ik zeg het je maar meteen: ik had je in dat steilorige hoogseizoen als een zweer met een hoefmes uit de klauwlederhuid moeten verwijderen’ begint het relaas van protagonist, veearts ‘Kurt’ zoals hij liefkozend naar Kurt Cobain wordt genoemd door zijn veertienjarige ‘lieve gunsteling’. Al vanaf die eerste zin weet de lezer dat het behoorlijk uit de hand is gelopen en de toon waarop hij zijn gunsteling aanspreekt, doet het ergste vermoeden.

Zonder adempauzes

Bovendien zijn alle ingrediënten voor een oer-Hollandse streekroman avant la lettre present: het decor van de roman is het beklemmende boerengehucht The Village waar de dorps­bewoners godsvruchtig en steil in de leer zijn. De buitenwereld is vooral ver weg. Niet alleen God weet wat voor gruwelijke dingen zich kunnen afspelen achter deuren van boerderijen. Rijneveld weet het ook. In haar veelgeprezen debuutroman De avond is ongemak gaf ze een voorproefje. Nu borduurt ze lustig voort op thema’s die eerder al aan bod kwamen; een dood broertje, seksuele ontluiking en verwarring, misbruik.

Veearts ‘Kurt’ controleert wekelijks de koeien op boerderij De Hulst, waar een stugge vader met een puberzoon en -dochter lusteloos door het leven ploegt om maar niet te denken aan de zoon die hem is ontnomen bij een auto-ongeluk en zijn vrouw die hem vervolgens verliet. De geesten van de ‘verlorene’ en ‘verlatene’ waren door het gezin.

De dochter is een gevoelig, kwetsbaar kind met een opvallend rijke fantasie. Ze gelooft dat ze persoonlijk tijdens een van haar vliegtochten het World Trade Centre heeft doorboord met haar vleugels (‘Ik ben het vliegtuig, ik ben de dader’) en in haar hoofd voert ze regelmatig gesprekken over goed en kwaad met Freud en Hitler, met wie ze haar verjaardag deelt.

Haar fantasierijke ontboezemingen maken iets los bij zowel de veearts als bij het meisje dat snakt naar wat liefde en aandacht. Al snel spreken ze op vriendschappelijke wijze over alles wat het meisje bezighoudt; popmuziek, boeken, vriendinnen, jongens.

En later; haar verlangen om zo te plassen als een jongetje. Ze wil ook ‘een geweitje’. Op die fascinatie voor piemels speelt hij geraffineerd en gewiekst in. Met haar interesse voor hem voedt ze zijn uitzinnige liefde voor haar die al snel over de randen klotst. Net zoals de taal. In kolkende, door komma’s aaneengeregen zinnen, vol lyrische bijzinnen, zonder adempauzes, bezingt hij zijn liefde en lust voor haar. Met als kleine kanttekening dat de dwang­matig doorgevoerde veeartsenijmetaforiek soms ridicule vormen aanneemt (‘terwijl ik je huid voor het eerst aanraakte, die uierzacht was, je tenen liefkozend door mijn handen liet gaan en deed of ik de botstructuur onderzocht waaraan ik kon aflezen of je een gezond dier was’).

In deze roman wordt de taal gevierd. Aan het rijke taalgebruik is af te zien dat de auteur is opgegroeid met de bijbel. Persoonlijke favorieten van Rijneveld, zoals Gerard Reve, Rainer Maria Rilke en Roald Dahl worden uitgelicht.

Intense eenzaamheid

Kurt is de volmaakte chroniqueur (‘ik wilde alleen maar jou lezen’). Hij ziet iedere kleine verschuiving, verandering, twijfel, hapering en onzekerheid bij zijn gunsteling. In zijn obsessie legt hij twee zielen bloot; die van haar en van hemzelf. De lezer voelt de intense eenzaamheid van zowel het veertienjarige jongensmeisje en het niet minder eenzame, droevige verlangen van de verteller. Ook hij is een slachtoffer. Als hun verboden liefde aan het licht komt en het verschrikkelijke woord ‘zedenmisdrijf’ valt (zijn vrouw noemt hem ‘donswerker’), weet hij zich daar niet toe te verhouden.

En dan te bedenken dat dit tragische en ongelooflijk beklemmende verhaal in zekere zin bijzaak is. Het is de kolkende, obsessieve, lyrische stijl die het boek doet opstijgen. Doodzonde dat Rijneveld de Booker Prize al won voor haar debuutroman, die in wezen mager afsteekt tegen Mijn lieve gunsteling. Veel schrijvers van haar generatie zijn behept met een karige en wankele woordenschat. Ze lijden luidruchtig aan hun niet te verhullen stilistische handicaps. En dat is een droevige aangelegenheid voor zowel de Nederlandse literatuur als voor Marieke Lucas Rijneveld, want het moet verdomde eenzaam zijn aan de top.

Marieke Lucas Rijneveld, Mijn lieve Gunsteling. Atlas Contact, €24,99, 368 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden