PlusTen slotte

Maarten Biesheuvel schreef aangrijpend over zijn worstelingen

Portret van Maarten Biesheuvel in zijn huis ‘Sunny Home’ in Leiden.Beeld Patricia Nauta/HH

Werk en leven liepen bij Maarten Biesheuvel altijd in elkaar over. Hij schreef aangrijpend over zijn ziekte, zijn worstelingen, maar ook over zijn talrijke geluksmomenten. De schrijver overleed donderdag na een kort ziekbed.

P.C. Hooft moest er eerst voor overlijden, en daarna duurde het alsnog driehonderd jaar. Alfred Nobel deed het met een schamele vijf jaar na zijn dood al stukken beter. Maar geen van beiden haalde het bij Maarten Biesheuvel: de schrijver die donderdag op 81-jarige leeftijd na een kort ziekbed overleed, kreeg al bij zijn leven een literaire prijs naar zich vernoemd. 

Vanaf 2015 wordt de J.M.A. Biesheuvelprijs jaarlijks uitgereikt aan de beste Nederlandse verhalenbundel. Het geeft aardig aan wat de even eigenzinnige als breed geliefde auteur heeft betekend voor de Nederlandse literatuur, en voor het korte verhaal in het bijzonder.

Jacob Martinus Arend Biesheuvel (1939) werd geboren en groeide op in Schiedam, als vierde van vijf kinderen. Twee keer werd hij van het gymnasium getrapt, ‘wegens eigenwijs gedrag.’ In 1958, tijdens de zoektocht naar een nieuwe middelbare school, kwam hij in contact met Eva Gütlich, die zijn echtgenote zou worden, en muze en verzorgster, steun en toeverlaat.

Ketelbink

Biesheuvel haalde alsnog zijn gymnasiumdiploma en ging rechten studeren in Leiden. Hij onderbrak zijn school- en studietijd herhaaldelijk om als ketelbink te werken op koopvaardijschepen. Daarnaast schreef hij voor de schoolkrant, later voor het universiteitsblad en het blad van zijn studentenvereniging. In 1964 debuteerde hij in Hollands Maandblad met het korte verhaal Het lieveheersbeest, dat opent met de zin: ‘Er was eens een aardbei, die rijp was om geplukt te worden.’

Biesheuvels eerste verhalen gingen ‘over wolken en lieveheersbeestjes of over de fantastische avonturen van fantastische mensen’, aldus vriend en voorbeeld Karel van het Reve. “Later begon hij ‘echt gebeurde’ dingen te schrijven, en toen kwam zijn meesterschap tot ontplooiing.”

Schrijven, vriendschappen met onder anderen Van het Reve en Maarten ’t Hart, het afscheid van het gereformeerde geloof, avonturen op zee, de grenzeloze bewondering voor literaire helden als Tsjechov, Melville en Nabokov, en zijn dankbare liefde voor Eva: al in zijn studietijd tekenden de belangrijkste bestanddelen van Biesheuvels leven en zijn schrijverschap zich vrij duidelijk af.

Manisch-depressief

Ook zijn geestesziekte kwam aan het licht. Biesheuvel was manisch-depressief, al verkoos hij zelf de diagnose ‘romantisch’. In 1966 werd hij, na een religieus/spirituele crisis - hij dacht dat hij Jezus was - opgenomen in een psychiatrische inrichting. Hij verbleef er enkele maanden. Werk en leven liepen bij Biesheuvel altijd in elkaar over, en hij schreef aangrijpend over zijn ziekte, zijn worstelingen, maar ook over zijn talrijke geluksmomenten: ‘het licht valt op het boek, buiten regent het en waait de wind, de wekker tikt met een aangenaam geluid, en zo lees ik, lees ik, lees ik. De gelukkigste man die ik ooit ontmoet heb, ben ik zelf, vreemd om dat te zeggen.’

In 1972 verscheen In de bovenkooi, zijn eerste verhalenbundel. Het was een kritisch en commercieel succes, en al in dat debuut zien we de complete Biesheuvel: schetsen uit zijn jeugd, afgewisseld met gekkenhuis- en zeeverhalen, soms met een grappig-surrealistische wending, zoals in het klassieke verhaal Brommer op zee’.

In de jaren zeventig en tachtig bleef Biesheuvel met grote regelmaat verhalenbundels publiceren, waaronder De verpletterende werkelijkheid en Reis door mijn kamer. Maar zijn ziekte slokte steeds meer tijd en concentratie op, en de stroom aan publicaties begon te haperen. Het deed geen afbreuk aan zijn status of waardering. In 1989 schreef hij het Boekenweekgeschenk Een overtollig mens, en hij ontving meerdere literaire prijzen, waaronder in 2007 de P.C. Hooftprijs voor zijn complete oeuvre. In het jaar daarop werd Biesheuvel benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Als hij niet in psychiatrische inrichtingen verbleef, leefde hij met Eva, hun hond en poezen in het ‘Sunny Home’, hun groene houten huisje in Leiden. In 2018 overleed Eva - vrij plotseling - aan de gevolgen van een hersenbloeding. Op de dag van haar overlijden schreef Biesheuvel zelf de rouwadvertentie: ‘Goedendag. Ik ben dood. Ik mis Maarten, mijn vrienden, de poezen, de kauwtjes en de duiven.’

Rouwadvertentie

Verhalen schrijven lukte hem daarna niet meer. Hij miste het, maar niet zoveel als dat hij Eva miste - en bovendien, het was genoeg geweest. Meer dan. Biesheuvel laat een rijk oeuvre van korte verhalen na, waarin hij overtuigend laat zien hoe het eraan toegaat op de grote vaart, in het Zuid-Holland van de jaren veertig en vijftig, en in psychiatrische inrichtingen. En vooral laat hij zien hoe het eraan toegaat in het hoofd van een getalenteerd, hoogst origineel geestesziek persoon. Soms is dat angstaanjagend, soms herkenbaar, vaak ook komisch, en op elke pagina uniek.

Dat Biesheuvel zijn depressies, angstaanvallen en perioden van opsluiting heeft overleefd, is een klein wonder. Dat hij er vervolgens zó over heeft weten te schrijven, verhaal na verhaal na verhaal, is een nauwelijks voor te stellen prestatie. En nu is de haast onverwoestbare Biesheuvel toch dood. Hij mist Eva, zijn vrienden, zijn sigaartjes, de poezen, de kauwtjes en de duiven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden