PlusInterview

Maaza Mengiste: ‘Ik wilde een monument in woorden oprichten’

In haar roman De schaduwkoning schrijft Maaza Mengiste over de inval van het Italiaanse leger onder Mussolini in haar geboorteland Ethiopië en de rol van vrouwen in de verzetsstrijd.

 Haile Selassie is met zijn troepen op weg naar de strijd in het noorden van het Ethiopië in oktober 1935. Beeld Gamma-Keystone via Getty Images
Haile Selassie is met zijn troepen op weg naar de strijd in het noorden van het Ethiopië in oktober 1935.Beeld Gamma-Keystone via Getty Images

Achter haar, aan de aubergine muur van haar appartement in New York, hangen ingelijste foto’s. Zwart-wit. Foto’s van een ver verleden in Ethiopië, het land waaruit haar ouders wegvluchtten tijdens de Ethiopische revolutie, ze was vier jaar oud. Haar debuutroman De leeuw en de keizer uit 2010 gaat over die bloedige periode in haar geboorteland die in 1974 werd ingezet en de nasleep daarvan.

In De schaduwkoning gaat ze verder terug in de tijd: naar het jaar 1935, toen het fascistische leger onder leiding van Benito Mussolini het Ethiopische Keizerrijk binnenviel om een nederlaag uit 1896 te wreken en wat een bevriende mogendheid was geweest– medelid van de Volkenbond nota bene – te koloniseren. Foto’s gemaakt tijdens de Italiaanse bezetting, vertelt Mengiste, vormden een belangrijke inspiratie voor haar boek. Ze verzamelt ze al meer dan twintig jaar, aanvankelijk zonder vooropgezet plan, maar gaandeweg steeds gerichter. Ze vond ze in Italië op vlooienmarkten, bij straathandelaars en in antiekwinkels.

Een aantal wordt beschreven in haar boek, twee ervan staan er ook daadwerkelijk in. Een vrouw, streng in de camera kijkend, gehuld in ceremoniële cape; een andere vrouw met neergeslagen ogen, in eenvoudige kleding, het haar ingevlochten. Wie deze vrouwen waren is niet bekend, maar zo zouden ze er uitgezien kunnen hebben, de twee belangrijkste vrouwelijke personages van Mengiste: Aster, de hooggeplaatste, vrouw tegen wil en dank van legerofficier Kidane, en het weesmeisje Hirut dat door Aster honds wordt behandeld. Als het Italiaanse leger binnentrekt en de Ethiopische strijders vanuit de bergen in het noorden verzet bieden, trekken deze vrouwen – die elk op een eigen manier onderdrukt werden – samen open mobiliseren hun seksegenoten tot een meer dan dienstbare rol. De overwinning die Italië claimde was halfbakken, in 1941 keerde keizer Haile Selassi terug aan de macht.

Heeft u zelf nog herinneringen aan Ethiopië?

“Ja, heel heldere beelden, echt de herinneringen van een kind. Van een verjaardagsfeestje, en dat we naar een bruiloft reden en dat er soldaten bij de poort stonden. Familiegeluk gemengd met revolutie. De cesuur tussen mijn leven toen en mijn leven daarna was volkomen. Ik herinner me die tijd alsof ik die in een doosje heb gedaan.”

Ondanks die cesuur wijdt u uw schrijvende bestaan aan de geschiedenis van uw geboorteland.

“Ik had natuurlijk romans kunnen schrijven over hoe het is om immigrant te zijn in de Verenigde Staten. Maar dat is al zo vaak en al zo goed gedaan. Ik was nieuwsgieriger naar wat ik allemaal niet wist van een verleden dat ook deel uitmaakt van mijn familiegeschiedenis. Ik kende de verhalen van mijn grootvader over de Italiaanse bezetting, maar dat waren vooral verhalen over moed, durf en triomf. Ethiopië is het enige Afrikaanse land dat ondanks de Italiaanse overmacht, ondanks het gebruik van mosterdgas, nooit succesvol is gekoloniseerd.”

“Maar niemand, ook mijn familie niet, spreekt over de andere kant. Over de terreur, de vernederingen, de nederlagen; er waren collaborateurs en interne conflicten. Ik wilde de dagelijkse realiteit van de strijd laten zien. Hoe de strijders zich moesten behelpen, vaak met krakkemikkige wapens; en de rol van de vrouwen daarin. Mijn onderzoek heeft me een geschiedenis gegeven waarvan ik me voorheen niet bewust was.”

U noemt in uw nawoord uw overgrootmoeder Getey, die haar vaders geweer opnam en ten strijde trok. Stond zij model voor Hirut ?

“Nee, dat is een van de bizarre toevalligheden bij de totstandkoming van dit boek. Eerst al dat ik zo werd aangetrokken door die oude foto’s, zonder dat ik wist waarom. En toen het verhaal van mijn grootmoeder, dat ik niet kende en pas te horen kreeg toen mijn boek al bijna af was. Door puur toeval. Ik was in gesprek met mijn moeder en toen kwamen we op een van mijn foto’s van een vrouwelijke soldaat. Toen vertelde ze me dat haar grootmoeder in de oorlog had gevochten.”

“Toen Haile Selassi families opdroeg hun oudste zoon naar het leger te sturen, bood zij als oudste kind aan om te gaan, haar broers waren nog te klein. Haar vader vond dat haar man moest gaan, maar zij heeft doorgezet en zijn geweer opgeëist. Ik was verbijsterd, boos ook wel. ‘Waarom heb je me dat niet eerder verteld,’ riep ik tegen mijn moeder. En zij: ‘Maar dat wist je toch wel?’ Zoals ik Hirut laat vechten om het geweer van haar vader en zoals mijn overgrootmoeder dat bleek te hebben gedaan – de parallellen zijn overweldigend. Ook dat ik Hiruts moeder in het boek Getey had genoemd. Misschien is wat we ‘inspiratie’ noemen dan toch een soort gedeeld familiegeheugen dat we allemaal onbewust meedragen.”

Hoe komt het dat de rol van die vrouwelijke strijders zo onderbelicht is gebleven?

“Ja, wáárom hebben mijn moeder en mijn tantes me niet eerder verteld over mijn overgrootmoeder? Vrouwen worden nou eenmaal in hokjes geduwd. Als het over vrouwen gaat hebben we het over familie, over persoonlijke dingen maar we plaatsen ze zelden in de nationale geschiedenis – laat staan in de wereldgeschiedenis. En let wel: deze oorlog, de Tweede Italiaans-Ethiopische oorlog wás wereldgeschiedenis. Het was de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, dus het verhaal van mijn overgrootmoeder maakt deel uit van de wereldgeschiedenis.”

“Dat dit verhaal zo dicht bij mijzelf bleek te staan, overrompelt me nog steeds. Ik had werkelijk geen idee. In mijn eerste versie speelden de vrouwen ook nog helemaal geen prominente rol, het ging meer over de mannen en het verzet. Toen ik die af had dacht ik: wat een verschrikkelijk boek. En ik besefte: er ontbreekt iets, er is iets wat ik nog niet heb ontdekt. Toen ben ik dieper in die fotocollecties gedoken en ontdekte ik steeds meer vrouwelijke soldaten. Dat kwam als een schok. Ik besefte: dat is wat ik heb gemist.”

U hebt uw boek opgebouwd als klassieke tragedie, inclusief koorzangen. Waarom?

“Ik wilde dat mijn boek een rebelse ondertoon zou hebben en daarom had ik meer stemmen nodig. Stemmen die de geschiedenis zoals we die dachten te kennen tegenstreven en bevragen. Ik stelde me het boek in zekere zin voor als muzikale compositie en ervoer die structuur als bevrijdend. Die gelaagdheid en de taal en poëzie daarin, verlichten ook het gruwelijke geweld in het boek, maken dat enigszins dragelijk.”

Een van die gruwelen is de gevangenis waar Ethiopische gevangenen van een klif worden geduwd, nadat ze eerst zijn gefotografeerd. De naamloze ‘kokkin’, ook een belangrijke figuur in uw boek, vraagt ze hun namen te zeggen als ze ‘leren vliegen’. ‘Laat hen niet vergeten wie ze vermoord hebben.’

“De kokkin is een tot slaaf gemaakte, maar tegelijk rebelse vrouw; bij het schrijven juichte ik inwendig telkens als zij in opstand kwam. Alles is haar afgenomen, ze heeft niets meer van zichzelf behalve haar naam – daarom wil ze die aan niemand prijsgeven. Dat zij de gevangenen bijstaat en hun dus wel uitdrukkelijk een naam wil geven, is omdat dat ik erkenning wilde voor die slachtoffers van de oorlog. Er zijn geen lijsten met namen van de gevangenen die zo de dood in werden gejaagd, zij zijn vergeten. Ik wilde een soort monument in woorden voor hen oprichten; ik wilde erkenning voor de mensen die zijn vermoord, maar wiens namen we nooit zullen kennen.”

U bent ook in de huid van de keizer gekropen. In ‘tussenspelen’ zien we zijn reactie op de inval tot en met zijn vlucht naar Engeland.

“Ja, maar voor mij was hij wel een literaire figuur, ik heb hem niet documentair willen neerzetten. Mijn boek gaat toch vooral over de intimiteiten van geweld en vrouwen, die thuis ook nog eens een strijd te voeren hebben. Haile Selassi heeft zijn dochter Zenebework om politiek gewin uitgehuwelijkt aan een veel oudere prins die haar mishandelde. Ze vroeg om hulp, maar Selassi deed niets. Ze overleefde het niet. De macht was voor hem kennelijk belangrijker dan zijn dochter – dat vond ik zó meedogenloos. Daarom laat ik haar bij hem rondspoken en op zijn gemoed werken. Ik wilde onderzoeken hoe het is om te leven met de wetenschap dat je je eigen dochter de dood in hebt gejaagd. Wat zegt dat over je als vader, als leider van een natie?”

U beschrijft hoe Hirut met een lookalike van Haile Selassi door het land trekt om het moreel van de strijders hoog te houden. Bestond er echt zo’n ‘schaduwkoning’?

“Ik heb ‘m verzonnen, ik geloof niet dat hij een stand-in had. Maar van andere leiders is wel bekend dat ze die hadden; Mussolini, Saddam Hoessein, Hitler – het zou hebben gekund.”

U heb geschreven over de bezetting van en revolutie in uw geboorteland. De bloedige geschiedenis herhaalt zich nu in Tigray.Wat doet dat met u?

“Het is hartverscheurend, mijn hart gaat uit naar de mensen die de last van deze oorlog moeten dragen. De hongersnood, de slachtingen, de verkrachtingen, de etnische zuiveringen – het is een conflict van catastrofale proporties waarvan niemand het einde kan overzien. De Volkenbond keek destijds weg toen Mussolini nota bene een andere lidstaat binnenviel – want liever een bully tevreden houden en de stabiliteit in Europa bewaren dan hem tegen je in het harnas jagen. Dat is als een boemerang teruggekomen. Ook nu kijkt de internationale gemeenschap weg. Ja, er zijn journalisten ter plaatse, het bewustzijn begint enigszins te groeien – maar het is te weinig en het voelt ook alsof het al te laat is.”

Met uw boeken heeft u Ethiopië wel dichter bij de westerse lezer gebracht en zo bijgedragen aan dat bewustzijn. Kan dat een troost zijn?

”Dat is de kracht van literatuur – de verhalen over plaatsen en conflicten ver weg worden inzichtelijker aan de hand van personages die het lijden, de ambitie, de hoop, de liefde - de essentie van ons mens-zijn – vertegenwoordigen. Die doordringen je ervan dat het niet gaat om statistieken, maar om echte mensen die van deze aarde worden weggevaagd.”

Maaza Mengiste

Maaza Mengiste werd in 1974 geboren in Addis Abeba. Op vierjarige leeftijd ontvluchtte ze de Ethiopische hoofdstad en groeide op bij haar grootouders in New York. Ze behaalde een master in creative writing aan New York University. Haar werk werd genomineerd voor de Pushcart Prize en New York Magazine riep haar uit tot New Literary Idol. In 2010 debuteerde ze met De leeuw en de keizer, over de Ethiopische revolutie van 1974 en de terreur van de Derg, het nieuwe militaire bewind. De schaduwkoning haalde de shortlist van de Booker Prize 2020 en wordt nu verfilmd.

Op project3541.com beschrijf Mengiste de foto’s uit haar collectie.

De schaduwkoning. Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer, Ambo Anthos, €24,99,448 blz. Beeld
De schaduwkoning. Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer, Ambo Anthos, €24,99,448 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden