PlusKlapstoel

Maike Meijer (Toren C): ‘Pannenkoek is groter geworden dan wij’

Maike Meijer (1967) is actrice en schrijfster. Ze werd bekend met de absurdistische tv-serie Toren C. Deze week verscheen haar roman- en illustratiedebuut Wen er maar aan.

Maike Meijer op de Klapstoel.Beeld Harmen De Jong

Nijmegen

“Ik ben dol op Nijmegen, ik kom er veel te weinig. Mijn ouders wonen er nog, bijna al mijn familie trouwens. Mijn vader was bouwkundig ingenieur, mijn moeder heeft gewerkt als receptionist. En hoe lelijk die binnenstad ook is gerenoveerd na de bombardementen van de Tweede Wereldoorlog, ik heb toch een enorm warm gevoel bij Nijmegen. Behalve bij het Valkhof, want daar ben ik een keer keihard afgewezen door een vriendje. Dat je vroeg: wil je verkering met mij, en dat hij dan zei: nou, nee, ik voel niets voor je. Ik denk dat het nu heel slecht met hem gaat. Dat hij heel erg spijt heeft. Too late, baby.”

Vrije relatie

“Nou, vrije relatie... Mijn ouders hebben de jaren zeventig wel ten volle uitgebuit. Ze hadden de afspraak dat als je verliefd was, of iets met iemand anders wilde, dat dat in principe kon. Ik denk dat mijn vader daar iets meer gebruik van maakte dan mijn moeder. Ach, er waren in die tijd ook stellen die een mand met sleutelbossen neerzetten. En met de persoon van wie je de sleutel pakte, ging je naar bed. Dat deden mijn ouders dan weer niet.”

“Ik herinner me mijn jeugd als een toffe tijd, en ook met allerlei feesten en mensen die bleven slapen en dat er dan op maandagochtend, als ik naar school ging, nog allemaal slaap­zakken lagen. Van die relaties om ons heen is weinig heel gebleven, behalve die van mijn ouders. Zij zijn er altijd van uitgegaan dat een relatie ook iets is waar je voor moet knokken.”

Lijk

“Er zijn natuurlijk heel veel mensen die een lijk hebben gespeeld. Ik was het in Baantjer, en volgens mij ook in Twaalf steden, dertien ongelukken. De kunst is zo lang mogelijk te blijven leven voor je sterft. In Moord op de taxi, van Baantjer, was ik vrij snel dood. Het is me niet gelukt daar een slepende kwestie van te maken. Een lijk spelen is niet zo moeilijk, het is vooral een geval van goed schminken. En je adem inhouden ja, maar zo lang duurt een shot nou ook weer niet.”

Toren C

“Zonder twijfel het beste en leukste wat ik ooit gedaan heb. Ik ben immens trots dat ik met Margôt Ros dat avontuur ben aangegaan. Toen wij begonnen in 2008, bestond zoiets nog niet: vrouwen met grove humor, in een toren waar op de elfde verdieping ook rustig een manege zou kunnen zitten. Het budget was niet heel groot, dus ons team moest vaak creatief zijn, zoals bij de scène waarin een auto de plomp in wordt gereden. Ik speel een vrouw die net van de huisarts heeft gehoord dat ze in de overgang zit. Dat is heel erg, zegt ze tegen haar man, met droge vagina’s en je hele hormoonhuishouding die op hol slaat. Even googelen, zegt die man dan, waarna hij uitstapt en de auto met zijn vrouw in het water duwt. Tenminste, dat stond zo in het script. Alleen, een auto in het water, dat mag niet zomaar – daar heb je allerlei vergunningen voor nodig, ook al haal je hem er weer uit. Dus hebben we bij de sloop een oude auto gehaald, de bovenkant erafgezaagd, en die op drijvers in het water gelegd. Wat je ziet, is dus maar een halve auto.”

Pannenkoek

“Ik hoop dat er in Van Dale bij komt te staan dat die van de pubermeisjes komt. Pannenkoek is groter geworden dan wij, net als die kreet ‘wat errug’. Die is zelfs op mokken en T-shirts terechtgekomen. Die pubermeisjes zijn gebaseerd op echte meisjes die ik een keer hoorde toen ik met mijn zoon bij de zandbak zat. Ze praatten echt zo. Bijna muziek, maar dan hele slechte.”

Wibi Soerjadi

“Een van onze gastacteurs, een hele leuke. We hebben er natuurlijk een hele zwik gehad: Hans Klok, Marijke Helwegen. En allemaal zijn ze aan het einde van de opnamedag nog blijer weggegaan dan toen ze kwamen. We zagen wel even op tegen het gesprek met Wibi’s agentschap. Het is niet zo leuk wat er in die scène gebeurt, hè. We zeiden: nou Wibi, het idee is dus dat jouw piano helemaal aan gort gaat en de pubermeisjes al jouw vingers breken. Maar hij zei meteen: ja leuk, ga ik doen. We waren alleen bang dat we per ongeluk echt zijn vingers zouden breken. Stel je voor. Dus hebben we een witte handschoen met zand gevuld en er in de audio ‘knak’ ondergezet als we de vingers ‘braken’. Ik weet nog dat Margôt het doodeng vond om te doen.”

Hallo Jumbo

“Die commercial maak ik, al zeven jaar, samen met Frank Lammers. Ik ben er heel blij mee: zeker in deze tijd is het een fijne zekerheid. De vrouw die ik speel, is eigenlijk atypisch voor mij. Geen gek randje, geen rare pruiken. Ik vind het eigenlijk wel prettig om soms in een wat neutralere stand te staan. Jumbo was de eerste supermarkt die een familiegevoel bracht in een commercial. Dat spreekt kennelijk aan: kijkers voelen zich onderdeel van het gezin, leven mee. Albert Heijn doet dat nu ook, ja. Ik zie wel op­vallende gelijkenissen.”

Hookers in toilets

“Ah, die serie schilderijen van Raquel van Haver. Ik wist meteen toen zij bekend werd dat ik iets van haar wilde kopen. Alle grote werken waren al weg, dat kon ik ook helemaal niet ­betalen, maar ik wilde een stukje van haar ziel. Nu heb ik een klein schilderijtje bij het aanrecht hangen. Dat schreeuwt uit: deze lijst is te klein voor mij. Van Haver is zo woest: ze maakt haar eigen verf, smijt er sigaretten in, telefoons, haren. Haar kijk op vrouwen, haar vooruit­strevendheid, ik word daar heel vrolijk van.”

Botox

“Ik heb het een paar keer laten doen. Op mijn voorhoofd, bij mijn wangen. Ik ben er wel een beetje klaar mee nu. Iedereen moet weten wat hij doet, maar bij veel mensen is het te ver doorgeschoten. Zeker in mijn vak. Googel even de moeder van Sylvester Stallone en je ziet wat er mis kan gaan. Mensen worden onherkenbaar verminkt. Als je dat laat gebeuren met jezelf! Volgens mij is er nu een tegenbeweging gaande. Je kunt de ouderdom toch niet uitstellen, en mensen willen ook gewoon weer een ouwe kop zien op de buis. Iemand met wie je je kunt identificeren, die er net zo uitziet als jij.”

Kikkerbillen

“Dat mag niet meer hè? Of nou ja: ik vínd dat het niet meer mag. Nu eet ik nagenoeg vegetarisch, maar als kind was dit mijn lievelingseten. Als we vroeger met vakantie gingen naar Zuid-Frankrijk, kozen mijn vader en ik altijd kikkerbillen. Met die citroen, en olie, en peterselie, en dat stokbrood erbij. Ik zie mijn vader nog zitten smullen. Maar dat mag niet meer, dus. Nooit, nooit, nooit.”

Wen er maar aan

“Mijn boek! Ik vind het zo spannend dat ik dit heb gemaakt. Ik wilde kijken of ik iets van de humor van Toren C ook op papier kon krijgen, met tekeningen erbij, en volgens mij is dat aardig gelukt. Het boek gaat over ouder worden. Gezond ouder worden is natuurlijk het grootste goed, maar wat erbij komt: de kwaaltjes, het verval, je hormonen, dat is allemaal dat je denkt: neeeeee. Precies dat is voor mij een feest om over te schrijven. De striae, de onderkant, de pannenlapknieën en de barcodebovenlip. Horror waar je heel hard om moet lachen. Voor mijn hoofdpersoon voelt seks inmiddels alsof je met een stadsbus door een fietstunnel gaat. Na het lezen van dit boek kan het allemaal alleen nog maar meevallen.”

Audities

“Daar ben ik mee opgehouden, ik word het toch nooit. De ergste deed ik twee jaar geleden, voor de musical Het schaep met de vijf pooten. Dat je dan in zo’n bunker, want audities zijn altijd in een soort bunker met kunstlicht en mensen achter een tafeltje, in vijf minuten je hele ziel en zaligheid op tafel moet gooien. Die laatste keer dacht ik echt dat ik iedereen van zijn stoel had geblazen. Tot ik iemand in zijn tas naar zijn telefoon zag zoeken en de regisseur een stilte liet vallen en zei: doe dan nu nog maar even je scène. Ik werd al afgebeld toen ik nog op de fiets zat. Het grappige is: sinds ik geen audities meer doe, word ik vaker gebeld dan ooit, alleen gewoon door mensen die weten wat ik kan.”

Ole

“De zoon uit mijn boek. In het echt heb ik er twee, Thor van 20 en Mo van 15. Op aanraden van mijn redacteur heb ik er in het boek één van gemaakt. Dat is overzichtelijker, en des te pijnlijker op het moment dat ie het huis uit gaat. Thor is acteur, hij speelde zijn eerste hoofdrol al toen hij 9 was, in Het geheim. Onlangs was hij genomineerd voor een Gouden Kalf voor beste bijrol in De belofte van Pisa. Mo houdt helemaal niet van kunst en toneelspelen, terwijl hij een meester is in typetjes nadoen. Hij zit de hele dag stemmetjes te imiteren en gaat daar vast heel virtuoos in worden. Dat pantoffelgevecht dat ik in het boek beschrijf, dat gaat over Mo. Op een gegeven moment is vechten de enige manier om contact te krijgen met je kind. Want praten met puberjongens... No way. Die willen gewoon even beuken.”

Greg Shapiro

“Ik heb met Greg Shapiro gesproken helemaal in het begin, toen Toren C nog vorm moest krijgen. Hij gaf heel goede tips. Hij werkte in Boom Chicago, tegenover de Melkweg, waar Margôt en ik later nog twee jaar aan Toren C hebben geschreven. Greg heeft een hekel aan vlakke toiletspoelers, begreep ik. Dat zou zomaar een scène kunnen worden in mijn werk.”

Maike Meijer: Wen er maar aan.
Uitgeverij Maike Meijer, €17,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden