PlusInterview

Maarten van Rossem en Gijs Rademaker maken de Dinocast: ‘De T-rex krijgt bijna altijd alle aandacht’

Het is de schuld van Philip Freriks. Hij wees Gijs Rademaker (42), te gast bij De Slimste Mens, op zijn gedeelde interesse met Maarten van Rossem (77): dinosaurussen. ‘Moeten jullie niet samen een podcast gaan maken?’

Gijs Rademaker (links) en Maarten van Rossem bekijken de T-rex van Naturalis van dichtbij. Beeld Jakob van Vliet
Gijs Rademaker (links) en Maarten van Rossem bekijken de T-rex van Naturalis van dichtbij.Beeld Jakob van Vliet

Op de fiets naar huis dacht Rademaker al: dit is echt een goed idee. En tussen droom en daad mogen dan praktische bezwaren staan, maar de volgende dag mailde hij Van Rossem en nu – ruim een jaar later – verschijnt de eerste ­aflevering. Het duo ging langs bij Naturalis, Teylers Museum en het Geologisch Museum Hofland om te praten met paleontologen en ­andere experts, maar vooral met elkaar.

Even terug in Naturalis vandaag, in een rechte lijn naar de dinozaal. Eerste stop: de Triceratops. Of hij nog steeds de betovering voelt, zo oog in oog met een paar botten? “Jazeker”, zegt Van Rossem. “Eigenlijk bij alles wat zo verrekte oud is. Ik houd mij veel bezig met moderne geschiedenis, maar je moet nooit vergeten dat het universum zelf ook een historisch geheel is, dat ooit is ontstaan en daarom ook voorbijgaat. Relativerend, ja. Laatst zag ik beelden die de Cassinisatelliet heeft gemaakt van Saturnus en Titan, met dan erg in de verte een blauw stipje, meer niet. En dat zijn wij, de pale blue dot.”

Rademaker: “Eigenlijk is het bestaan van de hele mensheid een seconde op tientallen miljoenen jaren binnen de evolutie. En jij hebt je al je hele werkzame leven beziggehouden met die seconde, hè Maarten?”

Van Rossem: “Ja. Dit geeft een ruimer perspectief op de zaken, dat is op zichzelf altijd ­bijzonder aardig.”

Na een paar minuten is al duidelijk: de twee zijn dinovrienden geworden. Allebei hadden ze hun eigen aanvliegroute naar deze gedeelde passie. Bij Van Rossem begon het met de plaatjes in het tijdschrift Life, bij opa en oma. Rademaker had als kind zijn dinoboekjes en zag op zijn vijftiende Jurassic Park – die film kijkt hij sindsdien zeker eens per jaar terug.

Rademaker: “Ik ken alle scènes uit m’n hoofd. Het gaat me om de momenten waarop je ze als dieren ziet. Die scène bij de vijver: altijd kippenvel.”

Van Rossem: “Achterlijke film natuurlijk, maar wel met de meest geweldige animaties. Dat kan in Hollywood. Net als bij Gladiator: als je daar even voorbijgaat aan Russell Crowe en die liefdesflauwekul, dan zie je nog wel die ­fantastische reconstructie van Romeinse ­arena’s.”

Gigantisch hiaat

Door dan, naar de trots van de dino­collectie van Naturalis: de Tyrannosaurus rex. Bij het opnemen van de podcast waren ze zo lang blijven plakken bij de Triceratops dat ze nog maar een paar minuten hadden voor de T-rex. Daarom nu even snel voorbij de Camarasaurus en daar staat het: het skelet van de beruchtste aard­bewoner ooit.

Sofietje, noemt Van Rossem haar smalend. “Maarten heeft een rothekel aan de T-rex,” legt Rademaker uit, “daarom doet hij een beetje kleinerend. Hij heeft een punt: van de 160 miljoen jaar dat de dinosaurussen op aarde waren, was de T-rex er alleen de laatste paar miljoen. En toch krijgt ie bijna alle aandacht.”

Rademaker was dolblij met dit project het afgelopen jaar. De coronatijd viel hem zwaar, de dinocast gaf licht en lucht. Rademaker: “Ik hou van mijn werk bij EenVandaag hoor, maar het is altijd onder druk. Actueel, maatschappelijk. Terwijl: ik zie veel collega’s die ook weleens iets maken wat ze gewoon alleen maar leuk vinden. Zónder die druk en dan over iets wat ze mateloos fascineert. Dat is dit voor mij. En zowel bij Maarten als bij mij is de drijfveer: alles willen weten.”

Van Rossem: “Een van de meest verbijsterende dingen waar ik in de loop van mijn leven achter ben gekomen, is dat het overgrote deel van de mensheid voor geen ene mallemoer geïnteresseerd is in de wereld waarin ze leven en dus ook niet in het verleden dat eraan gekoppeld is. Tot op de dag van vandaag verbaas ik me daarover, dat mensen vrede hebben met zo’n gigantisch hiaat in hun eigen kennis – overigens wordt vaak gecompenseerd doordat ze verrassend veel over voetballen weten.”

Het fotomoment dan. Of ze even onder de T-rex willen gaan zitten. Best spannend, want zo’n skelet is breekbaar en onoverkomelijk duur. Geen gekke bewegingen maken dus. Ondertussen praten ze verder, over wat ze ­zouden doen als er een T-rex achter hen aan zou komen. De conclusie: Rademaker zou ­sneller weg zijn, maar die heeft wel jonger vlees. Mals. Lekkerder dus. Conclusie: Rade­maker is de klos. Als ze weer onder de T-rex uit komen, glundert hij helemaal.

“Man, dit was een once in a lifetime-ervaring. Zo dichtbij, echt heel bijzonder. Wat jij, ­Maarten?”

Van Rossem: “Ik had pijn aan m’n kont.”

Overigens hebben de mannen een missie met de podcast: het bijstellen van ons beeld van dinosaurussen. Afschrikwekkende monsters? Log? Dom? De waarheid is anders, maar hoe dan? Het is een zoektocht, vertelt Rademaker, met meer vragen dan antwoorden. “Als je bedenkt dat er tegenwoordig wekelijks een nieuwe dinosaurus wordt opgegraven en we allerlei nieuwe onderzoekstechnieken hebben, dan snap je dat onze kennis hierover nu in een stroomversnelling zit.”

Blikkerende tanden

Even de handen op de rug, even mijmeren. Van Rossem: “Wat ik ook zo fascinerend vind: de natuur produceert onder dezelfde omstandigheden toch min of meer dezelfde oplossing. Neem de ichthyosauriërs, een soort dolfijnen, maar dan een stuk groter. Na de komeetinslag waren die natuurlijk allemaal uitgestorven, maar de natuur komt vervolgens toch met dolfijnen op de proppen. Gewoon, omdat dat blijkbaar de ideale zwemvorm is. Waarbij ik meteen even wil aanstippen dat de mens absoluut niet gemaakt is om te zwemmen. Dat zie je meteen als je de Olympische Spelen kijkt: wat een ­prutsers zijn wij in het water.”

Rademaker: “Het leuke is...”

Van Rossem: “ Ik vind ook eigenlijk dat we een dolfijn moeten laten meezwemmen op de Olympische Spelen.”

Rademaker: “Feit is dat...”

Van Rossem: “Gewoon, ter illustratie van hoe slecht wij als mensen in zwemmen zijn.”

Rademaker: “In films, series en tijdschriften worden dinosauriërs voortdurend gehyped als wrede, brullende en rondrennende beesten. Ze lopen rond met opengesperde bekken vol blikkerende tanden. Dat is wat we van ze hebben gemaakt de afgelopen decennia: een karikatuur. Monsters. Maar het zijn dieren en zo ­willen we ze laten zien.”

Van Rossem: “Ik heb ook ingrijpende bezwaren tegen dat sensationele toontje, bijvoorbeeld bij natuurseries op Discovery Channel.”

Met zware stem: “Het gif uit deze spin kan iedereen binnen de stad New York in tien seconden doden.” Weer normaal: “Hou nou toch op. Of hoe heet die jongen, die altijd zo opgewonden doet?”

Rademaker: “Freek Vonk.”

Van Rossem: “Ja, Freek: doe normaal, denk ik dan. Hij weet er heel veel van hoor en mijn kleinkinderen zijn gek op hem, maar waarom die toon?”

Rademaker: “Omdat men denkt dat dit de ­enige manier is om iets van wetenschap naar binnen te krijgen. In de podcast proberen we ze ook tot leven te brengen. Voor mij is dit voor het eerst dat ik zoiets doe, dus het is best even zoeken. Elke aflevering begint met een Stegosaurus die uit de bosjes komt. Als een soort hoorspel, met krekels op de achtergrond.”

Van Rossem: “Bestonden die toen eigenlijk wel, krekels?”

Rademaker: “Sssst. In de podcast wel.”

De Dinocast is vanaf 1 juni te beluisteren via de ­podcastplatforms. Op de website Dinocast.nl staat meer informatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden