Schrijvershotel

Marente de Moor: ‘Bij elke verbouwing verbaas ik me opnieuw’

Het Parool
Marente de Moor. Beeld Ambassade Hotel / Jasmine Gunther
Marente de Moor.Beeld Ambassade Hotel / Jasmine Gunther

Toen de restaurants sloten, deden de Nederlanders hun keukens weg. Lagen er voor de lockdown nog matrasjes van haastig vertrokken expats bij het grofvuil, nu waren het onderkastjes, bovenkastjes, aanrechtbladen, de hele mikmak waar elk ander volk tevreden mee zou zijn. Weg, tijd voor iets anders. De nestvernieuwingsdrang is niet per se iets van nu – mijn grootouders lieten elke vijf jaar hun woning opnieuw behangen – maar de coronacrisis gaf er een wanhopige slinger aan. Als je je al ingraaft, doe het dan goed, zegt men achter de dijken.

Een half jaar later voegde ik me ook bij de lockdownverbouwers, door mijn zesde verhuizing in tien jaar tijd. Ja, het is een neurose, ik verhuis tussen het ene boek en het andere, of ik schrijf tussen de ene verhuizing en de andere – ik weet het niet meer zeker, want als het gips is neergedaald en de dozen uitgepakt slaat de amnesie toe, herinner ik me niks meer van de ellende. Tegenvallers, rugpijn, lekkages: weg. Rotwoorden als ‘meerwerk’ en ‘levertijd’: uit het systeem. Bij elke verbouwing verbaas ik me dus opnieuw. Over de offertes en de hufters die ze opstellen. Nederland kampt met een grote schaarste aan handigerds. Dat weten de stuntelende stukadoren, lamme loodgieters en schofterige schilders ook. Je kunt een Suske en Wiske vullen met wat je over de vloer krijgt als je in deze markt een beroep doet op bouwvakkers. Corona werd door mijn stukadoor twee keer als excuus aangevoerd om de rotzooi de rotzooi te laten en uiteindelijk helemaal niet meer te komen. De dakdekkers die tweehonderd kilometer reden om mijn huis te bekijken, waren bekend van tv. Snel gegoogeld in hun bijzijn: bleek er met die twee een hele uitzending van Opgelicht?! gevuld. Klaarblijkelijk kun je dan toch gewoon doorgaan onder dezelfde bedrijfsnaam, in dit land.

Toen ik doodop aankwam in het Ambassade Hotel, herinnerde ik me waar ik altijd goed kon schrijven: tijdens voorleesreizen in het buitenland, in de overzichtelijke verzorging van een hotelkamer. Twintig m2 viersterrenverbouwd is alles wat een schrijver nodig heeft, vraag maar aan Nabokov. Niks is overtollig en alles doet het. Het stof wordt voor je weggeveegd, je kunt aan de slag. Nu viel me het perfecte kitwerk op, de montage van het sanitair, zag ik hoe de gordijnen hingen en vroeg ik me af waarom mij dat nooit lukte. Beneden trof ik een man, postuurtje spijker in een zwart tenue van het hotel. Gereedschapskist, alles onder controle. Hem moest ik dus hebben! Maar voor mij zou hij niet werken. Hij hoorde bij het gulden snede-interieur van het hotel. En zoals altijd nam ik hoopvol het schrijfgerei met logo mee in de koffer. Maar eenmaal thuis deed die pen het niet meer.

Schrijvershotel

Wat is een schrijvershotel zonder schrijvers? Een pen zonder inkt? Gedurende zes maanden wordt wekelijks een auteur uitgenodigd om tijdens een verblijf in het Ambassade Hotel te beschrijven hoe het schrijverschap in deze tijd voor hem of haar is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden