Plus

Maestro-jurylid Dominic Seldis: 'Iedereen speelt beter dan ik'

Dominic Seldis (44) is bekend geworden als jurylid bij Maestro en leidt de contrabassectie bij het Concertgebouworkest. 'Met bluf kom je het Concertgebouworkest niet in.'

Dominic SeldisBeeld Ernst Coppejans

Elke zondagavond kijken bijna twee miljoen mensen naar Maestro, een programma waarin acht bekende Nederlanders proberen een orkest te dirigeren. Elke week valt er een deelnemer af. Zondag is de voorlaatste uitzending, volgende week de finale. Zoals wel vaker bij dit soort formules is de ster van het programma een jurylid. In dit geval is dat ­Dominic Seldis, een Britse krullenbol die ­venijn en humor meesterlijk weet te combineren. Ook bij de BBC-versie van Maestro was hij al jurylid. Niet dat hij zijn dagen nu vult met het becommentariëren van aspirant-dirigenten, want in het dagelijks leven is hij aanvoerder van de contrabassectie van het Concertgebouworkest.

Zijn jullie, als bassisten, een soort kleine band binnen het orkest?
"Ja, absoluut. En we streven er naar om op een zeer passief agressieve manier muzikaal de leiding te hebben. Als contrabassist ben je de baas van het ritme, de intonatie én je bent goed zichtbaar. Als wij bewegen, beweegt het orkest mee. We zijn het fundament; als dat niet goed is, stort alles in. Ik werd zeven jaar geleden aangenomen als eerste contrabassist, dus het was mijn taak om een nieuw fundament te bouwen. Het ging er niet alleen om of ik virtuoos kon spelen, ik moest ook inspireren. Dat was niet zo moeilijk, maar er moest een kleine verandering in mentaliteit komen, iets meer positiviteit."

Is het gelukt dat voor elkaar te krijgen?
"Het was hard werken - veel tranen, slapeloze nachten, telefoontjes, zorgen dat iedereen hetzelfde doel najoeg. Het was een geweldige uitdaging. Ik kan naar eer en geweten zeggen dat we de lelijke stiefzuster in het orkest waren, en nu tot de beste contrabassecties van de wereld behoren. Allemaal sterke, individualistische spelers die toch één doel nastreven. Een paar dagen geleden speelden we in Parijs, en terwijl ik op het toneel zat, biggelden de tranen over mijn wangen. Ik kon niet geloven hoe goed het orkest was. Nooit heb ik kunnen bevroeden dat ik op toneel zou staan met honderd van zulke ongelofelijke, bijzondere personen. Elke dag ben ik als ik wakker word nog totaal verbijsterd over de situatie waar ik in zit."

Hoe bent u musicus geworden?
"Het was mijn oudere broer die écht talent had. Dus hobbelde ik maar zo'n beetje achter hem aan: hij naar vioolles, ik naar ­vioolles. Op een gegeven moment wilde hij naar een andere muziekschool, Chetham's School of Music in Manchester, voor kinderen met talent. Dat was vijf uur rijden van ons huis; we woonden in Suffolk. Hij was elf, ik was acht. Mijn ouders konden me moeilijk alleen thuis laten, dus ging ik mee."

"Toen hij klaar was met zijn auditie zei de leraar tegen mij: 'Ach, jij hebt je viool óók meegenomen, wil je ook auditie doen?' We werden allebei aangenomen en gingen naar een internaat. Zes weken op school, en dan een week thuis. Fantastisch! Er waren vrienden, meisjes, er was lekker eten, de hele dag muziek maken - heerlijk. Zo is mijn leven sindsdien: musiceren en rondhangen met musici. Als ik op het ­toneel zit ben ik zielsgelukkig."

Is musiceren nooit lijden voor u geweest, vol frustratie?
"Lijden: nee. Natuurlijk is het soms frustrerend, maar het gaat om het eindresultaat en ik vind dat ik een gezegend leven heb, want ik heb altijd gedaan waar ik goed in ben. Toen ik een jaar of zeventien was, begon ik te begrijpen dat ik mijn geld zou kunnen verdienen met muziek. Dan moet je het allemaal nóg serieuzer gaan nemen; ook de hele muziekbusiness. Daar heb ik erg mijn best voor gedaan."

Waarom is de muziekbusiness belangrijk?
"Ik kom uit een zakenfamilie; mijn vader was ondernemer, mijn broer is inmiddels ook een succesvol zakenman. Mijn vader had een stuk of vijf bingoclubs - prachtige handel. Maar voordat ik carrière maakte in de muziek, begreep ik wel dat ik geld moest verdienen, dat ik moest leren om mezelf te verkopen. Eenmaal in de muziek kan ik dat allemaal gebruiken, wist ik. En eigenlijk is dat het enige wat mij onderscheidt van elke andere professionele muzikant: het talent om een kans te zien en die te grijpen."

Dominic SeldisBeeld Ernst Coppejans

Geef eens een voorbeeld.
"Toen ik negentien was, werkte ik net samen met James Pearson; een pianist met wie ik nog altijd recitals geef. We zagen dat er een concours werd gehouden in Wigmore Hall, dat is vergelijkbaar met de kleine zaal van het Concertgebouw. Als je daar eenmaal hebt gespeeld, heb je iets bereikt als musicus. Wij dachten: als wij meedoen aan dat concours hebben we in Wigmore Hall gestaan en kunnen we dat op ons cv zetten! Dát was onze instelling. En toen wonnen we ook nog, dus mochten we écht een recital houden in Wigmore Hall. En zo rolt de sneeuwbal steeds verder."

"Nu ik op tv ben, doet iedereen ook nog eens heel aardig tegen me - daar geloof ik natuurlijk helemaal niks van - en op sociale media krijg ik allemaal aardige commentaren. Ik vind dat zo leuk. Echt, ik krijg zelden iets negatiefs naar mijn hoofd geslingerd. Ik kan het gewoon amper geloven, weet me er bijna geen raad mee."

Toen u veertien was bent u overgestapt van de viool naar de contrabas. Uit zakelijk oogpunt lijkt viool me beter, toch?
"Dat zeg je nou wel, maar het is ook niet verkeerd om in een niche te zitten. Mijn vader zei altijd: 'Het maakt me niet uit wat je doet, zolang je maar tot de besten behoort, dan kun je er je geld mee verdienen.' Vergeleken met mijn schoolgenoten was ik hopeloos op de viool. Op mijn veertiende kreeg ik het advies om de school te verlaten óf om de contrabas te proberen; er waren contrabassisten nodig."

"Het idee dat ik van die school af moest was te bedreigend - 'Met gewóne mensen omgaan, ben je gek of zo?' Ik had één proefles op de bas - ik herinner me het nog als de dag van gisteren - en dat was het: liefde. Ik wist meteen dat ik mijn instrument gevonden had. Dat enorme ding, het geluid dat eruit kwam, het feit dat je op de achtergrond kon spelen en tóch heel belangrijk kon zijn. Om indruk met dat ding te maken door onverwachte dingen te doen. In het Concertgebouworkest kan íedereen beter spelen dan ik, en toch kan ik nog indruk maken. Lekker snel op en neer gaan met je handen: mensen zijn verbijsterd. De mogelijkheden van een contrabas zijn eindeloos, alle soorten muziek kun je erop spelen. Dat doe ik ook nog altijd."

Jeugdfoto van Dominic SeldisBeeld -

En al uw collega's in het Concertgebouw­orkest...
"...spelen een stuk beter dan ik, ja. Alleen hebben zij niet zo goed geleerd om te flauwekullen, hahahaha! Het zijn ongelofelijk, óngelofelijk getalenteerde mensen om me heen. Maar toen ik deze plek kreeg, wist ik dat er een lastige taak voor me lag: de contrabassen vormden absoluut de zwakste sectie van het Concertgebouworkest. Gelukkig waren er een paar personeelswisselingen - een stuk of twee mensen - waardoor ik wat kon veranderen. Ik moest een nieuw gevoel in die sectie krijgen: 'Kom op jongens, laten we gewoon gaan spelen, laten we doen waarvoor wij op deze planeet gezet zijn!' Concentreer je op de noten, alles eromheen laten gaan. En als je musici aanmoedigt goed te spelen, gaan ze zich vanzelf goed voelen. Dat is de instelling die ik in de groep wilde hebben."

Hoe kan het dat zo'n goed orkest zo'n slechte sectie had?
"Geen idee. Iets met botsende persoonlijkheden, met gebrek aan leiderschap -het was dramatisch. Zelfs toen ik nog in Engeland werkte, wisten wij hoe slecht het gesteld was: kom daar niet in de buurt, ze zijn vergiftigd."

Dus het was ook een risico voor u om erin te stappen?
"Gigantisch. Alsof je een voetbalteam overneemt dat twee keer is gedegradeerd en niet eens meer weet hoe het voelt om te winnen. Nu zitten we weer in de eredivisie."

Waarom wilde u die baan?
"Omdat het het Concertgebouworkest is. In de platenkast van mijn vader stonden platen van de Berliner Philarmoniker, The London Symphony Orchestra, de Wiener Philharmoniker en het Concertgebouworkest. Dus dan wil je later naar een van die orkesten. In Londen wilden ze me niet hebben. Wenen en Berlijn waren geen optie omdat ik mijn strijkstok niet op de Duitse manier vasthoud, en dat is daar verplicht. Dus bleef het Concertgebouworkest over. Daarom heb ik drie keer auditie gedaan. Die derde keer ging het er echt om. Toen was er geen bullshit meer. De eerste twee keer probeerde ik mezelf naar binnen te bluffen, maar met bluf kom je het Concertgebouworkest niet in. Maar die derde keer; het was alsof ik aan het trainen was voor de Olympische Spelen. Je krijgt nog één kans, en dat is het."

Hoe nerveus was u?
"Helemaal niet nerveus. Ik had me zo goed voorbereid dat ik gewoon geen foute noot kon spelen. Nog nooit ben ik mentaal en fysiek ergens zó klaar voor geweest. Dat moet je zijn als je dit orkest in wilt komen. Het is verreweg het moeilijkste wat ik ooit gedaan heb. Vijf maanden lang heb ik ervoor gestudeerd - naast mijn drie kinderen, mijn fulltime baan, mijn leerlingen. Maar toch: absolute, pure toewijding aan die auditie. Zelfs op de boot zat ik nog te oefenen."

Uw leven draait om muziek. Hoe bent u dan bij Maestro terechtgekomen?
"Ik speelde in het orkest van de BBC; dat zit in het gebouw van de BBC. Het is net zoiets als werken op het Mediapark: er lopen daar overal televisiemensen rond. Op een gegeven moment hadden ze iemand nodig die in een halve minuut iets over Sjostakovitsj kon zeggen. 'Dominic heeft een grote mond, die kan dat wel,' zal iemand geroepen hebben. Nooit is het mijn bedoeling geweest om voor de camera terecht te komen, maar uiteindelijk is die halve minuut erop uitgedraaid dat ik jurylid werd van een nieuw, groot programma van de BBC, Maestro. Ik imiteerde gewoon Simon Cowell en die andere types die zo goed zijn in jureren. En toen ik in de auto van Wales naar Londen zat, op weg naar de allereerste opnamedag van Maestro, kreeg ik een telefoontje: ik was aangenomen in het Concertgebouworkest."

Dat is zeven jaar geleden. Wat heeft het u gebracht?
"Sindsdien gebeuren er alleen nog maar ongelofelijke dingen in mijn leven. Toen ik in Nederland aankwam, dacht ik: vanaf nu is het klaar met de flauwekul, ik moet me honderd procent gaan concentreren op het Concertgebouworkest. Dat heeft ongeveer zeven minuten geduurd, toen ging de telefoon alweer. Later kwam ook nog het Nederlandse Maestro op mijn pad. Natuurlijk wilden ze mij helemaal niet als jurylid; volkomen logisch, ik spreek geen Nederlands! Bovendien sterft Nederland van de fantastische tv-persoonlijkheden. Maar bij de allereerste screentest vroegen ze of ik erbij wilde zijn om te ­adviseren, en uiteindelijk of ik toch even aan wilde schuiven bij de jury. Het eind van het liedje is dat ik op de Nederlandse tv kwam. Ongelofelijk en bizar, toch?"

Beeld Ernst Coppejans

Betekent tv iets voor u?
"Het is alsof ik in een orkest speel. En ik benader het ook precies zo: het is een optreden, we werken in een groep en moeten het er zo goed mogelijk van afbrengen. Ik wil professioneel zijn en van elke seconde genieten. Want ik weet ook dat het elk moment afgelopen kan zijn, net zoals het orkest. Als ik straks voorover val, mijn gezicht openhaal en mijn arm breek, is het allemaal voorbij, zo simpel is het. Daarom ziet het eruit alsof ik lol heb, want ik héb lol! Ik geniet! En als het straks voorbij is vind ik dat niet eng, dan verzin ik wel weer wat anders. Mijn hand opsteken en zeggen: 'Ik doe het wel!' - zo gaat het al mijn hele leven. Waar moet ik bang voor zijn? Dat ik afga? Het leven is kort en ik ga elk uur vullen met dingen die ik leuk vind."

Heeft het Concertgebouworkest uw verwachtingen altijd waargemaakt?
"Het orkest overstijgt mijn verwachtingen zó ver, dat ik me zelfs nooit voor had kunnen stellen dat musiceren zo fantastisch kon zijn. Zelfs na zeven jaar vind ik dat nog verbijsterend. Ego speelt geen rol in dit orkest. We weten allemaal hoe moeilijk het was om erbij te komen, dus zodra je zelfgenoegzaam gaat lopen doen, is het afgelopen met je. Moet je arrogant gaan zitten doen tegen iemand die net kamermuziek heeft zitten spelen met Yo-Yo Ma? Kom op zeg."

Wat vinden uw collega's van Maestro? Het programma heeft toch ook iets belachelijks.
"Eerlijk gezegd praten we er niet veel over, iedereen in het orkest doet zúlke interessante dingen. Maar belachelijk? Dat is het niet. Er is helemaal niets mis met dat programma. Het wordt briljant gemaakt, er kijken miljoenen mensen naar, dus belachelijk, of goedkoop? Ik vind dat zulk gezeik. Het is elitair om dat te vinden, maar eigenlijk puur stompzinnig. Er zijn miljoenen mensen die graag naar klassieke muziek zouden willen luisteren, dat krijgen ze mee met dit programma. Dat is toch niet erg? Het is grappig, niemand wordt er slechter van, je ziet musici mooie muziek maken, je leert er wat van, en het is leuk om bekende mensen te zien ploeteren. Een vrolijk stemmend programma, so where's the downside? Die is er niet."

"En nee, het is geen cyclus van Mahler onder leiding van Mariss Jansons, maar dat pretenderen we ook niet. Maar wie weet is er iemand die naar Maestro kijkt en denkt: ik ga eens een kaartje kopen voor een concert. Fantastisch toch? Want mooier krijg je klassieke muziek niet te horen. En als je gewoon alleen maar naar Maestro wil kijken - ook goed."

Zit ergens in u eigenlijk ook nog een ­cynische geest verborgen?
"Ik werk er al heel lang aan om het negatieve naar het positieve te veranderen. Je doet er altijd goed aan om iets positiefs uit een situatie te peuren. En nee, natuurlijk lukt dat niet altijd. Als ik moe ben, of gefrustreerd, hé, I'm fucking human. En net als iedereen heb ik ook nare dingen meegemaakt. Ik ben gescheiden, pas geleden is mijn vaste relatie verbroken, er zijn maanden geweest dat ook ik mijn rekeningen niet kon betalen - volkomen normaal. Maar wie wil verveeld worden door iemand die zit te klagen? Je kunt er zelf voor kiezen om gelukkig te zijn."

"Ik heb ervoor moeten werken, op gestudeerd om die staat van zijn te bereiken. Want het is erg makkelijk om cynisch te worden in deze wereld: alles is nep, als je eenmaal wat hebt bereikt gaat iedereen ineens aardig tegen je doen, iedereen is bang. Het is makkelijk om van het pad te raken als je gaat ­geloven wat ze van je zeggen. Laatst werd ik the new ambassador of classical music in Holland genoemd - hou toch op! Als ik dat soort dingen ga geloven, heb ik een probleem. Op zondag ben ik twintig seconden op tv en verder probeer ik mensen een plezier te doen door zo veel mogelijk optredens te geven, dat is het. In mijn eigen piepkleine, miezerige ­bestaan leef ik mijn droom, elke dag. En daarom voel ik mij gezegend."


CV

Dominic Seldis
22 juni 1971, Bury St. Edmunds, Suffolk, Engeland

1979-1989 Chetham's School of Music

1989-1992 Royal Academy of Music in Londen

1992-1994 Mozarteum in Salzburg

1994-1998 Studiomusicus in Londen

1998-2008 BBC National Orchestra of Wales

2008-nu Leider contrabassen Concertgebouworkest

2008-nu Jurylid van ­Maestro (BBC, later NPO)

2014 Co-presentator Het orkest van ­Nederland (RTL4)

2015 Solist bij wereldpremière Tan Duns contrabasconcert The Wolf

Seldis is de helft van de tijd single vader van drie dochters (16, 18 en 20 jaar).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden